Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Steenuil

Uitgevlogen

Vijver

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Ooievaar

Uitgevlogen

Lepelaar

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Uitgevlogen

Nijlgans

Uitgevlogen

Merel

Uitgevlogen

Torenvalk

Geen broedsel

Kauw

Geen broedsel

Gekraagde roodstaart

Toon alle blogs & vlogs

Door Pascal Stroeken
STONE

Overzicht broedseizoen 2020 – deel 2

Pascal Stroeken, STONE | donderdag 16 juli 2020 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 46x

Vandaag deel 2 van het overzicht broedseizoen 2020: over nestsucces, doorstarts, uitvliegen en overleving.
Dit steenuiltje groeide op in weelde!

Nestsucces

Het nestsucces is het percentage van alle gestarte nesten dat succesvol is, dat wil zeggen, waar tenminste 1 jong uitvliegt. We hebben van 121 van de 125 gevolgde nesten met zekerheid het  nestsucces kunnen vaststellen. Van deze 121 nesten mislukten er 30, zo’n 25% dus. Dat betekent omgekeerd dat 75% van de nesten succesvol was. Dit is een heel gebruikelijk succespercentage en komt overeen met het langjarig gemiddelde.

Het mislukken van nesten kent vele oorzaken. Bij 11 van de 30 mislukte nesten troffen we niet uitgekomen eieren aan. In veel gevallen bleken die eieren niet levensvatbaar of onbevrucht. Bij 2 nesten hadden we een sterk vermoeden van predatie in de broedfase, zoals het nest waar we aanwijzingen hadden van eierroof door een eekhoorn. 6 nesten mislukten in het kleine jongen-stadium en ook in die gevallen hadden we soms aanwijzingen voor predatie, mogelijk door steenmarters. De overige 11 mislukte nesten bleken bij een volgend bezoek compleet leeg: alle eieren of eventueel al uitgekomen jongen waren verdwenen. Ook daar kon predatie niet altijd worden uitgesloten.

 

Doorstart

Soms doen broedparen waarvan het nest al vroeg in het broedseizoen is mislukt, een tweede poging. 3 van de 30 broedparen waarvan het eerste nest mislukte, zijn zo’n zogeheten vervolg- of vervanglegsel gestart. 1 broedpaar hield het bij die tweede poging bij 1 ei, dat niet uitkwam.

De 2 andere broedparen lijken erin te zijn geslaagd alsnog jongen te laten uitvliegen. Het vervolglegsel van een Zieuwents broedpaar bestond uit 4 eieren (eerste eileg op 17 mei) waarvan we uiteindelijk 3 jongen konden ringen, die deze week de uitvliegleeftijd bereiken.

Het vervolglegsel van een Huppels broedpaar omvatte net als het eerste legsel (dat spoorloos was verdwenen) 5 eieren, waarvan het eerste ei op 20 mei is gelegd. Van de aanvankelijk 5 jongen waren er bij het ringen vorige week nog maar 2 in leven, in een matige conditie. Of zij succesvol zullen uitvliegen zal de nacontrole over een dikke week moeten uitwijzen. 

 

Polygamie

Op 2 locaties hadden we ernstige verdenkingen van veelwijverij. De 2 vrouwen die schouder aan schouder op 6 eieren in een Heelwegse nestkast broedden deelden mogelijk een man. Geen van de 6 niet-uitgekomen eieren bleek evenwel tekenen van bevruchting te vertonen, dus of er daadwerkelijk een man in het spel is geweest blijft onduidelijk.

Over het Meddose erf waar tot onze verrassing 2 nestkasten bezet bleken te zijn, hebben we ook al eerder bericht. Zeer waarschijnlijk ging het hier om 1 man die er 2 gezinnen op nahield! Niet echt jaloersmakend; 2 vrouwen lijkt me nog wel aardig, maar de zorg voor 2 gezinnen zou ik niet zien zitten. Ik vermoed dat die man steenuil na dit broedseizoen ook tot die conclusie is gekomen.

 

Broedsucces

Onder broedsucces verstaan we het gemiddeld aantal jongen dat per gestart nest uitvliegt (dat is dus inclusief de mislukte nesten, waar geen enkel jong uitvliegt). Jongen dus, die de populatie versterken en sterfte onder de oudere generaties kunnen opvangen. Met gemiddeld 2,29 uitgevlogen jongen per gestart nest scoort 2020 heel keurig en kan de boeken in als een doorsnee jaar.

Kijken we alleen naar de succesvolle nesten (nest waar jongen uitvlogen) dan lag het aantal uitgevlogen jongen gemiddeld op 3, net als bij ons webcamgezin.

Bovendien waren de steenuilenjongen dit seizoen doorgaans in een prima conditie, daarover schreef ik al eerder een blog. Die goede conditie vertaalde zich ook in relatief geringe sterfte van jongen tijdens de nestperiode. Op een paar uitzonderingen na bleken de jongen die we ringden succesvol te zijn uitgevlogen.

 

Overleving na het uitvliegen

De eerste weken na het verlaten van het nest is de sterfte onder de onervaren en kwetsbare jonge steenuilen naar verhouding het grootst. Tot nu toe hebben we echter gelukkig nog maar weinig terugmeldingen van (door erfbewoners) doodgevonden uiltjes ontvangen. Hopelijk is dat een voorbode van succesvolle overleving na het uitvliegen.

Van de in totaal 290 geringde jongen zullen we er in de komende jaren naar verwachting zo’n 40 (ca. 15%) op de een of andere manier teruggemeld krijgen. Dat zijn zowel uilen die wijzelf elders als broedvogel terugvangen, als uilen die dood gevonden worden, bijvoorbeeld als verkeersslachtoffer. Vindt u zelf overigens ooit een dode uil (of andere vogel): controleer dan altijd of hij geringd is en zo ja, geef de gegevens door aan het Vogeltrekstation via de website www.griel.nl. U draagt dan een belangrijk steentje bij aan het vogelonderzoek!

 

… en nu is het klaar?

Nog niet. Het veldwerk zit er weliswaar nagenoeg op, maar zoals Anjo in haar woensdagblog al opmerkte ligt er nog een flinke administratieve klus te wachten. Tijdens het veldwerk zijn veel gegevens verzameld en die moeten allemaal een plek krijgen in de landelijke databases. De broedgegevens worden ingevoerd in het programma Digitale Nestkaart van Sovon Vogelonderzoek en de ringgegevens worden vastgelegd in het programma Griel van het Vogeltrekstation. Daarmee komen de resultaten van het veldonderzoek beschikbaar voor landelijke analyses en onderzoek, waarover Sovon, Vogeltrekstation en STONE regelmatig rapporteren.

Ik heb vorig jaar voor de aardigheid eens uitgerekend hoeveel tijd de administratie per jaar kost. In totaal kom ik op ongeveer een half uur per onderzocht nest. Dit is, naast de genoemde invoer in de databases, inclusief de wekelijkse planningen (maken van werkschema’s), het bijhouden van overzichten (o.a. reproductie, prooien) en rekenwerk (berekenen legselstarts, condities). Dit jaar in totaal zo’n 65 uur administratie. Daarvan heb ik nog ongeveer 40 uur te gaan … (en dat is exclusief koffiepauzes, Anjo!). 

Verstoppertje tijdens de nacontrole (links) en na het uitvliegen (rechts).

STONE

Steenuilenoverleg Nederland (STONE) is een landelijke werkgroep die steenuilenbescherming en -onderzoek coördineert, stimuleert en faciliteert. Daartoe wordt samengewerkt met relevante binnen- en buitenlandse, professionele en vrijwilligersorganisaties. STONE is een vrijwilligersorganisatie, zonder betaalde krachten. Bezoek de website van STONE


Vind ik leuk
Bewaar deze blog

Meer over

Steenuil Alle Beleef de Lente blogs

Deel dit bericht