naar vogelbescherming.nl Vogelbescherming Nederland - Samen voor vogels en natuur

Live

Voedertafel

Live

Kerkuil

Live

Steenuil

Uitgevlogen

Huiszwaluw

Uitgevlogen

Slechtvalk

Uitgevlogen

Ooievaar

Uitgevlogen

Kauw

Uitgevlogen

Lepelaar

Uitgevlogen

Koolmees

Uitgevlogen

Bosuil

Geen broedsel

Havik

Drukte op de tak   *   Vijf kuikens en een muis   *   Smullen van een peer   *   Jongste kerkuilskuiken heeft het niet gered..   *   Steenuil is een dagje thuis

Even voorstellen: de lepelaar

De lepelaar is één van de beschermingssuccessen van Vogelbescherming. Rond 1970 waren er nog maar 170 broedpaar in ons land, nu ruim 2.500. De Nederlandse populatie lepelaars is uniek, in andere landen in Noord-West-Europa broeden ze nauwelijks. Lepelaars bevinden zich van februari tot september/oktober in Nederland. Via Franse en Spaanse moerassen trekken ze naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d'Arguin). Lepelaars broeden in moerassige gebieden, dichte rietkragen of moeilijk bereikbare bomen en struiken, maar ook op kwelders.

Broeden

De lepelaars in Nederland broeden van eind maart tot en met eind juli, soms eerder. Ze hebben één legsel per jaar van meestal 4 eieren die zo'n 25 dagen worden bebroed. Lepelaars broeden vrijwel overal in gemengde kolonies met reigers, aalscholvers, grauwe ganzen of zilver- en/of kleine mantelmeeuwen. De eieren komen tegelijk uit. Jongen zijn na zo'n 7 weken vliegvlug. Er wordt meestal maar 1 jong groot. Na 3 tot 4 jaar zijn de vogels geslachtsrijp.

Voedsel

Het voedsel bestaat in het voorjaar vooral uit zoetwaterprooien (o.a. stekelbaars en amfibieën, grotere aquatische insecten zoals libellenlarven en andere ongewervelden). Er wordt dan vooral gefoerageerd in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen. In het getijdengebied wordt in voorjaar en zomer ook veel gefoerageerd op zoutwaterprooien (o.a. garnaal, jonge platvis). Het voedselgebied strekt zich uit tot op 40 km van de broedkolonie. In de nazomer verzamelt de soort zich in de grote wateren met een gunstig voedselaanbod en veilige rustplaatsen, zoals Lauwersmeer, IJsselmeerkust, Oostvaardersplassen en het Wadden- en Deltagebied.

De locatie

Broedende lepelaars langs het fietspad

De oeverlanden van De Liede vormen een parel aan de oostkant van Haarlem. Dit kleine natuurgebied is in beheer van Landschap Noord-Holland. Er groeien zeer bijzondere planten waaronder het vleesetende plantje zonnedauw. Maar het meest bijzondere is de lepelaarkolonie. Omdat een spoorlijn en een snelweg De Liede doorsnijdt, zijn er twee verschillende delen ontstaan met elk een eigen karakter. De Liede is van oorsprong een veenstroom die water van een hoogveengebied naar het IJ bracht. Het kent veel landschappelijke verrassin­gen.

Lepelaars van dichtbij

Let niet op de snelweg en de vliegtuigen. Dat doen de lepelaars ook niet die hier tot ieders verbazing in 2004 zijn gaan broeden. Vanaf het fietspad langs de Amsterdamsevaart zijn de vogels met hun jongen goed te zien van april tot en met juni. Dit is de eerste plek in Nederland waar de lepelaars in bomen zijn gaan broeden. Lekker veilig tegen vossen.

Noordkant ook de moeite waard

De wandel- en fietsbrug aan de noordkant van de spoorbaan geeft een spannende kijk op de rietjungle. Door de bijzonder samenstelling van de bodem groeien er meer dan honderd soor­ten moerasplan­ten, zoals waterdrieblad en zelfs zonne­dauw. Broedvogels zijn blauwborst, rietgors, rietzanger en soms snor en bruine kiekendief. Op een parkeerterreintje begint een wandelpad dat een lus maakt rond het toegankelijk deel van de oevers. Hier lopen enkele pony’s om het gebied open te houden met hun gegraas.