Wat gebeurt hier?

Vogels helpen - Of toch niet?

Snappen jullie het nog? Een koekoeksjong dat uit het nest valt wordt gered en naar de vogelopvang gebracht, maar een duidelijk ziek kerkuilenjong laten ze hulpeloos voor de webcamera doodgaan... Wil Vogelbescherming nu wel of niet vogels helpen?

Het is lang niet zo ingewikkeld als het lijkt. Maar een beetje ingewikkeld is het soms wel.

Vogelbescherming Nederland (VBN) doet aan soortenbescherming. Dat wil zeggen: ze doen er alles aan om een goed leefgebied en levensomstandigheden te maken of houden voor alle verschillende vogels die in Nederland leven.

Dat is iets heel anders dan dat VBN zou proberen om elke individuele vogel te helpen als die het moeilijk heeft.

Als er, om welke reden dan ook - te weinig voedsel, een verdwenen oudervogel, infecties of verwonden - in een nest iets misgaat, is dat heel verdrietig, maar ook wel goed: alleen de gezonde en sterkste vogels overleven. Zo gaat het in de natuur. Van een soort worden er vaak veel meer dieren geboren dan er eigenlijk plaats is, slechts een klein deel van dat aantal zal volwassen worden. Ter illustratie: twee ijsvogels krijgen vaak twee of zelfs drie keer per jaar zo'n zeven jongen. Na een jaar of drie zou dat koppel ongeveer 50 nakomelingen hebben! Als al die ijsvogeltjes allemaal zouden overleven, zou het rond alle rivieren en plassen wemelen van de ijsvogels, waarvoor dan niet genoeg voedsel zou zijn...

Daarom helpt Vogelbescherming dus niet een vogel die ziek of zwak is, maar proberen we te zorgen voor zoveel mogelijk leefgebied met voldoende voedsel en schuilgelegenheid.

Maar als jij een gewonde of zwakke vogel ziet  - een vogel die tegen een raam gevlogen is, bijna verdrinkt in een emmer water of na het uitvliegen op een ongelukkige plek terecht is gekomen (waar ‘ie door een kat of een auto gegrepen kan worden), mag je hem natuurlijk best helpen en naar de vogelopvang brengen. Net als Bram deed met de jonge koekoek.


 

Bram Ubels

Gevallen – maar gered!

Dat was schrikken, hè? We hadden al gezien dat het koekoeksjong uit het nest was gegleden nadat hij een mooie ring had gekregen. Maar toen waren er nog mensen in de buurt, zodat hij snel kon worden teruggezet. En al gauw begonnen de karekieten hun “pleegkind” weer te voeren, alsof er niks gebeurd was.

Maar door de harde wind van de laatste dagen en het gewicht van het snel groeiend jong had het karekietennestje zwaar te lijden. Het was misschien wel stevig genoeg om een paar kleine karekietjes te dragen, maar dat grote koekoekskind was toch echt iets te veel. Zodat het jong een dag later wéér in het riet tuimelde. En deze keer waren er geen mensen in de buurt..

Het leek een verdrietig einde te worden van het boeiende verhaal over de koekoek en zijn dappere kleine pleegouders. Want zelfs als de karekieten het jong bleven voeren, zou het al gauw te veel afkoelen om te kunnen overleven. Zijn verenpak was immers nog lang niet klaar.

Maar Bram – de man die een paar weken geleden het nestje met het koekoeksei had ontdekt – vond dat toch wel heel erg jammer. 's Avonds na het ongeluk ging hij kijken of er misschien nog iets te redden was. En dat wás er: een klein, koud en hongerig koekoeksjong. Het nestje waar het uitgevallen was bleek te zwaar beschadigd, zodat Bram besloot het jong mee naar huis te nemen.

Hij heeft de kleine opgewarmd en gevoerd met een heleboel meelwormen (daar zijn vogels dol op). Nu brengt hij het naar een vogelopvang, waar het met een beetje geluk kan worden verzorgd tot het groot genoeg is om in de vrije natuur te kunnen overleven.

We wensen de kleine koekoek natuurlijk allemaal heel veel geluk en gezondheid!


 

Koekoek, hier ben ik!

Gisteren is er weer een jong vogeltje uit het ei gekropen. In het nest van de kleine karekiet lagen twee eitjes, en het eerste – en grootste – daarvan is uitgekomen.
Maar de nieuwkomer is géén kleine karekiet... Het is een koekoek!

Vrouw koekoek maakt het zich makkelijk bij het zorgen voor nieuwe generaties. Ze legt wel eieren, maar in broeden en het verzorgen van jongen heeft ze geen zin. Dat laat ze liever aan anderen over. Daarom legt ze haar eieren in de nesten van andere vogels. Eén ei per nest. En heel knap: ze speelt het klaar om een ei te leggen dat in kleur heel erg lijkt op het ei van de “gastouders”.

Eén van de eerste acties van het koekoeksjong – behalve eten natuurlijk – is het uit het nest gooien van de andere jongen die geboren worden. Zo weet het zeker dat ál het eten dat wordt aangevoerd in zijn of haar eigen snavel terecht komt. Het groeit als kool en wordt soms wel drie keer zo groot als zijn “ouders”.

Merkt de kleine karekiet dan niet dat het jong er heel anders uitziet als zijzelf en dat hij veel harder groeit dan hun jongen van andere jaren? Nee, het valt ze niet op. Het enige wat ze zien is een opengesperde snavel – en ze doen wat hun instinct ze ingeeft: die snavel vullen.

Het wordt keihard werken voor die kleine vogeltjes. Maar uiteindelijk zijn ze waarschijnlijk nét zo blij als vrouw koekoek als “hun” jong straks gezond en wel uitvliegt...


 

Steenuiltjes redden het niet

We hadden zó gehoopt dat het zou lukken...

Het uilenmannetje heeft verschrikkelijk zijn best gedaan. Hij heeft dingen gedaan die we nog nooit van uilenmannen gezien hebben. Hij heeft de jongen warm gehouden onder zijn vleugels. Hij heeft muizen en ook kleinere prooien in stukjes gescheurd en die aan de jongen gevoerd. Terwijl we altijd dachten dat alléén uilenmoeders dat konden. We gunden het hem allemaal dat zijn harde werken beloond zou worden.

Maar helaas. Het was ook teveel werk voor één uil. De jongen waren nog te klein om zelf warm te blijven als ze wat langer alleen gelaten werden. En het vangen én voeren van de prooien was veel te zwaar voor alleen een - onervaren - uilenman. In de loop van de nacht werden de jongen stiller en stiller. En het werd steeds duidelijker dat ze alle drie zouden sterven.

Ook de uilenman zag dat. Hij gaf zijn pogingen op en haalde uiteindelijk zijn jongen uit het nestkuiltje en legde ze in het hoekje bij de prooien. Want ook dode uilskuikens zijn eten.

De natuur is keihard. Soms veel harder dan we zouden wensen. Maar het hoort er allemaal bij. Leven en dood liggen soms dicht bij elkaar. Waar één dier doodgaat, kan een ander weer leven. De natuur is hard, maar mooi!


 

Gevaar in de nacht

Het gaat lang niet altijd perfect in de natuur - en dus ook niet voor de webcams van Beleef de Lente.

Afgelopen nacht kwam een van de grootste vijanden van de steenuilen een kijkje nemen bij de nestkast. De steenmarter. Die lust graag een uilskuiken en zelfs een volwassen exemplaar loopt het risico op een dodelijke beet.
Vrouw uil hoorde hem al aankomen en maakte gauw dat ze wegkwam. De jongen waren veilig, omdat de nestkast zó gemaakt is dat een marter niet naar binnen kan komen.

Betekent dat dat alles goed is afgelopen? Jammergenoeg niet. De steenuilenjongen zijn nog zo klein dat ze zonder de zorgen van de moederuil waarschijnlijk niet kunnen overleven. Ze moeten nog warm gehouden worden en ze moeten worden gevoerd, want ze kunnen zelf nog geen kleine stukjes van een prooi afscheuren.
En de moeder is, na de mislukte aanval van de steenmarter, nog steeds niet terug in de nestkast gekomen.
We zien wel iets heel bijzonders: de steenuilenman probeert zo goed mogelijk de verzorging van de kleintjes over te nemen. Maar of dat lukt? De kans daarop is niet zo heel erg groot, dus we moeten rekening houden met het ergste...

Maar wie weet... Heel misschien lukt het de man toch om de jongen goed warm te houden en te voeren. En heel misschien komt de moederuil toch nog op tijd terug naar de kast.
We moeten allemaal maar heel erg had gaan duimen!


 

Te koud, te nat, te klein

Het valt voor jonge vogels niet mee om groot te worden. En bij de ooievaars kunnen we zien dat het lang niet altijd lukt.

Vijf kleine ooievaartjes is véél voor een ouderpaar. Het zijn schrokkopjes en er moet heel veel eten worden gebracht om vijf snaveltjes te vullen. Voor de jongste is het altijd het moeilijkst: de grotere broers en zussen zijn sterker en zitten vaak vooraan als er eten wordt gebracht.

