Uit de lucht gegrepen
30.05.26 In nestkast 2 wordt inmiddels bijna 2 weken gebroed. Eitjes worden ongeveer drie weke..
Door
Ronald van Harxen
Voorzitter werkgroep STONE
Ronald van Harxen, STONE | zondag 31 mei 2026 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 17x | 136x
Over weinig vogelonderwerpen wordt in het land (en in de chat) zo van mening verschild als het ringen van (jonge) vogels. Voor- en tegenstanders vliegen elkaar bijkans in de haren. "Zielig, we weten toch al genoeg, het dier heeft er last van," Versus: "Ze hebben er totaal geen hinder van, we ontdekken toch steeds weer nieuwe dingen, we willen weten hoe met de populatie gaat." Ik heb het even nagekeken, maar er zijn sinds het begin van het ringen in Nederland (1911) al 129.308 steenuilen geringd. En elk jaar komen er een paar duizend bij. Waarom doen we dat nog steeds?
Het voorbeeld hierboven maakt het direct duidelijk. De overleving van steenuilen verschilt sterk. De ene steenuil leeft tien jaar of meer, de ander slechts een paar maanden. Dat heeft overleving. Het is voor de bescherming belangrijk te weten hoe met de jaarlijkse overleving van uitgevlogen en volwassen vogels is gesteld en vooral of er trend in te ontdekken valt. Neemt de overleving toe (goed nieuws) of af (slecht nieuws)?
In 2007 bleek uit de analyse van de cijfers dat de overleving van nestjongen de decennia daarvoor gestaag was afgenomen. Slecht nieuws dus. Op dit moment - we zijn bijna twintig jaar verder - wordt die overleving - in het kader van het Jaar van Steenuil - opnieuw geanalyseerd. Dat kan alleen maar omdat tientallen ringers zich de moeite hebben getroost steenuilen te ringen. Heeft de afname zich doorgezet of is er inmiddels een kentering opgetreden? En zijn er regionale verschillen?
We weten uit de analyse van het aantal eieren en jongen én de conditie van de jongen dat het op de kleigronden gemiddeld slechter gaat dan op de zandgronden. Op de klei lopen de aantallen dan ook steeds terug: elk jaar minder. Op het zand gaat het beter: er komen langzaam meer steenuilen. De grote vraag is waardoor dat komt. Worden er op de klei minder jongen geboren, of hebben ze na het uitvliegen minder kans te overleven? Of misschien is het wel beide.
Is dat belangrijk om te weten? Jazeker. Voor een efficiënte bescherming moet je weten aan welke knoppen je moet draaien. Moeten er maatregelen worden genomen om de reproductie te verbeteren, of moet de focus juist liggen op de overleving? Als ze wel meer jongen krijgen, maar ook die extra aanwas sterft enkele maanden later, dan is het dweilen met de kraan open.
Er is maar een manier om zicht te krijgen op de overleving en dat is door zoveel mogelijk steenuilen te ringen én terug te vangen. Zo kan er berekend worden hoe het de overleving is gesteld. En kunnen we de juiste maatregelen voorstellen. Ringen doen we dus niet primair omdat we dat zo leuk vinden, maar vooral om handvatten te vinden voor een nog betere bescherming.
Steenuilenoverleg Nederland (STONE) is een landelijke werkgroep die steenuilenbescherming en -onderzoek coördineert, stimuleert en faciliteert. Daartoe wordt samengewerkt met relevante binnen- en buitenlandse, professionele en vrijwilligersorganisaties. STONE is een vrijwilligersorganisatie, zonder betaalde krachten. Bezoek de website van STONE
30.05.26 In nestkast 2 wordt inmiddels bijna 2 weken gebroed. Eitjes worden ongeveer drie weke..
29.05.26 Het is de laatste tijd heel warm in Nederland. Wij mensen hebben allemaal manieren om..
29.05.26 Vanochtend stond er weer één van de broedvogelmonitoringsrondes gepland op de Prins H..
Meld je aan voor Vogelnieuws en ontvang nieuws, inspiratie en tips over vogels. En blijf op de hoogte van beschermingsprojecten en evenementen.
Meld je aan