Broedseizoen 2017 - deel 2

Pascal Stroeken, STONE | donderdag 13 juli 2017 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 252x

Vandaag deel 2 van de resultaten van ons broedbiologisch onderzoek aan steenuilen in de omgeving van Winterswijk. En leest u waarom we dit keer niet hebben afgesloten met een barbecue.
op de weegschaal voor de conditietest

Nestsucces

Het nestsucces is het percentage van alle gestarte nesten dat succesvol is, dat wil zeggen, waar tenminste 1 jong is uitgevlogen. Dit jaar lag het nestsucces van de 92 nesten die we hebben gevolgd op 71%. Dat is iets lager dan het langjarig gemiddelde van 73% (1998-2016; 938 nesten).

Dit betekent dus ook dat bijna 30% van alle nesten is mislukt. Van de 27 mislukte nesten gingen 18 in het eileg- of broedstadium verloren. Meestal omdat de eieren niet levensvatbaar waren en soms omdat het nest tijdens de eileg of in het broedstadium was verlaten (mogelijk door sterfte van een van de ouders) of is gepredeerd door een roofdier (o.a. het vermoeden van predatie door een eekhoorn). In één geval ging het om een nest met 2 eieren en 2 broedende vrouwen: kansloos.

De andere 9 mislukte nesten zijn verloren gegaan in het jongenstadium. Daarvan is het Beleef-de-lente-nest in Winterswijk, dat indirect ten prooi viel aan het steenmarterbezoek, natuurlijk het bekendste.

Broedsucces

Onder broedsucces verstaan we het gemiddeld aantal jongen dat per gestart nest uitvliegt. Jongen dus, die de populatie versterken en sterfte onder de oudere generaties kunnen opvangen. Per gestart nest - dus inclusief de mislukte nesten - vlogen gemiddeld 2,11 jongen uit. Daarmee scoort 2017 slechts een fractie lager dan het langjarig gemiddelde (1998-2016; 920 nesten) dat op 2,17 jongen per nest ligt. Wat broedsucces betreft was 2017 dus een gemiddeld jaar.

Vitale jongen

Het gemiddelde jong kroop op 12 mei uit het ei. De vroegste zag het eerste levenslicht al op 29 april. Van de twee zeer bijzondere nesten, waarover we eerder berichtten, kropen de jongen pas op 16 en 21 juni uit het ei.

In 63 nesten hebben we in totaal 212 jongen geringd. Deze bleken bijna allemaal in goede conditie te verkeren: een goed gevulde buik en vitaal. De paar nesten waarin we zwaar ondervoede jongen aantroffen was dat vermoedelijk te wijten aan het wegvallen van één van de ouders. In die nesten zagen we dan ook sterfte optreden.

De goede conditie werd weerspiegeld in de hoge gewichten van veel nestjongen, die we uitdrukken in de conditie-index: het gemeten gewicht gedeeld door het referentiegewicht dat bij de leeftijd hoort. Gemiddeld waren de jongen dit jaar bij het ringen 4% zwaarder dan hun referentiegewicht.   Dat is positief, want uit onderzoek weten we dat jongen in een betere conditie een betere overlevingskans hebben na het uitvliegen.

Ringonderzoek

Het uitvliegen van de geringde jongen is overigens ook de start van het overlevingsonderzoek aan generatie 2017. We zijn heel benieuwd welke uilen we in de komende jaren levend en wel als broedvogels elders in ons onderzoeksgebied aantreffen. Helaas zullen we ook terugmeldingen krijgen van dood gevonden uiltjes (de eerste zijn al weer binnen), maar dat is nu eenmaal ook de realiteit.

Prooien

Tot slot een kort overzicht van de prooien. In totaal hebben we in alle nesten samen 234 (resten van) gewervelde prooien aangetroffen. Daaronder 215 ware, woel-, spitsmuizen en een bruine rat. De overige 19 prooien bestonden uit vogels van divers pluimage, en verder een enkele mol, haas, konijn en kikker.

Onder de muizen viel de bosmuis met 92 exemplaren veruit het meest in de smaak bij de steenuilen, op afstand gevolgd door de veldmuis (66) en de rosse woelmuis (39). Bijzonder waren de 3 grote bosmuizen.

Met deze prooivoorraad zouden we een vette barbecue ter afsluiting van het veldseizoen kunnen organiseren, ware het niet dat de versheid soms wat te wensen overliet...  Toch maar van afgezien (en het is bovendien nu geen geschikt BBQ-weer).

Vakantie!

En nu? Uitrusten en straks mogen we (ieder apart, dat dan weer wel) met vakantie! Maar niet nadat we eerst nog even de administratie afronden. Alle broedgegevens voeren we in op Digitale Nestkaart en komen daarmee in de landelijke database van Sovon, en alle ringgegevens gaan in de database "Griel" van het Vogeltrekstation. 

Nu weer 9 maanden zien door te komen totdat veldseizoen nummer 33 begint. We zijn er (al bijna) klaar voor!

... geen BBQ dit jaar ...

STONE

Steenuilenoverleg Nederland (STONE) is een landelijke werkgroep die steenuilenbescherming en -onderzoek coördineert, stimuleert en faciliteert. Daartoe wordt samengewerkt met relevante binnen- en buitenlandse, professionele en vrijwilligersorganisaties. STONE is een vrijwilligersorganisatie, zonder betaalde krachten. Bezoek de website van STONE


Vind ik leuk
Bewaar deze blog

Deel dit blogartikel

Lees meer blogartikelen over

Steenuil Alle Beleef de Lente blogs

Kijk live en ontdek