Navigatie overslaan

Uitgevlogen

Vijver

Uitgevlogen

Kerkuil

Uitgevlogen

Ooievaar

Uitgevlogen

Gierzwaluw

Uitgevlogen

Bosuil

Uitgevlogen

Merel

Uitgevlogen

Scholekster

Uitgevlogen

Boerenlandvogels

Uitgevlogen

Zeearend

Geen broedsel

Slechtvalk

Geen broedsel

Koolmees

Geen broedsel

Boerenzwaluw

Geen broedsel

Visarend

Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag over een van de Beleef de Lente vogelsoorten, die hier niet
beantwoord wordt? Stel hem op de webpagina van die soort (naast het live beeld).

Steenuil

In principe besluiten de regionale werkgroepen die de kasten plaatsen wanneer ze schoongemaakt worden. Meestal gebeurt dat in de winter, dus ruim na het einde van een broedseizoen en ook ruim voor begin van het nieuwe broedseizoen.

In de winter worden voornamelijk muizen gegeten. Die houden tenslotte geen winterslaap. Vogels zullen wellicht ook nog wel op het menu staan, maar minder dan tijdens het broedseizoen.

Als de jonge steenuiltjes in de vroege herfst uit het ouderlijk territorium worden verdreven moeten zij op zoek naar een eigen plek en partner. Zijn die eenmaal gevonden dan blijven ze zowel plek als partner in het algemeen hun leven lang trouw. Maar waar komen die jonge vogels terecht? Of om het 'geleerd' te zeggen: hoe verloopt de dispersie?

Dankzij terugmeldingen van geringde jonge steenuiltjes is duidelijk geworden dat deze zich het liefst zo dicht mogelijk bij de geboorteplek vestigen. Uit Duits onderzoek met gezenderde jonge steenuilen is echter wel gebleken dat er vóór het definitieve vertrek uit het geboorteterritorium stevige ommetjes van vele kilometers kunnen worden gemaakt.


Analyse van alle Nederlandse terugmeldingen uit de periode 1911-2009 bracht aan het licht dat 15% van alle nestjongen zich vestigde binnen 1 km van de geboorteplek, 95% binnen 10 km en slechts 1% verder dan 25 km. Uit alle onderzoeken blijkt voorts dat vrouwtjes gemiddeld wat verderweg dan mannetjes hun plek voor het leven vinden; een interessante kwestie....

Vogels kunnen niet ruiken. Gelukkig maar, want inmiddels liggen er in de nestkast diverse kapotgetrapte braakballen, ontlasting en uitgedroogde of verse restprooien. Je kunt je voorstellen dat dit niet zo fris ruikt.

Uit onderzoek is gebleken dat vogels reageren op dezelfde smaakcategorieën als de mens: zout, zuur, bitter en zoet. Hier zijn studies over geweest. Hoe dit precies zit, kan je opzoeken op internet. Vogels kiezen hierdoor voedsel die ze inderdaad " lekker" vinden.

Kleine muizen worden soms wel in zijn geheel ingeslikt door de kuikens, maar over het algemeen wordt een muis in kleinere stukken opgegeten. Ook volwassen steenuilen eten muizen vaak in kleinere stukken en bewaren graag nog een restant voor een later moment. Ze kunnen het dus wel, maar geven er meestal niet de voorkeur aan.

Normaal gesproken hebben steenuilen één legsel perjaar, doorgaans beginnen ze tussen half april en half mei met leggen.

Als een legsel in een vroeg stadium verloren gaat - vóór half mei in elk geval - komt het soms voor dat ze aan een nieuw legsel beginnen. Dat heet dan officieel een vervolglegsel, niet een tweede legsel.

De jongen geven zelf aan wanneer ze genoeg gekregen hebben. Dan happen ze niet meer naar de voorgehouden hapjes. Vrouw uil blijft voeren zolang de jongen blijven vragen. Pas als alle snavels dicht blijven (of als het voer op is, natuurlijk) stopt ze met voeren.

Een interessante vraag!

Wanneer een muis doodgaat, stopt uiteraard de bloedsomloop. Net als bij overleden mensen zal het bloed stollen, en bij muizen gebeurt dit vrij snel. Het bloed wordt dus dikker. Overigens hebben muizen een totaal bloedvolume van ongeveer 1,5 ml, dus heel bloederig zal het (gelukkig!) nooit worden ;-)

De eitand zal er een dezer dagen af vallen (als dit nog niet is gebeurd). Goed blijven turen dus ;-) 

De eieren van de steenuil komen inderdaad kort na elkaar uit.

Ook bij bosuilen is dat het geval. Dat komt doordat deze uilen pas gaan broeden als het op één na laatste of het laatste ei gelegd is.

Oehoes, kerkuilen en ransuilen beginnen direct na het leggen van het eerste ei met broeden. Daarom komen bij die soorten de jongen ook met tussenpozen van een of twee dagen uit het ei.

Voordeel van het tegelijk uitkomen van de eieren is dat alle jongen ongeveer even groot zijn en daardoor allemaal evenveel kans hebben om voldoende eten te krijgen. Er is niet echt een "grootste/sterkste" in het nest, en ook niet echt een achterblijvertje (tenzij door andere oorzaken).

Dat is onmogelijk te zeggen. Het hangt er sowieso al vanaf om welke roep het gaat - territoriumroep, contactroep, alarmroep...

De territoriumroep bijvoorbeeld is voor mensen op een afstand van een paar honderd meter te horen. Maar dat zegt eigenlijk niet zoveel, want het gehoor van uilen is véél beter dan dat van mensen.

Kortom: we kunnen er alleen maar naar raden.

De verschillende soorten 'muizen' zijn te onderscheiden aan vorm, oren en de vachtkleur. De 'ware muizen' lijken het meest op een typische muis: grote oren, kraaloogjes en een lange staart (denk aan Mickey Mouse!). Hieronder vallen de huismuis, bosmuis, grote bosmuis, dwergmuis, maar ook de bruine en zwarte rat.

Naast de ware muizen kennen we woelmuizen. Over het algemeen zijn de staarten van woelmuizen korter en dichter behaard dan die van andere muizenfamilies. Ook de oren en ogen zijn kleiner en deze vacht is wat ruiger.

Bij nestcontroles worden de jonge uiltjes niet van kop tot staart gemeten, dus de precieze grootte kunnen we niet geven.

Wat wél wordt gemeten, is het gewicht en de vleugellengte van de jongen. Direct na het uitkomen wegen ze zo'n 10 à 11 gram; de lengte van de vleugels is ongeveer 1,7 cm. Dus je kunt wel nagaan dat ze echt ieniemienie zijn...

Een steenuil graaft om een mooi nestkommetje te maken om de eieren in te kunnen leggen. Vanuit man is het meer om vrouw te laten zien dat hij een mooie kuil voor haar gegraven heeft in voorbereiding op de paring en eileg. Beetje indruk maken dus.

De gemiddelde levensverwachting van een steenuil is 2,3 à 2,8 jaar (gerekend vanaf het moment dat ze geslachtsrijp zijn geworden, dat is al in het eerstejaar na hun geboorte). De hoogste in Nederland vastgestelde leeftijd is echter maar liefst 15 jaar.

Die vraag is niet zo heel eenvoudig te beantwoorden...

Ruim voor de bevruchting is het ei al in de maak. Het begint met de eicel die rijpt in de eierstok, met voedsel voor het embryo en het genetische materiaal van het vrouwtje. Als deze rijp is, komt het in de eileider terecht waar het "klaarstaat" om bevrucht te worden. Na een bevruchting duurt het dan ongeveer 2 dagen. Maar we weten nooit precies wanneer de aanmaak van het eerste ei precies begint. Dat hangt af van diverse factoren: temperatuur, beschikbaarheid van prooien, conditie van het vrouwtje en dergelijke. Bovendien kunnen we via de camera's nooit vaststellen wanneer een paring geslaagd is en er bevruchting heeft plaatsgevonden en dus wanneer het ei gelegd zal worden. Zo blijft het altijd spannend.

Steenuilen zijn nachtdieren, dat betekent dat ze in de avond als de schemering valt op jacht gaan om eten te zoeken. Bij de schemering in de ochtend verschijnen ze weer voor de camera, want dan gaan ze slapen in de kast. Voorlopig zul je de uiltjes dus tussen zonsopkomst en zonsondergang zien. Overigens zie je man steenuil overdag ook wel zijn territorium bewaken, als er kauwen of duiven langskomen.

Over een paar weken als vrouw steenuil (hopelijk) eieren gaat leggen, zal ze continu in de kast zijn om de eieren uit te broeden. Er wordt dan dag en nacht voor de jongen gezorgd.

Een steenuil is ongeveer zo groot als een merel: ongeveer 21 tot 23 centimer van kop tot staart. Maar omdat ze een grote kop en een nogal bol lichaam hebben, lijken ze vaak wat groter. Het is de kleinste uilensoort die in ons land voorkomt.

Steenuilen voeren zelf geen nestmateriaal aan. In holle bomen bijv ligt altijd wel molm. En onder daken liggen vaak wel ingewaaide bladeren of zacht isolatiemateriaal. En na verloop van tijd een tapijtje van platgetrapte braakballen.
In kasten wordt doorgaans een mengsel van bijv zaagsel, stro, houtsnippers of turf gelegd.

Steenuilen genoemd naar Pallas Athene, godin van de wijsheid en beschermgodin van de Griekse hoofdstad. Het uiltje kreeg zijn naam omdat het dikwijls nestelt in rotsspleten, steenhopen en oude gebouwen. In ons land gaat zijn voorkeur uit naar knotwilgen, boerderijen, schuren en konijnenholen.

Meikevers daar zijn ze gek op, maar ook regenwormen, kleine vogeltjes, muizen en woelratten. Kikkers en ook salamanders belanden een enkele keer in de kast.