Geplaatst op 5 oktober 2026
Let op de drie V’s die vogels nodig hebben.
Beemdooievaarsbek (trekt insecten aan) (Geranium pratense)
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)
Spaanse aak / veldesdoorn (Acer campestre)
Zoete kers (Prunus avium)
Hazelaar (Corylus avellana)
1. Ga voor inheems
Insecten en vogels in Nederland zijn het best afgestemd op inheemse beplanting. Kies in de basis dan ook voor inheemse planten. Dat betekent overigens niet dat vogels helemaal niks hebben aan uitheemse planten of struiken, sommige soorten hebben positieve eigenschappen voor vogels. Zo eet de merel graag bessen van de vuurdoorn, en dankzij zijn stekels broeden vogels graag in deze struik. Die kun je dan ook prima als aanvulling planten.
Als je een uitheemse plant kiest, controleer dan wel of het geen invasieve exoot is. Rimpelroos bijvoorbeeld. De groenling eet daar graag de bottels van, maar in de duingebieden zorgt deze plant voor problemen: hij verdringt inheemse planten. Er bestaat een inheems alternatief voor rimpelroos: de hondsroos. Daar eet de groenling ook graag de bottels van. Op de website Tuin er niet in! van Floron kun je precies zien welke planten invasieve exoten zijn en welke alternatieven er zijn.
2. Kies biologisch
Op planten van reguliere teelt die je in tuincentra koopt, zitten meestal gifstoffen. Insecten die met deze plant in aanraking komen, kunnen eraan bezwijken. Uit een fotoserie in de Volkskrant bleek dat insecten die op een plant uit een tuincentrum gaan zitten, vaak binnen een paar uur doodgaan. In vogels die insecten eten hopen die gifstoffen zich op. Kies daarom altijd biologische planten. Laat je in het tuincentrum niet misleiden door bordjes met teksten als ‘goed voor bijen’, maar selecteer op biologische planten (let op het EKO-logo van het groene blaadje). Zoek naar een biologische kweker bij jou in de buurt of bestel de planten in de webshop van Vogelbescherming.
3. Vermijd doorgekweekte planten
Sommige planten zijn doorgekweekt op bepaalde eigenschappen die mensen mooi of handig vinden, zoals een bepaalde kleur of ziekteresistentie. Zo vinden mensen het ook vaak mooi als de kelk van een bloem gevuld is met bloemblaadjes, maar insecten kunnen daardoor niet meer bij het stuifmeel en de nectar komen. Vogelbescherming adviseert om deze planten te vermijden. Hoe herken je doorgekweekte planten? Meestal hebben planten twee namen in het Latijn, een Spaanse aak is bijvoorbeeld Acer Campestre, maar bij doorgekweekte varianten is daar nog een derde, fantasierijke naam toegevoegd, zoals ‘Starlight’.
4. Maak je tuin niet winterklaar
De tuin winterklaar maken is voor vogels geen goed idee. Beperk het tuinonderhoud tot een minimum. Beter is het om de boel de boel te laten: laat spontane opslag staan, laat bladeren liggen (gebruik vooral geen bladblazer!), en behoud rommelhoekjes. Mezen eten nog de hele winter de zaden van uitgebloeide planten.
5. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen
Met bestrijdingsmiddelen doodt je voedsel voor vogels (insecten en zaden).Laat de gifspuit daarom staan en zet in een op natuurlijke bestrijders zoals lieveheersbeestjes en vogels.
Wil jij ook een tuin die barst van het leven? Waar merels volop zingen, huismussen vrolijk kwetteren en een roodborst rondscharrelt tussen de bladeren? Meld je dan aan voor het gratis webinar Aan de slag voor een vogelvriendelijke tuin.
Ontvang meldingen over de massatrek van kraanvogels, spectaculaire spreeuwenwolken of duizenden kolganzen die overkomen. Onze vogelexperts laten je de magie van de vogeltrek meebeleven.
Een trekvogel heeft bescherming nodig, van broedgebied tot overwinteringsplek. Samen zorgen we voor veilige plekken langs de hele trekroute.