Nonnetje

Smew, Mergellus albellus - Eenden (Anatidae)

Rode lijst

Het nonnetje is een fraaie verschijning in de winter. Het mannetje heeft zwarte accenten op een spierwit verenkleed. Nonnetjes broeden niet in Nederland, maar grote aantallen strijken in de winter neer in het IJsselmeergebied. Vooral het Markermeer is favoriet, nonnetjes jagen er in soms in grote groepen (vaak meer dan 250 vogels) op spiering. De aantallen overwinterende vogels zijn sterk afhankelijk van de weersomstandigheden, zowel in Nederland als in geheel Noord-Europa. Nonnetjes broeden in holen, vaak gemaakt door zwarte spechten.

Herkenning

Het mannetje is helder wit met een scherp belijnde zwarte tekening om de ogen, aan de achterkant van de kuif en op de vleugels. In vlucht is het complexe zwart-witte patroon goed te zien. Het vrouwtje is minder opvallend; ze heeft een roestbruine kop met witte keel en een donkergrijs lichaam. De snavel is licht grijs met een kleine haak aan de punt en tandachtige lamellen op de snijranden.

Geluid

Man heeft zachte baltsroep, vrouwtje luidere roep.


38-44 cm, spanwijdte 55-69 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Nonnetjes starten met broeden vanaf midden mei en hebben 1 legsel van 6 tot 9 eieren. Ze broeden niet in kolonies. Het nest wordt gemaakt in een boomholte (bijvoorbeeld uitgehakt door zwarte spechten) en bekleed met dons. Nonnetje en brilduiker delen deze nestplaatskeuze. De competitie kan groot zijn. Bij conflicten is het nonnetje echter dominant en de vrouwtjes schromen niet om hun eieren bovenop die van brilduikers te leggen. Als de jongen uitkomen, springen ze uit de boom en haasten zich naar het water, waar ze direct naar voedsel duiken.

Leefgebied

Overwintert op grote zoetwatermeren, niet bevroren rivieren en bijvoorbeeld baaien. In Nederland zijn nonnetjes vooral te vinden op plaatsen als het Markermeer en het IJsselmeer. Het nonnetje broedt in het hoge noorden in boreale bossen aan langzaam stromende rivieren en heldere meren.

Voedsel

Vissen ter grootte van 3-6 cm vormen het stapelvoedsel van het nonnetje. In de keuze van de vissoort toont het nonnetje zich een opportunist: beschikbaarheid is belangrijker dan de soort vis. In Nederland wordt veel spiering, pos en baars gegeten. maar ook kreeftachtigen, slakken en waterkevers. Het dieet verschilt wat per seizoen, want waar tijdens het broedseizoen naar een variatie aan plantaardig voedsel, insecten(larven), kreeftachtigen, vis en zelfs amfibieën wordt gezocht, eet het nonnetje in de winter voornamelijk vis. Dat doen nonnetjes soms in een grote groep, die in één keer onder duikt en na 12-13 seconden weer bovenkomt: sociaal foerageren dus.

Vogeltrek

Het nonnetje vliegt, met enkel korte stops op meren, vanuit het hoge noorden naar de zuidelijker gelegen overwinteringsgebieden. Van april tot begin mei keren ze terug naar de broedgronden. Buiten het broedseizoen verblijft de soort vaak in grote groepen op meren. De in Nederland overwinterende nonnetjes zijn vooral afkomstig uit het noorden van Rusland en Siberië.


Verspreiding en aantal

wintergast in vrij klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

De aantallen overwinterende nonnetjes variëren afhankelijk van het weer. De grootte van getelde groepen is al lang niet meer zo groot geweest in omvang als rond de eeuwwisseling. De gloriejaren van het nonnetje in Nederland lagen in de jaren zeventig toen er maxima werden geteld van 23.000 vogels. Een enorm aantal, want het aantal nonnetjes dat overwintert in Europa is klein. Bizar is dat in 2010 en 2011 enkele succesvolle broedgevallen zijn ontdekt in eendenkooien in Friesland, ver buiten het reguliere verspreidingsgebied. De kans is groot dat dit ontsnapte vogels betreft, maar wilde herkomst is niet uitgesloten

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 1 (in 2014)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers 4.900 (in 2005-2010)

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Het nonnetje schoolt 's winters in groepen samen op het IJsselmeer en Markermeer.

In Europa

Nonnetjes broeden in Lapland en Rusland, tot diep in Siberië (de boreale arctische taiga- zone). Finland herbergt de grootste aantallen. Nederland is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden in Noordwest-Europa.

Meer informatie


Bescherming

De afname van nonnetjes is mogelijk te wijten aan de achteruitgang van spiering, de belangrijkste prooi van het nonnetje in het IJsselmeer en Markermeer. Overbevissing speelt daarin een belangrijke rol. Het lijkt er verder op dat de winterarealen verschuiven. Nonnetjes blijven steeds vaker ten noordoosten van ons land hangen. In Noordoost-Europa nemen de winteraantallen toe, in tegenstelling dus tot de situatie bij ons. Want ook daar zijn de winters zachter. Het heeft voor korte afstandstrekkers veel voordelen om zo dicht mogelijk bij de broedgebieden te overwinteren.

Wat wij doen

Vogelbescherming zet zich voor de waterrijke gebieden waar nonnetjes in de winter in ons land verblijven. Dan gaat het zowel om waterkwaliteit, rustgebieden als de beschikbaarheid van voedsel. Mede door Vogelbescherming wordt er minder op spiering gevist in het IJsselmeer en vinden er gesprekken plaats over duurzame visserij in het hele gebied IJsselmeergebied. De WetlandWachten van Vogelbescherming houden de vinger aan de pols in de waterrijke natuurgebieden van Nederland.

Wat kunt u doen

Overheden en visserijsector hebben belangrijke kaarten in handen voor soorten zoals het nonnetje. Gaan ze door op het pad van de overbevissing, dan kan de achteruitgang snel doorzetten als de soort zich niet weet aan te passen. Als u nonnetjes ziet, bekijk ze op afstand. Zo voorkomt u, zeker tijdens de rui en in de winterperiode, onnodig energieverlies.

Meer weten?

Downloads


Wet- en regelgeving

Het nonnetje is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn nonnetjes beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van het nonnetje is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de nonnetje. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

Verschillende natuurgebieden die door nonnetjes worden gebruikt als foerageergebied of als slaapplaats zijn aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal