Aanwezig: het jaar rond
Voedsel: gevarieerd menu van muizen, insecten, larven, rupsen, kikkers, kleine vogels en regenwormen
Aantal in Nederland: ongeveer 8.000 broedparenn
Broedtijd: april-juni
Aantal eieren: 2-7, gemiddeld 4
Aantal legsels: 1
Broedduur: 26 dagen
Uitvliegen: na ongeveer 30-35 dagen
De steenuil is in ons land is hij van oudsher een bekende verschijning in vooral kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De steenuil schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, waar een steenuil vaak op een klein oppervlak alles vindt wat hij nodig heeft. Vanaf paaltjes of andere verhogingen zoekt de steenuil naar voedsel en vliegt daar in golvende vlucht op af.
De Beleef-de-lente-steenuilen leven op grote, gevarieerde erven met (oude, knoestige) bomen, struiken, heggen en weitjes, waar ze voldoende schuilmogelijkheden, broedholen, zitplaatsen om vanuit te jagen én voedsel vinden.
Het kleinschalige cultuurlandschap verdwijnt, met minder knotwilgen, oude fruitbomen en rommelhoekjes waar steenuilen kunnen jagen en schuilen. 30% tot 90% van de steenuilen broedt in nestkasten, omdat natuurlijke nestplekken zijn verdwenen. Dat maakt ze kwetsbaar. In sommige delen van ons land zien we een licht herstel, maar op veel plekken nog niet. Lees hoe het met de steenuil gaat. Lees hoe het met de steenuil gaat.
Steenuilen broeden in natuurlijke holtes van bomen en in rustige hoekjes of nissen van gebouwen. En in speciale nestkasten, zoals je ziet in Beleef de Lente.
Steenuilen broeden over het algemeen van half april tot half mei en een legsel bestaat meestal uit 3 tot 5 eieren. Jongen verlaten na ongeveer een maand het nest, maar zijn dan nog niet vliegvlug. Na ongeveer 38-46 dagen zijn ze dat wel, maar worden daarna nog ca. 5 weken verzorgd.
Wilt u ook een nestkast plaatsen voor de steenuil op uw erf? Kijk dan hier op de site van STONE (Steenuilenoverleg Nederland) over wat daarbij komt kijken.
De steenuil heeft een brede voedselkeuze. Steenuilen eten vooral veldmuizen, maar ook andere kleine zoogdieren, kleine vogels en in mindere mate reptielen en amfibieën, insecten als nachtvlinders en meikevers, regenwormen.
De steenuilkast hangt bij een boerderij in Lichtenvoorde. Op de plek waar nu de boerderij staat, bevond zich in vroeger dagen het huis Tongerlo. Een havezate die al in 1399 in de annalen werd vermeld, maar waarvan de voorlopers terug gaan naar de 11e eeuw. De bewoners maakten in de vijftiende eeuw deel van de Ridderschap van Borculo; er stroomde dus blauw bloed door hun aderen. Het huis werd in 1895 afgebroken en op de plek verrees eeen aantal jaren later een boerderij die nog steeds de naam Tongerlo draagt. Op kaarten uit de jaren twintig van de vorige eeuw is nog de gracht (ooit minstens 11 meter breed) te zien die het goed ooit omgrensde. Tegenwoordig wordt er kleinschalig geboerd met koeien en schapen. Op het erf staat een halfopen kapschuur met op de zolder opslag van stro. Daar hangt ook een kerkuilenkast die regelmatig bezet is.
De steenuilenkast is geplaatst in een laagvertakte, oude eik op de hoek met de schuur.
Van het eerste ei tot het uitvliegen van de jongen. Wat je hier live ziet is bijzonder, maar niet vanzelfsprekend. Door de mens is er steeds minder ruimte voor ze. Daarom gaat het met veel vogels slecht. Jij kunt ze helpen: door te zorgen voor meer voedsel en veilige plekken.
Wie op een rustig moment over een erf of langs een boomgaard loopt, kan hem zomaar zien zitten: de steenuil. Dit kleine, gedrongen uiltje met zijn grote gele ogen doet overdag graag een dutje in het zonnetje. Al eeuwenlang leeft hij dicht bij mensen, in ons kleinschalige cultuurlandschap met knotwilgen, schuurtjes en oude fruitbomen.
Toch ging het lange tijd niet goed met deze kleine uil. De omgeving veranderde snel: oude bomen verdwenen, schuren werden gesloten en het landschap werd steeds strakker en leger. Daarmee verdwenen ook de nestplekken, insecten en muizen. Op steeds meer plekken waar vroeger steenuilen zaten werd het stil.
Gelukkig zien we nu dat de afname van het aantal steenuilen is gestopt en in sommige delen van ons land zijn er zelfs wat meer steenuilen te zien. Dat is geen toeval. Het is het resultaat van jarenlang werk voor een landschap waar vogels weer kunnen leven.
Vogelbescherming Nederland heeft zich hier samen met vrijwilligers en partners hard voor gemaakt. In het hele land zijn nestkasten geplaatst op plekken waar natuurlijke nestholtes verdwenen zijn. Boeren en erfbewoners kregen hulp om hun erf weer geschikt te maken voor steenuilen, met ruimte voor bomen, rommelhoekjes en ruiger gras waar muizen en insecten leven. Ook wordt kennis gedeeld over hoe je het boerenland vogelvriendelijker kunt beheren.
Dankzij die inzet heeft de steenuil op veel plekken weer een toekomst. Maar het werk gaat door, want de steenuil blijft kwetsbaar. Daarom is dit jaar uitgeroepen tot het Jaar van de Steenuil, waarin Vogelbescherming samen met Steenuilen Werkgroep Nederland (STONE) en Sovon Vogelonderzoek doet hoe we de steenuil nóg beter kunnen helpen. Want een landschap waar de steenuil kan leven, is een landschap waar iedereen opbloeit.
De steenuil was lange tijd een vertrouwde broedvogel in het Nederlandse agrarisch cultuurlandschap. In de vorige eeuw namen de aantallen sterk af: van ongeveer 25.000 broedpaar in de jaren ‘50 tot 8000 à 9000 paar in het jaar 2000. Een enorme afname dus, wat de steenuil een plek op de Rode Lijst van bedreigde soorten opleverde. Belangrijke oorzaken zijn veranderingen in landbouw en landschap, waardoor nestplekken en voedsel verdwenen. Tegenwoordig is de afname gestopt en in sommige delen van ons land lijkt zelfs sprake van een lichte toename.
Door deze maatregelen krijgen steenuilen weer veilige broedplekken en meer voedsel in hun omgeving.
De inzet van Vogelbescherming Nederland richt zich op het herstellen van het landschap waar de steenuil van afhankelijk is: