Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Bliek

Uitgevlogen

Vijver

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Uitgevlogen

Scholekster

Uitgevlogen

Torenvalk

Uitgevlogen

Visarend

Uitgevlogen

Oehoe

Uitgevlogen

Zeearend

Geen broedsel

Steenuil

Geen broedsel

Ooievaar

Toon alle blogs & vlogs

Door Pascal Stroeken
STONE

Pechvogels

Pascal Stroeken, STONE | donderdag 3 juni 2021 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 109x

Met het prachtige weer van deze week is de herinnering aan de koude en vooral natte meimaand al weer snel naar de achtergrond verdwenen. Toch heeft het natte weer merkbaar zijn sporen nagelaten in steenuilenland. Over hoe je als steenuil pech kunt hebben.

Ronald schreef in zijn blog van afgelopen zondag terecht over de lucky ones, want positieve verhalen vertellen doen we natuurlijk het liefst. Daarom was ik ook blij dat ik in mijn maandagblog positief kon berichten over de webcamfamilie. 

Maar, als er geluksvogels bestaan zijn er vanzelfsprekend ook pechvogels. Over de pechvogels gaat dit blog.   

Eerste kwetsbare periode voor nestjongen

Rond half mei kruipen in veel nesten de jonge steenuilen uit het ei. Dit jaar is dat gemiddeld omstreeks 13 mei. De eerste week, tien dagen is voor de overleving van de jonge kuikens de meest kwetsbare periode. Ze moeten flink groeien en zijn geheel afhankelijk van hun 'broedende' moeder om op temperatuur te blijven. Aan de ouders dus de taak om veel en kwalitatief goed voedsel aan te voeren (liefst muizen en geen regenwormen).

In die eerste periode is de uitval (sterfte) onder de jongen doorgaans het grootst. Daarna nemen de overlevingskansen toe en is de kans groot dat ze zullen uitvliegen. 

Tweede helft mei

De tweede helft van mei waren de weersomstandigheden niet gunstig: koud, regelmatig winderig en vooral erg nat. Niet het beste weer om goed te jagen op muizen en ook meikevers houden zich dan schuil.

Maar er was ook een belangrijk bijkomstig effect. Normaal worden in de loop van mei veel graslanden gemaaid, wat gunstig is voor de jacht op (veld)muizen. Door het natte weer kon veel grasland niet gemaaid worden. Resultaat: tot eind mei stond in veel velden het kletsnatte gras kniehoog.

Dat viel dus precies samen met de periode dat veel steenuilenouders flink aan de bak moesten om voedsel voor de jongen aan te slepen. (Veld)muizen waren door het natte weer en het hoge gras moeilijk te vangen, regenwormen daarentegen waren (in kort gemaaide gazons) vermoedelijk wel volop te vinden. Maar teveel aan waterige regenwormen op het menu voedt slecht, de jongen krijgen zeer dunne ontlasting waardoor de nestkast erg smerig wordt (nat en een sterke, ongezonde ammoniakconcentratie). Vaak met als gevolg dat het verenkleed van de jongen vies wordt, soms zelfs verkleefd en minder goed isoleert. Kortom, te veel regenwormen heeft een keten van negatieve effecten op de groei, conditie en uiteindelijk op overleving van nestjonge steenuilen.  

Rond Zieuwent

Nou is het erg lastig om een één-op-één verband te leggen tussen het natte weer, hoog gras en het mislukken van steenuilennesten. Er zijn immers meer factoren waardoor nesten kunnen mislukken. Maar tijdens onze ronde op 28 en 29 mei viel op dat er verhoudingsgewijs veel nesten mislukt bleken te zijn. Bij meerdere nesten waar we half mei nog kleine jongen aantroffen, waren de kasten nu compleet leeg (dode jongen worden opgegeten of uit het nest verwijderd). Ook troffen we naar verhouding veel nesten waar de jongen vies en ondervoed waren.

In ons deelgebied rond Zieuwent was het helemaal raak. Van de tien nesten die we daar volgen, bleken er maar liefst acht mislukt. Het is een kleine steekproef en er kan sprake zijn van toeval, maar opvallend is het wel. In bijna al die mislukte nesten waren de jongen tussen 11 en 15 mei uit het ei gekropen en viel de kwetsbare periode samen met de natte tweede meihelft. Veel erven waar de nestkasten hangen waren eind mei nog grotendeels omringd door uitgestrekte percelen met hoog, ongemaaid gras. Buiten die erven was vermoedelijk weinig alternatief geschikt jachtgebied.

En het begon zo goed

Wat verder opvalt, is dat de voortekenen aan het begin van het broedseizoen rond Zieuwent juist gunstig leken. Als de voedselsituatie in het vroege voorjaar goed is, resulteert dat doorgaans in grotere legsels. Jaren met veel muizen zijn de jaren met de grootste legsels. Uitgerekend in Zieuwent troffen we grote legsels aan: de tien legsels hadden gemiddeld 4,70 eieren. Dat is aanzienlijk hoger dan elders in ons onderzoeksgebied, waar de legselgrootte gemiddeld 4,30 is (over 115 nesten). Dit wijst erop dat de steenuilen rond Zieuwent eigenlijk op een goed broedseizoen hadden gerekend, met veel voedsel (muizen). Dat de natte meimaand roet in het eten zou gooien was niet te voorzien.  

Positief afsluiten

De twee Zieuwentse nesten die niet mislukt zijn maken gelukkig een goede kans. Bij de één waren de vijf jongen in uitstekende conditie, wellicht omdat het grote en gevarieerde erf met zijn kleine paardenweiden en gemaaide perceeltjes, veel jaagmogelijkheiden biedt.

Bij het andere nest zijn de jongen pas op 26 mei geboren, aan de vooravond van de sterke weersverbetering. Later zijn kan dus ook voordelen hebben. Zeker dit jaar!

 

Foto header: de jongen in de late nest in Zieuwent, omstreeks 26 mei geboren. Hopelijk zijn dit geluksvogels!


STONE

Steenuilenoverleg Nederland (STONE) is een landelijke werkgroep die steenuilenbescherming en -onderzoek co├Ârdineert, stimuleert en faciliteert. Daartoe wordt samengewerkt met relevante binnen- en buitenlandse, professionele en vrijwilligersorganisaties. STONE is een vrijwilligersorganisatie, zonder betaalde krachten. Bezoek de website van STONE


Vind ik leuk
Bewaar deze blog

Meer over

Steenuil Alle Beleef de Lente blogs

Deel dit bericht