Het is een kleine valk met lange staart. Mannetjes hebben een grijze kop en grijze staart met zwarte eindband, vrouwtjes hebben een geheel roodbruine bovenzijde, inclusief sterk gebandeerde staart. In silhouet is de lange staart kenmerkend, de vleugelpunten zijn minder spits dan bij andere valken.
Territoriaal, maar kan soms in kolonies broeden (vroeger ook in Nederland). Bouwt zelf geen nest. Broedt in oud kraaiennest, in Nederland tegenwoordig vooral in speciale open of halfopen torenvalkkasten met turf erin. Ook in nissen in gebouwen en in het buitenland op rotsrichels en in rotsspleten. Eén legsel, zeer zelden twee; meestal 4-6 eieren. Broedtijd april-juli. Broedduur 27-31 dagen, begint na leg laatste of voorlaatste ei. Vrouwtje broedt vrijwel alleen; heel af en toe komt het mannetje op de eieren zitten. Jongen vliegvlug na 27-35 dagen, worden vaak nog wekenlang gevoerd.
Het gaat niet goed met de torenvalk in Nederland, daarom is de soort in 2017 op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels terechtgekomen. De afname van de laatste decennia wordt geweten aan de intensivering van het agrarisch gebruik van graslanden, waardoor er over het algemeen veel minder veldmuizen in voorkomen. In bijzondere gevallen is er nog sprake van een muizenplaag en een tijdelijke opleving van de stand (zoals in 2014). Lees verder hoe het gaat met de torenvalk.
Torenvalken zijn gespecialiseerd in het vangen kleine zoogdieren, vooral woelmuizen (zoals veldmuis, aardmuis, noordse woelmuis). Ook wel zangvogels van open land, kuikens van weidevogels, grote insecten (kevers, sprinkhanen e.d.), vooral als er geen muizen zijn. Jaagt in lage, rustige vlucht, tijdens bidden en vanaf een zitpost. Pakt prooi van de grond na een stootduik, is niet snel genoeg om vogels in de lucht te slaan.
Tegen de zuidzijde van landgoed Heerlijkheid de Eese, op de grens van Friesland, Overijssel en Drenthe, ligt de Eeserhoek. Een betrekkelijk jonge tuin van 7000 m2 waaraan nog steeds wordt gewerkt.
Op de Eeserhoek hebben Eva Kovács en Claus van den Hoek een stoppelige paardenwei vanaf 2012 getransformeerd in een gevarieerde, ecologisch verantwoorde vegetatie met sierwaarde. Het is een combinatie van een natuurlijke sfeer en een heldere lijnvoering door een centrale hoofdas, dwarsassen, diagonalen, ovalen en cirkels.
Delen van de cirkelvormige borders komen op verschillend tijden in bloei. In juni-juli de daglelieborders, later heleniums en helianthussen en in de herfst de asterborders. Er is een grote diversiteit aan bomen en heesters. In het oude gedeelte bevinden zich volwassen rododendrons en azalea’s. Getracht is een samenhangend geheel te bereiken dat in alle seizoenen kijkplezier geeft.
De nestkast hangt aan een hijsconstructie in een houten paal op 5 meter hoogte. Hij wordt 270 graden omringd door weiland (grasland, zonder koeien) en heeft voor een kwart zicht op de tuin van 7000m2 van Eeserhoek. De torenvalken jagen altijd in het weiland, nooit in de tuin, hoewel het daar stikt van de woelmuizen. De kastopening is naar het oosten. Inmiddels hangt de kast hier 7 jaar en tot nu toe heeft er ieder jaar een torenvalk in gebroed, met nesten variërend van 4 tot 7 kuikens.
De kast hangt hemelsbreed 400 meter van de bosuilkast, die ook bij Beleef de Lent wordt getoond. Pas sinds twee jaar geeft dit problemen omdat de bosuil de valken aanvalt en de jongen rooft. Zo'n situatie wordt wel een ecologische val genoemd. De kast verplaatsen is geen optie, daarom is er nu door middel van bosuilwerende spijlen een al dan niet permanente oplossing gemaakt, afhankelijk van het eindresultaat.
Van het eerste ei tot het uitvliegen van de jongen. Wat je hier live ziet is bijzonder, maar niet vanzelfsprekend. Door de mens is er steeds minder ruimte voor ze. Daarom gaat het met veel vogels slecht. Jij kunt ze helpen: door te zorgen voor meer voedsel en veilige plekken.
Wie kent het verschijnsel niet? Langs de kant van de weg hangt een roofvogel klapwiekend stil in de lucht, speurend naar voedsel: een ‘biddende’ torenvalk. Helaas gaat het slecht met deze muizeneter.
In Nederland was de torenvalk lange tijd de talrijkste broedende roofvogel. Tegenwoordig is die plek ingenomen door de buizerd. Door gebruik van landbouwgif daalden de landelijke aantallen van de torenvalk rond 1960. Na een verbod op dat landbouwgif leefde de torenvalk weer even op. Helaas gaat hij sinds ongeveer 1990 opnieuw achteruit, met kleine oplevingen tijdens veldmuisrijke jaren. Tegenwoordig is nog maar een kwart over van de aantallen van halverwege vorige eeuw. Steeds intensiever grondgebruik maakt grote delen van het boerenland ongeschikt voor torenvalken.
Vogelbescherming Nederland pleit voor een agrarisch gebruik van het platteland met groter respect voor de biodiversiteit, zoals via de campagne Red de Boerenlandvogels, maar ook door bijvoorbeeld de aanleg van zogenaamde Vogelakkers.
Meer weten:
Helpen: