Sneeuwuil

Snowy Owl, Bubo scandiacus - Uilen (Strigidae)

De sneeuwuil is een karakteristieke bewoner van de arctische toendra. Qua formaat kan hij zich enigszins meten met de iets grotere oehoe. De sneeuwuil is een zwerf- en trekvogel, die verblijft op plaatsen met voldoende voedselaanbod. In Scandinavië bestaat het voedsel vooral uit lemmingen en andere woelmuizen. De sneeuwuil laat zich sporadisch in Nederland zien. Een aantal kwam als verstekeling mee op grote tankers uit Canada.

Herkenning

Mannetje en vrouwtje sneeuwuil zijn duidelijk verschillend. Volwassen mannetjes zijn sneeuwwit met hooguit enkele donkere punten of dwarsstrepen. De iets grotere vrouwtjes hebben een zware bandering, die met toenemende leeftijd verbleekt en smaller wordt. Opvallend zijn de goudgele ogen en gitzwarte snavel waarvan de basis bevederd is. Ook de poten zijn bevederd, tot aan de klauwen.

Geluid

Veelal blaffende roep, in de broedtijd.

Natuurbeleving dichterbij

Door nieuwe broedplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen in te richten, creëren we meer rust voor vogels. Tegelijkertijd willen we mensen meer van wadvogels laten genieten. Dit doen we door nieuwe vogelkijkplekken te creëren en gratis vogelherkenningskaarten, de app ‘Wadvogels’, verrekijkeruitleenpunten aan te bieden.

Beleef de waddennatuur

Leefwijze

Broeden

Eileg vanaf half mei. Eén broedsel. Nest een kommetje in de grond, vaak op een verhoging en vrij van sneeuw. Legselgrootte varieert sterk met voedselaanbod. In de regel 7-9 eieren, kan minder en meer zijn. Geen nest bij voedselschaarste. Vrouwtje legt om de 2 dagen een ei, begint bij eerste ei te broeden. Jongen komen asynchroon uit. Na 8-9 weken jongen vliegvlug en in staat prooi te bemachtigen.

Leefgebied

De sneeuwuil heeft een uitgesproken voorkeur voor open, overzichtelijke landschappen zoals (glooiende) bergvlaktes en arctische toendra’s. Waar de omstandigheden gunstig zijn komt de sneeuwuil ook op hoogvlaktes tot broeden (1.200-1.300 meter). Toppen van heuvels of hellingen worden gebruikt als uitkijkpost. Ook ’s winters blijft de sneeuwuil veelal in open gebied, met name in kuststreken. Bij zeer strenge kou trekt hij zich terug in open bosbestanden.

Voedsel

In toendragebieden bijna uitsluitend lemmingen en andere woelmuizen. Elders ook andere zoogdieren zoals konijn en vogels tot formaat eend. Periodiek zijn sneeuwhoenders belangrijke prooi. Buiten broedseizoen, tijdens omzwervingen, gevarieerder voedsel. In ijsvrije kustzones ook zeevogels, krabben en vis.

Vogeltrek

Buiten het broedseizoen niet streekgebonden en zwervend, geleid door voedselaanbod. In de herfst trekbewegingen in zuidelijke en zuidwestelijke richting. Russische vogels tot in steppen van Noord-Kazachstan. Trekgrens ligt ongeveer op 60° noorderbreedte. Soms irrupties tot noordelijk kustgebied Duitsland. Waarnemingen in Nederland zeer zeldzaam, en dan vaak in Waddengebied.


Verspreiding en aantal

In Nederland zeer zeldzame gast in de wintermaanden. Soms enige tijd pleisterend op een Waddeneiland of elders in overwegend Noord- of West-Nederland.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

In Europa

Broedvogel ten noorden vanaf ongeveer 65° noorderbreedte vanaf het Noors-Zweedse grensgebied noordoostwaarts tot in het noorden van Siberië en Nova Zembla. Aantal broedparen nauwelijks bekend, volgens schattingen variërend van enkele tientallen tot een paar honderd (excl. Rusland) en voor Europees Rusland geheel onbekend. Verspreiding bovendien fluctuerend met de lemmingstand.

Meer informatie


Bescherming

Het aantal sneeuwuilen in Scandinavië lijkt een neergaande trend te vertonen. Oorzaak daarvoor is onder meer klimaatverandering. Daarnaast vindt in de Scandinavische bergtoendra steeds meer verstoring op door toenemend verkeer van sneeuwscooters buiten de gebaande wegen om.

Actuele berichten


Wet- en regelgeving

De sneeuwuil is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn sneeuwuilen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de sneeuwuil is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de sneeuwuil. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. De soort komt slechts in beperkte mate in Nederland voor.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal