- Home
- > Vogels beschermen
- > Zenderonderzoeken
- > Ooievaar
Zenderonderzoek ooievaar

In 2009 zijn in Gorssel drie volwassen ooievaars gezenderd. Daarmee wordt het foerageergebied van de ooievaars nauwkeurig in kaart gebracht. Van begin april tot het uitvliegen van de jongen half juli, is overdag gemiddeld elke twee minuten vastgelegd waar ze hun voedsel vandaan halen. Op die manier willen we te weten komen welke leefgebiedverbeteringen de ooievaars het beste in staat stellen voldoende jongen groot te krijgen. Die kennis is nodig voor de verdere ‘verzelfstandiging’ van de Nederlandse ooievaarpopulatie, die ontstaan is door het fok- en uitzetproject 'herintroductie ooievaar'.
Samenwerking
Het zenderonderzoek is een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam, SOVON Vogelonderzoek Nederland, Vogelbescherming Nederland en de Vogelwerkgroep IJsselstreek. De zender is ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam. SOVON heeft het veldwerk uitgevoerd, ondersteund door de Vogelwerkgroep IJsselstreek. Vogelbescherming heeft het project gefinancierd. De Vogelwerkgroep IJsselstreek werkt de komende jaren samen met Vogelbescherming aan de uitvoering van een leefgebiedherstelplan voor de ooievaar.
Hoe vang je wilde ooievaars?
De ooievaars zijn gevangen met een inloopkooi. Zodra een ooievaar gewend was aan het voeren in de kooi werd getracht deze te vangen. Dat was echter lastiger dan het lijkt… we wilden namelijk alleen “zelfstandige” Ooievaars vangen. Voor het vangen van de ooievaars is gewerkt aan de hand van een protocol dat de veiligheid en gezondheid van de ooievaar waarborgt. Om het welzijn van de ooievaars niet alleen tijdens het vangen maar ook later te garanderen vallen de zenders na ongeveer drie jaar af.
Gebruikte techniek
De gebruikte zender is GPS-systeem. Een rugzakje van 12 gram bestaande uit een zonnepaneel, batterij met lader, een GPS-ontvanger & –antenne, een processor met geheugen, sensoren voor vleugelslagfrequentie, hoogte en temperatuur en een radiozender &- ontvanger. Het grote voordeel van dit systeem is dat zeer frequent en exact (op enkele meters nauwkeurig) lokatiegegevens kunnen worden verzameld. Nadeel van deze zender is dat de gegevens alleen opgevangen kunnen worden wanneer de ooievaar een grondstation (ontvanger met computer) passeert. We kunnen dus pas volgend voorjaar, als de ooievaars van de trek terugkomen bij hun vaste nestplek, de trekgegevens uitlezen. Deze trekgegevens vormen overigens geen direct onderzoeksdoel, maar zouden een leuke bijvangst kunnen zijn.
Klik hier voor de meest recente resultaten
In samenwerking met

