Strandleeuwerik

Shore Lark, Eremophila alpestris - Leeuweriken (Alaudidae)

De strandleeuwerik is in het winterhalfjaar aan het strand of op de kwelder te vinden. Eenmaal goed in de kijker valt gelijk de opvallende zwart/gele tekening op het gezicht op. Strandleeuweriken broeden in de bergen boven de boomgrens of op de Arctische toendra.

Herkenning

Strandleeuweriken hebben bruin gestreepte bovendelen en bleke, vrijwel ongestreepte onderdelen. Het gele gezicht heeft zwarte 'tranen' en een zwarte keel. Volwassen mannetjes hebben een zwarte band op het voorhoofd met aan de uiteindes 'hoorntjes' bovenop de zijkruin. 's Winters zijn de vogels minder contrastrijk getekend. Onvolwassen vogels ruien voordat ze in het overwinteringsgebied aankomen, maar zijn meer gevlekt op de bovendelen en meer gestreept op de onderdelen met een minder opvallend koppatroon.

Geluid

Roep hoog, ijl en snel, zang lijkt op veldleeuwerik maar ijler en stijgend.


14-17 cm


Deze soort lijkt op:

Natuurbeleving dichterbij

Door nieuwe broedplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen in te richten, creëren we meer rust voor vogels. Tegelijkertijd willen we mensen meer van wadvogels laten genieten. Dit doen we door nieuwe vogelkijkplekken te creëren en gratis vogelherkenningskaarten, de app ‘Wadvogels’, verrekijkeruitleenpunten aan te bieden.

Beleef de waddennatuur

Leefwijze

Broeden

Broedt van eind mei tot half juli. Heeft 1-2 legsels per jaar van 2-5 eieren, maar noordelijker tot 8 eieren. Broedduur 11 - 12 dagen. Nest een klein kuiltje in de grond bekleed met zacht materiaal. Vrouwtje broedt de eieren uit. Jongen verlaten het nest na 9-12 dagen. Pas 17 dagen later zijn ze vliegvlug, en pas 13 dagen later volwassen.

Leefgebied

In Nederland vrijwel uitsluitend aan de kust te vinden op het strand, kwelders, lage ruigtes en akkers. Broeden gebeurt op de Arctische toendra en in berggebieden boven de boomgrens.

Voedsel

Het voedsel bestaat in het broedgebied voornamelijk uit insecten (sprinkhanen en kevers), in het overwinteringsgebied uit zaden.

Vogeltrek

De in Europa levende (onder)soort trekt van Noorwegen en Scandinavië trekt naar Noordwest-Europa zuidelijk tot Bretagne, en zuidelijker in Oost-Europa (Hongarije, Roemenië, Oekraïne). Komt doorgaans pas laat aan (eind oktober) in Nederland en vertrekt alweer vroeg. De eerste vogels zijn al in hun broedgebied eind februari. Leeft buiten het broedseizoen doorgaans in groepen tot 50 vogels, soms (veel) groter.


Verspreiding en aantal

doortrekker en wintergast in zeer klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

De internationale populatie lijkt licht achteruit te gaan, maar over de hele wereld heeft dit geen invloed. De overwinterende aantallen in Nederland lijken redelijk stabiel, met fluctuerende aantallen door (extreme) weersomstandigheden.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl

Kijktip

Waddeneilanden, bijvoorbeeld in de Slufter op Texel. Scharrelt onopvallend op begroeide vlaktes langs de kust.

In Europa

De strandleeuwerik komt verspreid in Europa voor. Langs de Arctische kust en in de bergen van Scandinavië broeden strandleeuweriken, maar ook op de steppes rond de Volga, de Kaukasus, Griekenland en de Balkan.

Meer informatie


Bescherming

Geldt wereldwijd niet als bedreigd. In Fennoscandinavië wordt sinds ongeveer 1950 het broedgebied ernstig bedreigd door overbegrazing van rendieren. Daar zijn de aantallen erg teruggelopen.


Wet- en regelgeving

De strandleeuwerik is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn strandleeuweriken beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de strandleeuwerik is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene regels

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming. De soort komt slechts in beperkte mate als doortrekker en wintergast in Nederland voor.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal