Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Bliek

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Pimpelmees

Uitgevlogen

Gierzwaluw

Uitgevlogen

Torenvalk

Uitgevlogen

Merel

Uitgevlogen

Visarend

Uitgevlogen

Boerenlandvogels

Uitgevlogen

Zeearend

Geen broedsel

Steenuil

Geen broedsel

Vijver

Geen broedsel

Ooievaar

Geen broedsel

Bosuil

Geen broedsel

Gekraagde roodstaart

Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag over een van de Beleef de Lente vogelsoorten, die hier niet
beantwoord wordt? Stel hem op de webpagina van die soort (naast het live beeld).

Scholekster

De kuikens van de scholekster zijn nestvlieders. Bij nestvlieders zijn de jongen bij geboorte (of bij het uit het ei komen dus) al deels in staat om voor zichzelf te zorgen. Ze hebben hun ogen open, hebben een (dons)vacht en kunnen zelf voedsel zoeken. Ze beschikken over een goede camouflage. Ze kunnen pas vliegen als ze veren (en dus vleugels) hebben.

De kuikens van de scholekster zijn nestvlieders. Bij nestvlieders zijn de jongen bij geboorte (of bij het uit het ei komen dus) al deels in staat om voor zichzelf te zorgen. Ze hebben hun ogen open, hebben een (dons)vacht en kunnen zelf voedsel zoeken. Ze beschikken over een goede camouflage. Ze kunnen pas vliegen als ze veren (en dus vleugels) hebben.

 

 

De scholekster is bijzonder gehecht aan zijn territorium en blijft daar steeds naar terugkomen. Bovendien wordt een scholekster oud; gemiddeld rond de 20 jaar. 

Het meest waarschijnlijke is dus, dat elk jaar dezelfde vogels terugkeren. De jongen moeten zelf een territorium verwerven.

 

Een kat of ander roofdier zullen ze proberen te verjagen door schijnaanvallen en veel kabaal.  Of dit lukt, is zeer de vraag.

De scholekster kiest daarom  lokaties waar roofdieren niet of zeer lastig kunnen komen. Daken van gebouwen voldoen wel aan deze eis.

 

 

De scholeksters voeden elkaar niet. Wel gaan ze voor de start van het broeden vaak samen op stap.

 

Het verschil tussen mannetje en vrouwtje scholekster is ook voor de experts lastig te zien. Het vrouwtje is vaak een beetje groter met een iets langere snavel. Het mannetje is soms iets zwarter in het zwarte gedeelte.

 

Er zijn nog maar zo weinig groene daken dat er uit de analyse die vorige jaar gedaan is niet heel veel zinnigs kwam, al leek er een lichte voorkeur voor te zijn. Ze gebruiken er echter wel vaak de grindranden om hun nest te maken.

Voor de kuikens lijkt het fijner; het wordt er minder warm en er is misschien zelfs wat eten te vinden.