Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Bliek

Uitgevlogen

Vijver

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Uitgevlogen

Scholekster

Uitgevlogen

Torenvalk

Uitgevlogen

Visarend

Uitgevlogen

Oehoe

Uitgevlogen

Zeearend

Geen broedsel

Steenuil

Geen broedsel

Ooievaar

Toon alle blogs & vlogs
Visdief (links) en dwergstern keren terug met hun vangst (links © Gert Huijzers, rechts © Ernst Schrijver - ARK)

Door Gwenaël Hanon

Visetersparadijs

Gwenaël Hanon | donderdag 22 juli 2021 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 94x

Een eilandje midden op het Haringvliet, wat is er daar aan eten te halen voor de kuikens en jonge vogels? Verschillende kustbroedvogelsoorten hebben het eilandje Bliek gevonden als fijne broedplaats. In deze blog vertel ik iets meer over hoe en waar de sterns hun voedsel vinden rondom Bliek
Dwergsterns met vangst aan strand van Bliek © Gert Huijzers

Broedende viseters van Bliek

Sterns, zoals visdieven en dwergsterns, zijn de broedende viseters van Bliek. Naast kleine visjes laten zij ook kleine kreeftachtigen zoals garnaaltjes niet links liggen. Sterns jagen vanuit de lucht, vaak kort biddend boven het wateroppervlak zoals een torenvalk dat doet, maar dan maar enkele meters boven het water. Met snelle duikvluchten eindigend in een stootduik vangen ze visjes in de bovenste waterlaag, echt diep komen ze nooit want ze kunnen niet goed zwemmen. Soms pikken ze in een glijvlucht visjes en kreeftachtigen van het wateroppervlak. Visdieven vliegen tot 15-20 kilometer ver van hun kolonie om voedsel te vinden, dwergsterns zijn veel kleiner en komen niet verder dan een paar kilometer. Dat dwergsterns op Bliek te vinden zijn betekent dus dat er dichtbij voldoende visjes te halen vallen. Grote sterns zijn nu bezoekers op Bliek, zoals soms te zien op de camera, maar kunnen tot wel 40 kilometer van hun kolonie vliegen en jagen buitengaats in de Voordelta.

 

Ondiep water

Vanwege hun manier van jagen hebben ze ondiep water nodig waar de visjes makkelijk te spotten zijn, ondiep water is ook juist dé plek voor jonge (trek)vissen die daar in iets warmer water en tussen de vegetatie kunnen opgroeien. De directe omgeving van Bliek is vrij ondiep aangezien het aangelegd is op een oude zandplaat, een overblijfsel van het voormalige getijdensysteem in het Haringvliet. De baai van Bliek is ondiep en daar zul je sterns regelmatig zien vissen. Maar ook een vrij ruim gebied rondom Bliek is maar 1,5 a 2 meter diep met her en der waterplanten, dat is goed vertoeven voor vis.

 

Jagers in de stroming

Waar het niet ondiep is, maken sterns slim gebruik van aanwezige stromingen en wervelingen. In een getijdesysteem zoals het Haringvliet vroeger was, zorgde het getij vanuit zee voor sterke stromingen door de geulen en langs de zandplaten, met stroomnaden, keerstromen en wervelingen als gevolg. In dit rommelige en vaak vrij troebele water zijn sterns echte specialisten. Ze zoeken dan juist plekken op waar het water wervelt en visjes en garnalen nietsvermoedend aan het wateroppervlak komen, helemaal als er een stroomnaad tussen troebel water en helder water ontstaat profiteren ze hiervan. De Haringvlietsluizen houden het getij vanuit zee tegen, in het langzaam stromende water van het Haringvliet komen nog maar op weinig plekken stromingen en wervelingen voor. Dichtbij Bliek viel mij laatst op hoe visdieven in de sterke stroming en stroomnaden van de rivier het Spui jagen. Deze getijdenrivier is verbonden met de Oude Maas en via de Nieuwe Waterweg in open verbinding met de Noordzee, door deze open verbinding trekt er water heen en weer mee met eb en vloed vanuit zee. Waar het Spui in het Haringvliet uitmondt ontstaan dus stroomnaden en wervelingen waar de sterns gretig gebruik van maken om te jagen. Deze waterwervelingen zijn ook ergens anders te vinden, achter grotere boten en bij sluizen en gemalen waar water uitstroomt zul je visdieven zien jagen op vis.

 

De vis groeit mee!

De afgelopen weken hebben de jonge pullen van de sterns op Bliek veel jonge vis van hun ouders gegeten, in de lente en vroege zomer is er veel kleine broedvis te vinden rondom het eiland in de ondiepe zones. In de zomer zullen de vliegvlugge jonge vogels zelf aan de slag moeten, inmiddels is veel kleine vis al opgegroeid naar een formaat waar zij mee uit de voeten kunnen. Hun dieet rondom Bliek zal waarschijnlijk bestaan uit jonge baars, jonge blankvoorn en stekelbaars. Met het openzetten van de Haringvlietsluizen zullen ook steeds meer andere soorten (trek)vis te vinden zijn. Denk aan bot, sprot, spiering en haring. Een leuk overzicht van trekvissen op het Haringvliet is te lezen in de Vismigratiekalender Haringvliet.

Jonge dwergstern leert jagen op vis © Gert Huijzers

Vind ik leuk
Bewaar deze blog

Meer over

Bliek Alle Beleef de Lente blogs