Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Steenuil

Uitgevlogen

Vijver

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Ooievaar

Uitgevlogen

Lepelaar

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Uitgevlogen

Nijlgans

Uitgevlogen

Merel

Uitgevlogen

Torenvalk

Geen broedsel

Kauw

Geen broedsel

Gekraagde roodstaart

Toon alle blogs & vlogs

Door Peter de Vries
NIOO-KNAW

Niet

Peter de Vries, NIOO | woensdag 29 april 2020 | Vind ik leuk | Bewaar deze blog | 98x

Op de Hoge Veluwe zitten nu heel veel vrouwtjes kool- en pimpelmezen de hele dag in de kast. Het Grote Uitbroeden is begonnen. Dan zou je mogen verwachten dat wij dan even rust hebben totdat al die eitjes uit zijn gekomen. Nou, niets is minder waar, ik niet me een slag in de rondte (-:

Als je langdurig onderzoek doet, zoals wij van het NIOO aan koolmezen, is het natuurlijk belangrijk dat je gaat proberen randvoorwaarden zoveel mogelijk gelijk te houden. Niet alles heb je in de hand, als in het bos veel bomen omwaaien of doodgaan dan kan je daar weinig tegen doen. Ook aan de drukte in het bos door bijvoorbeeld recreatie kunnen wij weinig veranderen.

Maar een aantal factoren die de populatie kunnen beïnvloeden hebben wij natuurlijk wel in de hand. Bijvoorbeeld aan welke kant van de boom je een kast ophangt, of hoe hoog je die ophangt. Mocht een van onze nestkasten om wat voor reden ook (bijvoorbeeld de boom valt om) verplaatst moeten worden dan proberen we de kast op bijna dezelfde plek (lees een boom verder) weer op te hangen. En in dezelfde windrichting en hoogte.

Of we regelmatig kasten moeten verplaatsen? Eigenlijk valt dat reuze mee, ik schat dat we per jaar op de Hoge Veluwe (van de 440 kasten die daar hangen) zo’n 3-4 kasten moeten verhangen. Het is eigenlijk onvoorstelbaar, maar er zijn kasten die al bijna zestig jaar aan steeds dezelfde boom hangen. Kasten zijn wel aan slijtage onderhevig, en af en toe moet je de oude, versleten kast verwijderen en daar een nieuwe voor in de plaats ophangen. Daar heb ik in een eerder blog al eens iets over geschreven.  

Wat we ook proberen gelijk te houden is de predatiedruk (dit kan je uitdrukken in het aantal nesten die niet uitvliegen doordat 'andere dieren' ervoor zorgen dat ze verloren gaan). We hebben bijvoorbeeld ‘last’ van Grote Bonte Spechten, die een voorkeur ontwikkelen voor onze kasten. Ze horen de bedelende jongen en hakken dan aan de zijkant een groot gat in de kast, en daarna trekken ze de jongen een voor een de kast uit en voeren die aan hun eigen jongen. Je hebt dan ineens in een aantal kasten in een bepaald deel van het bos allemaal grote gaten. Dit gaan we tegen door de kasten te bekleden met gaas.

Predatie door spechten valt nog wel mee en komt niet heel veel voor. Waar we echt last van hebben zijn boommarters. Vele jaren waren deze zeldzaam, maar ze zijn nu weer toegenomen. En dat merken we ook in ons onderzoeksgebied op de Hoge Veluwe. Er zijn individuen die zich specialiseren in nestkasten en die ze ’s nachts een voor een afgaan. Broedende vrouwtjes en later in het seizoen jongen worden uit de kast getrokken. De boommarter gaat op de kast zitten en hengelt met zijn poten door het vlieggat in de kast. Als op deze manier een beetje materiaal te pakken is, dan kan de marter het hele nest omhoogtrekken en dan het vrouwtje of de jongen pakken. Vaak blijft het niet bij een nestkast, maar bezoekt een marter in een enkele nacht meerdere kasten. En hiermee zorg je ervoor dat er verschillen ontstaan (in predatiedruk) binnen je onderzoeksgebied. En die verschillen wil je dus uitsluiten (of in ieder geval zo klein mogelijk maken).

Predatie van marters gaan wij tegen door het plaatsen van zogenaamde korfjes op de kast. Hierdoor lukt het de marter niet meer om in de kast te hengelen en blijft het broedsel onverstoord. Om de keuze van de nestkast door het vrouwtje niet te beïnvloeden verwijderen we na het broedseizoen alle korfjes. De kasten zien er dus net zo uit als ze vroeger ook waren. Pas als het vrouwtje gekozen heeft (voor een kast) en begint met broeden plaatsen wij het korfje. Dus elke dag heb ik nu een lijst met nestkasten waarin vrouwtjes zijn begonnen met broeden. En deze kasten fiets ik dus af met in mijn fietstassen een nietapparaat, nietjes en stapels korfjes. Ik kijk of het vrouwtje op het nest zit en binnen een minuut niet ik het korfje op de kast. Het is belangrijk dat het vrouwtje in de kast zit als je deze handelingen verricht. Zit ze niet in de kast dan kan het gebeuren dat na het aanbrengen van een korfje ze de boel niet meer vertrouwd en de kast niet meer in durft.  

Het ziet er op de foto best indrukwekkend en vervaarlijk uit, al dat gaas en zo’n korfje. Maar de mezen (en bonte vliegenvangers) maakt het niets uit, die doen vrolijk hun ding. Onder dezelfde randvoorwaarden en condities zoals het al heel erg veel jaren gaat. Door al deze maatregelen kunnen wij de data die we nu verzamelen vergelijken met die uit bijvoorbeeld de jaren zeventig van de vorige eeuw. En dat is best uniek, zo’n lange tijdsreeks van koolmeesgegevens kom je (bijna) nergens anders tegen. Zeker niet op de grote schaal waarop wij het doen.

Dus ik niet me wat af deze dagen, voor morgen staan er alweer 20+ kasten op het programma (-:

Tot zover over het nieten. In mijn volgende blog ga ik iets schrijven over de legselgrootte. Daar lijkt misschien wel iets leuks aan de hand te zijn, maar dat is voor volgende week. Mis het niet!


NIOO

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) doet fundamenteel en strategisch ecologisch onderzoek. Met meer dan 300 onderzoekers en studenten is het NIOO één van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De NIOO-ers bestuderen organismen, populaties, levensgemeenschappen en ecosystemen. Samen onderzoeken ze de volle breedte van planten-, dier- en microbiële ecologie, zowel op het land als in het water. Bezoek de website van NIOO


Vind ik leuk
Bewaar deze blog

Meer over

Koolmees Alle Beleef de Lente blogs

Deel dit bericht