Navigatie overslaan
Torenvalk / Koos Dansen Alle berichten

Waarschijnlijk topjaar voor de torenvalk

Geplaatst op 7 oktober 2026

De torenvalk staat op de Rode lijst van bedreigde broedvogels. Bijna sluipenderwijs gingen de aantallen de afgelopen decennia flink achteruit. Het afgelopen jaar profiteerden deze roofvogels van de vele muizen en lieten op veel plekken grote legsels zien. Officiële cijfers van Sovon zijn nog niet bekend, maar vrijwilligers van vogelwerkgroepen merkten in het veld de verschillen al.

Een niet al te grote roofvogel die op één plek in de lucht 'biddend' blijft hangen langs de dijk of boven het veld, en dan plotseling een duikvlucht om een muis te vangen. Dan weet je, dat is bijna zeker een torenvalk. De torenvalk is kenmerkend voor het open landschap van Nederland. Toch belandde deze roofvogel in 2017 op de Rode lijst met bedreigde broedvogels. Sinds 1990 namen de aantallen af, de laatste jaren in versneld tempo. Om die reden was 2025 het Jaar van de Torenvalk, uitgeroepen door Vogelbescherming en Sovon, met als een van de onderdelen een geslaagde nestkastactie.

Dit jaar hebben we een lichtpuntje: 2026 is een uitzonderlijk goed muizenjaar en daar lijken op de torenvalken van te hebben geprofiteerd. Goede jaren zijn broodnodig om de stand weer op te krikken.

Torenvalk / Jan Jongejan, Fotogalerij Torenvalk / Jan Jongejan, Fotogalerij

De Rode Wiekel

Danny Gerrets (72) richtte met een groepje enthousiastelingen Stichting De Rode Wiekel op om roofvogels waaronder torenvalken in de provincie Groningen te helpen. “De torenvalk is lange tijd een wat onopgemerkt wezen”, zegt Danny. “De havik, sperwer, wespendief, rode en zwarte wouw krijgen veel meer aandacht. De torenvalk bleef onder de radar, waarschijnlijk omdat het zo’n vertrouwde verschijning in het landschap is. Tegelijkertijd stond hij ineens op de rode lijst als kwetsbaar. Dat heeft ons getriggerd om te onderzoeken waar het aan ligt.”

Twee nesten, een man

Danny merkte dit jaar al vroeg positieve signalen. “In december kreeg ik al te horen dat er werd gepaard. Torenvalken kunnen zaad opslaan waardoor ze de eieren niet meteen hoeven te bevruchten.” Ook aan andere signalen merkte Danny dat het een uitzonderlijk jaar was. “Op een erf van een bewoner die net twee kasten had neergezet, zat een torenvalkman met twee vrouwtjes. Het ene nest kreeg zes jongen, het andere nest, dat in een naburige paardenwei stond, zeven. In de broedperiode zit de vrouw op het nest en levert de man muizen aan. Die man moest zo hard werken met twee nesten! Zodra de eieren uitkwamen, gingen de vrouwen meejagen. Alle jongen vlogen gezond uit, een geweldige prestatie.”

Torenvalken in nestkast / Jenny Klinkert Torenvalken in nestkast / Jenny Klinkert

Tweede legsel

Wat ook bijzonder was, was dat een torenvalkpaar dit jaar een tweede legsel had, iets wat torenvalken zelden hebben. Danny: “De jongen waren nog maar net uitgevlogen of ze begonnen alweer met broeden. Dat doen ze alleen als het voedselaanbod goed is.”

Normaal leggen torenvalken vier tot zes eieren, dit jaar telden de vrijwilligers van De Rode Wiekel acht nesten met maar liefst zeven eieren. Zij monitorden 165 nestkasten waaruit in totaal 250 jongen uitvlogen. Normaliter zijn dat er tussen de 50 en 125.

Stadsvogeladviseur

Jan de Veen (68), actief in Zuid-Limburg bij de vogelwerkgroep van IVN Meerssen en Stadsvogeladviseur van Vogelbescherming in Schimmert, zet zich al twintig jaar in voor torenvalken. Hij begon met het ophangen van vijf zelfgetimmerde nestkasten omdat hij ‘het gevoel had dat de torenvalken dat nodig hadden’.

Het bleek meteen een succes: de kasten raakten al snel bewoond. Intussen heeft Jan al zeventig torenvalknestkasten opgehangen, waarvan meer dan de helft bezet is. Steeds als Jan een geschikte broedplek zag, belde hij bij de grondeigenaar aan om te vragen of hij een kast mocht plaatsen. Elk jaar controleert hij de kasten op bezetting, eieren, uitgevlogen vogels en gaat hij met een ringer langs om de jongen een ringetje aan hun poot te geven voor onderzoek. Dat gebeurt heel zorgvuldig en geeft veel informatie die onontbeerlijk is voor de bescherming van vogelsoorten.

Dit jaar ringden ze 104 jonge torenvalkjes in de omgeving van Schimmert. “Bij negentien valkjes waren we te laat, die waren al ‘halfwassen’ en troffen we bovenop de kast aan.” In andere jaren liggen de aantallen veel lager. Vorig jaar vlogen er bijvoorbeeld 84 jongen uit.

Minder muizen

Het hoofdvoedsel van de torenvalk is de veldmuis. Torenvalken lijden onder de intensieve landbouw, waardoor er steeds minder muizen te vinden zijn. Ook klimaatverandering speelt waarschijnlijk een rol. In natte winters met relatief veel neerslag – die vanwege de klimaatverandering steeds vaker voorkomen – verdrinken veel muizen. Terwijl een roofvogel als een buizerd of een grauwe kiekendief sneller overstapt op alternatieven als er weinig muizen zijn (de grauwe kiekendief eet bijvoorbeeld ook sprinkhanen, voedsel dat hij kent uit Afrika), blijft de torenvalk afhankelijk van de veldmuis. Dat er dit jaar zoveel muizen waren, heeft mede te maken met de milde, droge winter en een beperkte hoeveelheid regen in het voorjaar.

Torenvalk / Peter van Graafeiland Torenvalk / Peter van Graafeiland

Nestgelegenheid

Torenvalken bouwen zelf geen nest, oorspronkelijk zijn het rotsbewoners; ze maken gebruik van oude kraaiennesten, maar vooral van torenvalknestkasten (halfopen kasten op een paal in het open land). Jan uit Limburg maakte meerdere keren mee dat een nestkast die hij ophing al na vijf minuten werd ontdekt door een torenvalk. Ze zijn hard nodig. Als Jan de kop of de staart door de opening van de open nestkast ziet, weet hij dat ze aan het broeden is. “Prachtig.”

Danny en de vrijwilligers van Stichting De Rode Wieken in Groningen denken dat een tekort aan nestgelegenheid in hun regio geen rol speelt. “Slechts een beperkt gedeelte van de kasten die wij monitoren raakt bezet. Daaruit concluderen wij dat de achteruitgang niet aan beperkte nestgelegenheid ligt. In andere streken kampen torenvalken wel met huisvestigingstekort.”

Basiskwaliteit Natuur

Om algemene soorten zoals merel en wilde eend algemeen te houden, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de totale leefomgeving op orde komt. En niet alleen die van natuurgebieden. Om daar voor te zorgen heeft Vogelbescherming het concept Basiskwaliteit Natuur ontwikkeld.

Lees meer

Vrijwilliger worden

Word je ook vrijwilliger? Vogels en natuur beschermen? Met z'n allen komen we verder! We zoeken allerlei soorten vrijwilligers.

Help mee