En als het zo koud en nat is als de afgelopen week, is het bijna onmogelijk voor de kleintjes om in leven te blijven. Hun donsveertjes houden ze niet warm genoeg en houden ze niet droog in het natte, modderige nest. We zagen hun dons van stralend wit al steeds grijzer en donkerder worden.

De drie kleinste jongen werden te koud en te nat om te overleven. Ze hebben het niet gehaald.

Het hoort erbij

Voor ons is dat verdrietig, voor pa en ma ooievaar hoort het erbij. Zij zorgen voor de grootste en de sterkste van het nest, in de hoop dat ze die warm genoeg kunnen houden tot de zon weer wat meer gaat schijnen en de regen verdwijnt. De dode jongen gooien ze uit het nest.

En voor de ouders en de grootste van de jongen betekent het nu – hoe hard dat ook klinkt – dat er méér eten voor de nog levende jongen is. Dat betekent: meer kans om te overleven.

Dus allemaal héél hard duimen voor de twee overblijvende jonge ooievaartjes!


 

In de draaimolen

Wat gaat het goed met de kleine ijsvogeltjes, hè? Ongelooflijk dat die kleine diertjes zomaar een hele vis naar binnen kunnen slokken!

Hebben jullie ook gezien hoe netjes elk jonkie op zijn of haar beurt een visje krijgt? Ze staan in een kringetje tegen elkaar aan, en elke keer als pa of ma iets te eten heeft gebracht, draait het molentje één plaatsje verder, zodat het volgende visje in de snavel van het volgende jong verdwijnt. Heel knap zoals de natuur – of het instinct van de ijsvogels – dat geregeld heeft, vinden jullie ook niet?

En dat kunnen we allemaal zien doordat er een camera in het nest is geplaatst. Dat levert niet alleen mooie beelden op, maar ook heel veel nieuwe informatie over de ijsvogels!


 

Een vliegend ei

Hebben jullie gezien hoe één van de slechtvalkeneieren ineens verdwenen was? Het bleef een poosje onduidelijk waar het gebleven was, maar bij het nakijken van alle camerabeelden werd het raadsel opgelost. Inmiddels hebben jullie dat ook in een filmpje kunnen zien.

Het ei bleef aan de borst van vrouw slechtvalk plakken toen ze even naar buiten ging. En tijdens het vliegen is het waarschijnlijk gevallen. In elk geval kwam het niet meer met haar mee naar binnen.

Hoe kan zoiets gebeuren?

In elk geval heeft de slechtvalk het ei niet expres naar buiten gebracht. Zoiets kunnen vogels nu eenmaal niet bedenken.

Misschien was het ei kapot gegaan en was er wat eiwit aan de buitenkant van de schaal gekomen. Dat is een beetje kleverig, en daardoor kan het dan aan de huid van de vogel blijven plakken.

Het kan ook zijn dat de huid van vrouw slechtvalk door het lange broeden een beetje plakkerig was geworden. Als vogels eieren leggen, krijgen ze een kale plek op hun borst; de “broedplek”. Daar verdwijnen de veren tijdelijk, zodat er zoveel mogelijk warmte aan de eieren kan worden afgegeven.

Hoe dan ook, het ei is weg. Nu maar hopen dat alles met de overgebleven eitjes wél goed gaat!


 

Koolmees bouwt nest

De koolmees zoekt het hogerop

Hebben jullie gezien dat nu ook de koolmezen begonnen zijn aan het bouwen van een nestje? 

Het begon met af en toe een inspectie van de nestkast. Kijken: zou dit een geschikt plekje voor ze zijn? Als ze denken van wel, zie je ze vaak pikken rond het invlieggat. Dat doen ze om andere mezen te laten weten dat dit hún plekje is.
En daarna brengen ze allerlei takjes naar binnen. Die takjes stapelen ze op elkaar. Dat is de basis van het nest. Als het vrouwtje tevreden is over de takkenbasis komt ze met zachter materiaal. Mos bijvoorbeeld. Dat legt ze bovenop de takjes.

Het nest wordt steeds hoger. En steeds zachter. Op het mos legt ze vaak nog zachter materiaal. Een dikke laag veren, wol van schapen, haren van honden en katten, draadjes wol... Als het maar zacht is. 

Maar waarom wordt het nest eigenlijk zo hoog? Slechtvalken leggen hun eieren op grind. Uilen op een beetje stro. Maar koolmezen maken er bijna een flat van. Heel zorgvuldig opgebouwd uit verschillende lagen. Als straks het vrouwtje in de nestkast blijft slapen, zie je dat ze bijna helemaal wegzakt in het nest en bijna niet meer te zien is.
En dat is ook precies de bedoeling. Als ze het eerste eitje heeft gelegd, gaat ze nog niet meteen broeden; dat doet ze pas als het legsel compleet is. Het eerste eitje wordt zorvuldig verstopt onder het nestmateriaal – en alle volgende eitjes ook. Dan zijn de eitjes warm en veilig als het vrouwtje overdag op stap is.

