Breedbekstrandloper

Broad-billed Sandpiper, Limicola falcinellus - Strandlopers (Scolopacidae)

De breedbekstrandloper is niet vaak te zien in Nederland. In het voorjaar (half mei) en de nazomer (augustus) heb je het meeste kans door groepen strandlopers en bontbekplevieren af te zoeken. Zijn naam dankt hij aan de snavel die, als je hem van voren ziet, extra breed is.

Herkenning

De breedbekstrandloper is het best te herkennen aan zijn postuur en gedrag: een compact strandlopertje met kort achterlijf, die vaak trager foerageert dan bonte strandlopers. Qua uiterlijk zijn de snavel - recht met een kleine knik aan het eind - en de donkere pet met 'dubbele' wenkbrauwstreep goede kenmerken. Verder heeft hij iets kortere poten, donkere bovendelen en pijlvormige vlekken op de (zij)borst. In het najaar is er ook kans op juveniele vogels die de pijlvormige vlekken missen.

Geluid

Wordt niet vaak gehoord, maar vluchtroep is een korte droge triller.


15-18 cm, spanwijdte 34-37 cm


Deze soort lijkt op:

Vogelbescherming-optiek en andere topmerken

Ruime sortering, hoge kwaliteit in alle prijsklassen, 40 jaar expertise en persoonlijk advies in de winkel in Zeist. Ons enthousiaste en deskundige winkelteam demonstreert graag de verschillende modellen en mogelijkheden, zodat u zelf kunt vergelijken en uw keuze op uw gemak kunt maken. Én u steunt het werk van Vogelbescherming.

bekijk ons ruime assortiment in onze webshop

Leefwijze

Broeden

Broedt in losse kolonies op de toendra in het noorden van Fenno-Scandinavië. Legtijd juni, één legsel met meestal 4 eieren (soms 3), die ongeveer 20 dagen later uitkomen. Heeft een komvormig nest dat aan de binnenkant is bekleed met blaadjes, het bevindt zich vaak op een pol.

Leefgebied

De soort kan zowel in getijdengebieden opduiken (Friese wadkust) als bij zoetwaterplassen in het binnenland, soms met enkele exemplaren bijeen.

Voedsel

Voedt zich met name met borstelwormen, kleine schelpdieren en schaaldieren (bijvoorbeeld vlokreeftjes), volwassen insecten en larven daarvan (zoals kevers, vliegen, sprinkhanen en mieren), alsmede de zaden van waterplanten. Zoekt voedsel op de tast, op slik en in ondiep water.

Vogeltrek

Breedbekstrandlopers broeden op de toendra van het noorden van Fenno-Scandinavië, Midden- en Oost-Siberië, en trekken vanaf daar in een breed front naar de kust van de Indische Oceaan en Arabische Zee, tot aan de Indonesische eilanden en Australië. In juli vertrekken de vogels vanuit de Fenno-Scandinavische broedgebieden in zuidoostelijke richting. Daar komen ze weer terug vanaf midden mei tot midden juni. Ze vliegen alleen of in kleine groepjes, maar tijdens de voorjaarstrek ook in grotere groepen tot enkele honderden vogels.


Verspreiding en aantal

Elk jaar worden kleine aantallen breedbekstrandlopers in Nederland gezien, soms tot enkele tientallen in een jaar. Door de beperkte aantallen is moeilijk te spreken van een trend.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Waarnemingen

Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl

Kijktip

Zeldzaam. Soms in natte natuurontwikkelingsgebieden in Friesland, Groningen en de Delta.

In Europa

Broedvogel in noordelijk Fenno-Scandinavië, schaarse trekvogel in de rest van Europa. Door oostenwind kunnen vogels van hun (zuid-oostelijke) trekroute worden afgeblazen.

Meer informatie


Bescherming

De breedbekstrandlopers die tijdens de doortrek Nederland aandoet, profiteert van de aanleg van nieuwe natte natuur, zoals in het kader van de klimaatbuffers.

Wat wij doen

Vogelbescherming pleit voor en is vaak betrokken bij de aanleg van nieuwe natuur, zoals onder meer de klimaatbuffers waarbij veiligheid voor bewoners tegen hoog water hand in hand gaan met natuurontwikkeling.


Wet- en regelgeving

De breedbekstrandloper is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn breedbekstrandlopers beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van breedbekstrandloper is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene regels

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3. 1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming. De soort komt slechts in beperkte mate in Nederland voor.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal