naar vogelbescherming.nl Vogelbescherming Nederland - Samen voor vogels en natuur

Uitgevlogen

Steenuil

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Huiszwaluw

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Ooievaar

Uitgevlogen

Kauw

Uitgevlogen

Lepelaar

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Geen broedsel

Voedertafel

Geen broedsel

Havik

Alle Beleef de Lente camera's gaan op 29 september definitief uit.   *   Helaas heeft nog een jong kerkuiltje het niet gered   *   Onraad bij de kerkuil   *   Schoon en fris   *   Drukte op de tak

Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag over een van de Beleef de Lente vogelsoorten, die hier niet
beantwoord wordt? Stel hem op de webpagina van die soort (naast het live beeld).

Lepelaar

Het voedselgebied strekt zich uit tot op 40 km van de broedkolonie. Er wordt dan vooral gefoerageerd in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen. In het getijdengebied wordt in voorjaar en zomer ook veel gefoerageerd op zoutwaterprooien (o.a. garnaal, jonge platvis).

De kuikens verlaten het nest en verzamelen zich in crèches, maar blijven oefenen met vliegen en gaan geleidelijk steeds verder met de ouders mee. Het is dus niet zo, dat ze meteen 20 kilometer gaan vliegen.

 

 

Nadat de lepelaars officieel vliegvlug zijn volgt er nog een periode van nazorg van 3,5-10 weken. Ze worden dan nog bijgevoerd en leren zelf foerageren, terwijl hun snavel nog doorgroeit. Na 40 dagen is hun snavel 103 mm, ongeveer de helft van een volwassen lepelaar. De snavel groeit ongeveer 2 mm per dag, dus laten we zeggen dat ze na zo'n 50 dagen net zo'n lange snavel hebben als hun ouders. Er van uitgaande dat de groei net zo hard doorgaat buiten het nest. 

De lange veren op hun kop en de gele nekband hoort bij hun broedkleed. Ook de volwassen vogels hebben dat alleen in het broedseizoen. Dat duurt dus nog wel een aantal jaar. 

Mij (Camilla) is verteld dat de snavelvlek inderdaad als 'vingerafdruk' werkt. Zodra de lepelaar volwassen is, blijft de snavelvlek hetzelfde. Echter kan ik geen literatuur vinden die deze uitspraak ondersteunt. Daar ben ik nog mee bezig. 

Maar mocht het zo zijn dat het een vingerafdruk is, dan is het ook nog de vraag of de vlekken voldoende verschillen om met zekerheid te zeggen dat het om M of V van NC gaat. Er wordt gewerkt aan het aanleggen van een fotodatabase van de lepelaars van de Buitenliede om te kijken of dit werkt, maar dit staat allemaal nog erg in de kinderschoenen. 

Als er klautermogelijkheden zijn kunnen ze het nest al wel verlaten. Gisteren heeft Camilla waargenomen, dat een ouder op het nest staat en dat meerdere jongen in de buurt aan het bedelen waren.

 

 

Een dreigende houding betekent dat de lepelaar iets waarneemt, wat hem niet bevalt. Via de webcam kan hiernaar alleen maar worden gegist.

De natuurlijke vijand van de lepelaar is de vos. Dit verklaart waarom de lepelaars in de bomen broeden.

Team lepelaar

Deze lepelaars worden niet geringd. Want zodra een nest wordt benaderd, vluchten alle jonge vogels in paniek uit de nesten. Omdat ze niet kunnen terugkeren, zijn ze dan ten dode opgeschreven.

 

Lepelaarkuikens zijn semi-nestvlieders, dat betekent dat ze tussen nestblijver- en -vlieder inzitten. Nestblijvers worden kaal en blind geboren en zijn compleet afhankelijk van hun ouders voor voedsel. Nestvlieders worden gebeuren met een donskleed en ogen open en kunnen vrijwel meteen op zoek naar hun eigen voedsel. Lepelaarkuikens zitten daar tussenin. Ze worden geboren met donskleed en open ogen, maar zijn wel afhankelijk van hun ouders voor voedsel totdat ze uitvliegen. 

Lepelaars eten kleine visjes, garnalen en andere kleine waterbeestjes. Die vangen ze op een hele andere manier dan reigers. Lepelaars lopen door het water en bewegen daarbij hun open snavel heen en weer. Als ze iets voelen proberen ze het beestje te pakken. Dat voelen doen ze met gevoelige sensoren in hun snavel. Soms rennen ze dan met hun snavel in het water achter hun prooi aan. Hun snavel zit vol met zenuwuiteinden. Tevens hebben ze ribbels aan de binnenkant van hun snavel, zodat ze meer grip hebben op hun prooi. Hun snavel helpt dus met het vangen van prooien, zoals je hier kan zien: 

https://www.landschapnoordholland.nl/beleef-de-lente/zo-zoeken-lepelaars-voedsel

 

Voor zover wij weten is dat onbekend. We weten namelijk niet hoeveel tijd er zitten tussen de vangst van een prooi en het moment van voeren. Je zou zeggen dat het voor jonge kuikens langer voorverteerd wordt en dat ze grover voedsel kunnen krijgen als ze groter zijn, maar dat blijft speculeren. 

Team lepelaar

Lepelaars hebben een kleine witte eitand.

Grootpoothoenders en kiwi’s zijn de enige vogels die geen eitand hebben. De grootpoothoenders ontwikkelen een eitand in de embryonale fase, maar verliezen hem voordat ze uitkomen. De kiwi heeft helemaal geen eitand.

Beide soorten gebruiken hun poten om uit het ei te breken.

Lepelaars voeren hun jongen wat ze zelf eten. Ze zoeken hun voedsel in zoet/brak/zout water. Afhankelijk waar ze voedsel zoeken, eten ze vis, garnalen, maar ook andere prooien in het water. De jongen steken hun snavel in de krop (keelzak) van de ouder en eten dan een mengsel van deze prooien. 

Broed- en voedselgebieden kunnen verschillen van elkaar, maar het liefst liggen deze dicht bij elkaar. Lepelaars zijn meer dan alleen wadvogels. Ze kunnen voedsel zoeken op het wad, maar ook in polders. Hun broedplekken kunnen ook verschillen. Het belangrijkste is hierbij dat ze veilig zijn. Vroeger broedden ze vooral op de grond of in struweel bij rietmoerassen, zoals Naardermeer. Door verdroging en toename van vossen werden deze plekken te gevaarlijk en verplaatsten ze zich naar de wadden. Ondertussen zijn ze het vasteland opnieuw aan het koloniseren. Dat doen ze door in bomen te broeden, maar ook op legakkers, zodat ze omringd worden door water.

Lees meer in deze blog: https://www.vogelbescherming.nl/beleefdelente/blog/lezen/werkgroep-lepelaar-gaat-het-inderdaad-goed-met-de-soort

Verder vallen nest wel eens uit bomen. Op de berkenstam hebben ze 3 jaar gebroed, maar sinds de berkenstam is gebroken is het instabiel geworden. Dus we gaan het zien. 

In de regel blijven lepelaars de eerste paar jaar in hun overwintergebieden tijdens het broedseizoen, maar er zijn uiteraard ook uitzonderingen. Je kan subadulten nog herkennen door hun zwarte vleugelpunten aan de onderzijde van hun vleugels. Deze zie je ook wel eens in het broedseizoen in de kolonie rondhangen. Misschien broeden ze nog niet, maar oriënteren ze zich op de beste plekjes. 

Lepelaars, en andere vogelsoorten, gapen zeker. Ik durf alleen niet te zeggen waarom ze dat doen en hoe dit precies werkt. Soms hangt het samen met het opkomen van een braakbal (onverteerbare resten), maar dan lijkt het meer op kokhalzen, dan gapen. 

