Geplaatst op 2 november 2026
De broeddichtheid van gaaien is in de groenste wijken van onze steden net zo hoog als in de meest gevarieerde bossen van Nederland van ons land. Door middel van kleurringetjes heb ik gaaien in eigen wijk individueel herkenbaar gemaakt en leerde ik ze beter kennen.
Alle vogels die geringd worden voor wetenschappelijk onderzoek krijgen een metalen ring met een uniek nummer. Deze metalen ringen zijn met een kijker of telescoop heel moeilijk af te lezen. Aflezen lukt veel beter door kleurringen toe te voegen. In 2011 kleurringde ik m’n eerste gaai en een paar weken geleden de 100e. Vervolgens heb ik in Zwolle ruim 3000 gaaien gecontroleerd of ze kleurringen droegen. Dat leverde de volgende nieuwe informatie op.
Ik was erg benieuwd hoe groot de leefgebieden van individuele gaaien zouden zijn. Er bleek een enorm verschil in de kleurringdichtheid in mijn woonwijk (59%) en in de overige Zwolse wijken (slechts 3%). Het overgrote deel van de gaaien (82%) kwam niet verder dan 630 meter van de ringplek. En de verste 3,5 kilometer. Zwolse stadsgaaien bleken dus erg honkvast.
Door het intensief controleren van de ruim 3000 gaaien, kon Peter van Horssen uit mijn dataset de jaarlijkse overleving berekenen. Die bleek 62% te zijn en was verrassend genoeg gelijk voor oude én jonge gaaien.
Meestal overleven jonge vogels slechter uit onervarenheid. Mogelijke verklaringen voor de hoge overleving van de jonge gaaien is het rijke voedselaanbod in mijn oude stadswijk en de lage predatiedruk door roofvogels.
De oudste Zwolse gaai is inmiddels 12 jaar (de oudst bekende in ons land leefde 16 jaar). Er was een periode in ons land dat gaaien als zeer schadelijk werden gezien voor land- en tuinbouw. De overheid betaalde daarom een premie voor iedere gedode gaai. Gelukkig is dat inmiddels echt verleden tijd. De gaai is in Nederland een beschermde vogel waarop niet meer mag worden gejaagd.
Door duizenden gaaien te bekijken, kreeg ik ook een indruk van hun veelzijdige menu. Dat bleek buiten de broedtijd grotendeels plantaardig te zijn. In nazomer/herfst bleken peren belangrijk voedsel, waarna ze overstapten op eikels en beukennoten.
In de herfst zie je overal gaaien met eikels in snavel en krop vliegen om een grote wintervoorraad aan te leggen. Maar ik zag ze ook dierlijk voedsel eten zoals honingbijen, wespen, juffers en naakt- en huisjesslakken.
Vooral als gaaien nestjongen hebben, is hun energiebehoefte groot. Dan plunderen ze ook wel nesten van andere zangvogels. Maar hun menu bleek door het onderzoek veel gevarieerder en plantaardiger dan heel langd werd beweerd.
Let komend voorjaar eens op groepsbalts. Luidruchtige groepen verplaatsen zich dan snel door het broedgebied. Vooral 's morgens is dit fraaie spektakel te horen en zien. Ik zag het van februari tot en met mei met een piek in maart/april.
Baltsgroepen bestonden in Zwolle gemiddeld uit zeven gaaien met een maximum van dertien. Aan deze balts bleken gaaien van alle leeftijden mee te doen. Ook vogels in hun tweede kalenderjaar, die meestal nog niet broeden. Deze pubergaaien kunnen in deze baltsgroepen potentiële partners vinden.
In relatief korte tijd heeft de gaai zich ontwikkeld van een schuwe bosvogel tot een alledaagse stadsvogel. We kunnen nu dus ook dichtbij huis genieten van hun exotische verenkleed, boeiende gedrag en gevarieerde zang.
Vogelbescherming heeft een reeks factsheets over stadsvogels gepubliceerd voor gemeenten, bedrijven, bouwers, bewoners en andere betrokkenen.
Vogelbescherming heeft verantwoorde, biologische planten geselecteerd die vogelvriendelijk zijn. Goed voor insecten en vogels en biodiversiteit.