Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Steenuil

Uitgevlogen

Vijver

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Ooievaar

Uitgevlogen

Lepelaar

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Uitgevlogen

Nijlgans

Uitgevlogen

Merel

Uitgevlogen

Torenvalk

Geen broedsel

Kauw

Geen broedsel

Gekraagde roodstaart

Toon alle blogs & vlogs

Door Pascal Stroeken
STONE

“Wie niet slim is …

Pascal Stroeken, STONE | vrijdag 10 april 2020 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 141x

… legt veel eieren.” Het zal niet verbazen dat deze kop in de krant van woensdag mijn aandacht trok. Moest natuurlijk gelijk aan ‘ons’ steenuilvrouwtje denken, met haar bescheiden 3-legsel. Zou het andersom ook opgaan: wie slim is legt weinig eieren?

Het artikel bij die krantenkop ging heel ergens anders over, namelijk over onderzoek naar het aanpassingsvermogen van vogels aan een leven in de stad. De onderliggende vraag was, hoe het kan dat enerzijds vogels met een relatief groot brein, zoals meeuwen en spreeuwen (die geacht worden slimmer te zijn), het goed doen in steden, maar anderzijds de als minder slim bekend staande duiven (met een klein brein) zich ook uitstekend weten te aan te passen aan een stedelijke omgeving.

 

Twee succesformules

Onderzoekers kwamen tot de conclusie dat er voor vogelsoorten twee succesformules zijn voor een geslaagd leven in de stad: of ze hebben grote hersenen en een goed aanpassingsvermogen, of - de minder slimme soorten - leggen veel eieren (broeden vaker per jaar) en weten zich met hun talrijke nakomelingen een dominante plek in de stadjungle te veroveren. Interessant onderzoek, dat een mooi voorbeeld is van de verschillende strategieën tussen soorten voor aanpassen en overleven.

Ook binnen een soort zien we verschillende strategieën. Vaak zijn verschillende types en karakters te onderscheiden, die afhankelijk van de specifieke omstandigheden beter of slechter presteren. Een mooie manier van risicospreiding, omdat de kans groot is dat binnen de soort een groep is die profiteert van de voor zijn strategie gunstige omstandigheden. Dat is dan ook de essentie van de bekende biologische theorie “survival of the fittest”: het overleven van de best aangepaste binnen een populatie.

 

Alweer vroeg en alweer drie

Terug naar de steenuilen. Zoals we in eerdere blogs al schreven is een legselgrootte van 3 eieren beneden gemiddeld (langjarig gemiddelde is bijna 4 [3,98]). Dat is opmerkelijk omdat het een vroeg gestart legsel is, terwijl vroege legsels doorgaans groter zijn dan gemiddeld. Vroege starters spelen in op gunstige (voedsel)omstandigheden en leggen dan meestal ook meer eieren.

Vorig jaar zagen we hetzelfde beeld (zie ook het blog Déjà vu van Anjo). In 2019 behoorde onze webcamvrouw met een legselstart op 31 maart tot de allervroegste eileggers binnen de Winterswijkse steenuilenpopulatie. En ook in 2019 legde ze slechts 3 eieren, fors lager dan het Winterswijkse gemiddelde van 4,49 ei per legsel. Kortom, vorig jaar had ons webcamkoppel een bovengemiddeld vroeg, maar benedengemiddeld klein legsel (zie ook blog Broedseizoen 2019 - deel 1). 

Hoe 2020 op het Winterswijkse populatieniveau gaat uitpakken qua legselstart en -grootte, weten we uiteraard nog niet. Maar ongetwijfeld behoort de webcamvrouw weer tot de vroegste starters en zal ze met de drie eieren tevens een benedengemiddelde legselgrootte hebben.

 

Strategie?

Opmerkelijk, dus. Of misschien toch niet? Is dit wellicht een strategie van onze dame: ook onder gunstige omstandigheden aan de veilige kant gaan zitten door in te zetten op een klein legsel / gezin, maar daarmee wel een grotere kans op jongen met een goede conditie (minder snavels te voeden) en een hogere overlevingskans. Kwestie van kiezen tussen kwaliteit en kwantiteit? Is ze slim door juist minder eieren te leggen?

Uit ons conditie-onderzoek weten we dat, gemiddeld genomen, jongen uit kleine nesten doorgaans inderdaad wat hogere gewichten (conditie) hebben bij het uitvliegen dan jongen uit grote nesten. Maar ook hier zien we grote verschillen tussen individuele nesten in eenzelfde jaar, tussen vrouwen/broedparen en tussen locaties (territoria). Er zijn broedparen die ieder jaar buitengewoon goed presteren, maar ook broedparen die jaar-op-jaar maar weinig bijdragen aan nieuwe aanwas binnen de populatie. Moeten we de oorzaak dan zoeken in de kwaliteit van man/vrouw/koppel, of het territorium waarin ze leven, of … zeg het maar.

Buitengewoon boeiend maar ook complex om gedegen te onderzoeken, omdat vele factoren een rol spelen die het lastig maken een eventuele individuele strategie te ontrafelen. Anjo heeft het goed gezien in haar blog: wij van STONE peinzen ons suf!


STONE

Steenuilenoverleg Nederland (STONE) is een landelijke werkgroep die steenuilenbescherming en -onderzoek coördineert, stimuleert en faciliteert. Daartoe wordt samengewerkt met relevante binnen- en buitenlandse, professionele en vrijwilligersorganisaties. STONE is een vrijwilligersorganisatie, zonder betaalde krachten. Bezoek de website van STONE


Vind ik leuk
Bewaar deze blog

Meer over

Steenuil Alle Beleef de Lente blogs

Deel dit bericht