Bij lepelaars kan paarvorming (partner en nestplek vinden) heel snel gaan, maar ook heel langzaam. Bij de lepelaars voor nestcam gaat het soepel. Op één gevecht met een derde lepelaar na. 

Op de berkcam gaat het er anders aan toe. Lepelaars kunnen nesten inpikken en partners kunnen geruild worden, waardoor paarvorming lang kan duren. Lepelaars zijn kolonievogels, dus ze tolereren buren in de nabije omgeving, maar daar gaat meestal wel wat gekibbel aan vooraf. Het kan zijn dat het tweede paar het nest wil inpikken, maar het kan ook zijn dat ze gewoon hun eigen nestplek afbakenen. 

Op de berkenstam hebben de afgelopen 3 jaar steeds 3 paren gebroed, dus het zou ook zomaar kunnen dat er straks nog een paartje een plek komt claimen. 

 

Het is lastig beoordelen of hun handelingen geen functie hebben bij het bouwen van hun nest. Misschien zijn ze bezig met herschikken van materiaal? Of trekken ze aan takken om uit te proberen of ze losbreken, zodat ze gebruikt kunnen worden als nestmateriaal. Misschien is het wel een combinatie van baltsgedrag en nestbouw of loopt het ene gedrag in het ander over. In het boek Lepelaargewoonten van Ernst Poorter wordt 'nestplaats-wijzen' en 'materiaal-schikken' als baltsgedrag geclassificeerd. Hij geeft hierbij aan dat dit gedrag kan leiden tot een verder op te bouwen nest, maar tevens kunnen ze het nest nog verlaten, waardoor het op te vatten is als onderdeel van de paarvorming.

De veren op de kop van een lepelaar zijn verlengd in het broedseizoen. Deze sierveren zijn onderdeel van hun broedkleed in combinatie met de gele band om hun hals. De sierveren wapperen mooi in de wind, maar zijn ook een belangrijk communicatiemiddel. De kopveren worden regelmatig opgezet bij het baltsen en het verdedigen van een nestplek.

In de regel hebben alle lepelaars een gele snavelvlek, maar deze is enorm variabel in vorm en grootte. Er zullen vast individuen zijn waar de gele snavelvlek amper/niet zichtbaar is. Verder hebben alleen volwassen vogels eens snavelvlek. Het duurt een paar jaar voordat lepelaars een zwart/gele snavel krijgen.

Zodra lepelaars een nest hebben, zullen ze ook rusten bij dat nest. Hoewel ze ook nog steeds in de nacht uitstapjes kunnen maken om voedsel te zoeken. Op dit moment zijn de lepelaars vooral bezig met nestinspectie en zijn ze dus nog niet aan het broeden. Ze kunnen dus in de kolonie slapen, maar misschien niet voor de camera's. Maar ze kunnen ook in de omgeving in ondiep water of op een eilandje overnachten, zoals ze dat ook in de nazomer doen. Zo zijn ze veilig.

team lepelaar

 

In De Liede komen de eerste lepelaars meestal in de 1e of 2e week van maart.

Bijna alle Nederlandse lepelaars overwinteren in Frankrijk, Spanje, Portugal, Mauretanië of Senegal. Een klein deel van de populatie(vooral juvenielen) overwintert op Texel, in Noord- en Zuid-Holland en met name in het deltagebied.

Meestal leggen ze 3 tot 4 eieren. Soms worden er ook nesten van 6-7 eieren gevonden, maar dan zijn er vermoedelijk extra eieren van een andere vrouw bij gelegd. De eieren worden met tussenpozen van 2-3 dagen gelegd. Ze komen na ongeveer 24 dagen uit.

Lepelaars beginnen in de regel met broeden vanaf het eerste of tweede ei. Dat betekent dat de eieren niet tegelijkertijd uitkomen en dat er verschil in grootte zal zijn tussen de kuikens. Er wordt meestal maar 1 jong groot. In De Liede is het broedsucces echter groter; per nest vliegen er gemiddeld bijna drie jongen uit.