Slim hè?

Enne... als jullie koolmeesjes in de buurt zien die nestmateriaal verzamelen, kun je ze helpen door draadjes wol of de haren die je verzamelt als je de hond of kat borstelt buiten te hangen! 


 

Drie min één is...

Dat is raar! We hadden toch duidelijk gezien dat vrouw bosuil drie eieren had gelegd. Maar er zitten maar twee jonge uiltjes onder haar warme veren. Wat is er met het derde ei gebeurd?

Er kan van alles misgaan met een vogeleitje. Soms is een ei niet bevrucht. Dat wil zeggen: de paring van man en vrouw is niet gelukt. Misschien was het niet het goede tijdstip, misschien zijn de zaadjes van de man niet op de goede plek terecht gekomen... Hoe dan ook: er groeit wel een ei in het vrouwtje, maar in dat ei groeit geen jong vogeltje.

Maar ook bij bevruchte eieren kunnen problemen ontstaan. Als een ei niet goed bebroed wordt – bijvoorbeeld doordat het niet regelmatig wordt gekeerd of als het te veel afkoelt of juist te warm wordt – kan de groei van het embryo stoppen of ontwikkelt het kuiken zich niet goed. Soms heeft de vogelvrouw een kalkgebrek en vormt zich geen harde schaal rond het ei – dat noemen we een windei. Daar kan geen kuiken uitkomen, omdat dat de kalk van de schaal nodig heeft om te groeien. Heel soms – maar heel vaak komt dat niet voor – sneuvelt er een ei doordat een van de ouders er iets te wild mee omgaat. Ook komt het wel voor dat het jong niet genoeg kracht heeft om de eischaal te breken, dan gaat het binnen de eierschaal dood.

Maar wat is er dan precies gebeurd met het derde ei van de bosuilen? De laatste mogelijkheid – dat het uilskuiken de schaal niet kon breken – was het waarschijnlijk niet. Want we hebben het ei niet horen piepen en er zit ook geen gaatje in de schaal. Beschadigingen door pa of ma uil zijn er niet geweest.

Misschien hebben jullie gezien of gelezen dat er af en toe een deukje in een van de eieren is gezien. Dat zou kunnen betekenen dat het een windei was: zo'n ei zonder stevige kalkschaal.Maar helemaal zeker wordt het pas als het ei wordt onderzocht. Dat gaat gebeuren als het ei er nog ligt bij de eerste controle van de jonge uiltjes; dan wordt het meegenomen en goed bekeken.

Trouwens: waarschijnlijk was het niet het derde ei dat is mislukt, maar het eerste. Dat zou ook verklaren dat het zo lang duurde voordat het eerste jong uit het ei kroop: dat het eerste jong niet uit het eerste, maar uit het tweede ei gekomen is.


 

Ruziënde ijsvogels

Hebben jullie het filmpje van het ijsvogel gezien? Heftig was dat! Maar wat was er nu precies aan de hand?

Als het lente wordt, zoeken alle vogels een partner en een plek om te broeden. Bij ijsvogels gaat dat zo: het mannetje kiest de nestplaats en nodigt dan een vrouwtje uit. Als hij er eentje gekozen heeft, vinden vrouw en man allebei dat dít de plek is waar ze willen nestelen.

Voor de camera verscheen de laatste tijd al regelmatig het paartje dat deze nestplaats heeft uitgekozen.

Maar van de week zaten er ineens twéé vrouwtjes op de tak. Dat het vrouwtjes waren, is te zien door de rode ondersnavel; bij mannetjes is de snavel helemaal zwart.

Twee vrouwtjes in één nest, dat gaat natuurlijk niet. En dan blijkt ineens hoe fel ijsvogels kunnen zijn. De vrouwtjes gaan elkaar te lijf. Al gauw bemoeit ook het mannetje zich met het gevecht en duwt een van de vrouwtjes van de tak. In het water vechten de dames verder – en dat gaat er niet zachtzinnig aan toe! Eén van de vrouwtjes weet nog even de tak te bereiken, maar ze wordt er al snel weer afgeduwd, en dan volgt er nog een watergevecht. Uiteindelijk vertrekt een van de vrouwtjes, waarschijnlijk de indringster. Dat is heel slim van haar, want soms worden die gevechten in het water zó fel, dat een van de ijsvogels verdrinkt. Gelukkig liep het voor de camera goed af!

Nu je dit allemaal weet, is het leuk om het filmpje nog eens te bekijken. Dat kan hier