Spring naar content

Kerkuil (Tyto alba)

De kerkuil is een 'Rode lijst soort'. Dat wil zeggen dat deze mooie uilensoort extra aandacht verdient omdat de stand ervan achteruit loopt / is gelopen. Ongeveer 35 jaar geleden zijn enthousiaste vrijwilligers begonnen met het ophangen en controleren van nestkasten. Dat was ook noodzakelijk, want in 1979 werd de kerkuilenpopulatie op ongeveer 100 broedparen geschat. Mede dankzij de inspanningen van de Vereniging Vogelbescherming Nederland is een landelijk netwerk van kerkuilenbeschermers ontstaan. Tot 2004 werd het kerkuilenbeschermingswerk gecoördineerd vanuit Vogelbescherming. Eind 2004 is het ondergebracht bij de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland.

Leefgebied en voedsel

Kerkuilen zijn gespecialiseerde muizeneters van half-open tot open graslanden. Gebieden met heggen en verspreide bosjes hebben hun voorkeur. Ze komen tot broeden in de omgeving van ruige veldjes, perceelsranden, en andere ruigtestroken. Dit zijn de favoriete plekken van de veldmuis, de belangrijkste kerkuilprooi. 's Winters jagen de kerkuilen ook in schuren en stallen. Veel kerkuilen broeden in boerderijen, kerktorens of schuren, een enkele in een holle boom.

Kerkuilstand afhankelijk van aantal muizen

De kerkuilstand fluctueert met de muizenstand. Die kent - gemiddeld genomen - een driejaarlijkse cyclus. In muizenarme jaren brengen kerkuilen hooguit 1 legsel met enkele jongen groot. In muizenrijke jaren kunnen kerkuilen wel drie legsels grootbrengen. Daarmee heeft de populatie een groot herstelvermogen. Ook strenge winters kunnen een grote negatieve invloed hebben: een kerkuil heeft maar een kleine vetvoorraad en kan dus slecht tegen kou en periodes zonder eten overbruggen. Wanneer de strenge winter geen sneeuw brengt vriezen ook nog eens extra muizen dood. Mede door de droge, strenge winter 2008-2009 lijkt het jaar 2009 een slecht muizenjaar te zijn.

 Oorzaken achteruitgang

  • Veel oude gebouwen en andere geschikte nestplaatsen zijn verdwenen.
  • De voedselsituatie voor de kerkuil is verslechterd. Door schaalvergroting en intensivering van de landbouw zijn ruige grasstroken en andere kleine landschapselementen verdwenen en daarmee de ideale leefomstandigheden van muizen. Graan wordt zeer efficiënt geoogst; er blijft erg weinig op de akkers achter.
  • Door de veranderde opslag in gesloten silo's is een grote voedselbron voor muizen verloren gegaan.
  • Gebouwen die prooidieren herbergen zijn ontoegankelijk geworden voor de kerkuil.
  • Door het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn veel kerkuilen via hun prooi vergiftigd.
  • De uitbreiding van het wegennet en de toenemende verkeersintensiteit zorgen voor veel verkeersslachtoffers.  

Maatregelen 

  1. Bieden van broedgelegenheid. Een zeer groot deel van de kerkuilen in ons land broedt in nestkasten. In de winter gebruiken ze de kasten als schuilplaats. Deze kasten moeten onderhouden worden en nieuwe kasten moeten worden opgehangen.
  2. Voorlichting aan en samenwerking met boeren en andere erfbewoners.
  3. Verbetering  van de foerageermogelijkheden door: gefaseerd maaibeheer van bermen en taluds, aanleg van grazige en kruidenrijke stroken langs houtwallen, aanpassing van beheer, gericht op open ruige grazige terreinen, extensief beheerde perceelranden. Deze terreindelen vormen goede leefgebieden voor muizen.
  4. Voorkomen van verkeersslachtoffers, bijvoorbeeld door de aanplant van hagen langs wegen.
 

Beschermen werkt!

Het ministerie heeft in de jaren negentig een soortbeschermingsplan voor de kerkuil vastgesteld. In de periode 1994-1996 is dit plan door Vogelbescherming Nederland met hulp van vele vrijwilligers uitgevoerd. Hoofdpunt van het plan was een biotoopproef (1995-1998). Er is onderzocht hoe perceelranden en andere grasstroken aantrekkelijker voor muizen kunnen worden gemaakt. Het doel van het plan was om de kerkuil binnen een tiental jaren terug te brengen op zo'n 2000 paren in muizenrijke jaren. Dat is gelukt! In 2008 broedden ongeveer 3000 kerkuilparen in Nederland. 

Vrijwilligersnetwerk

Het netwerk van kerkuilbeschermers bestaat uit vele honderden vrijwilligers. Zij onderhouden de contacten met boeren, hangen nestkasten op, maken de kasten schoon en tellen de jonge kerkuilen. Voor deze inventarisaties en bescherming van de kerkuil is ons land in zeventien regio's verdeeld, grotendeels samenvallend met de provinciegrenzen. In elke regio is een vrijwillige coördinator actief. Vaak krijgt die ondersteuning van een vogelwerkgroep. Alle coördinatoren zijn verenigd in de Stichting Kerkuilen Werkgroep Nederland.

Meer informatie

 

Kerkuil de boer op

download brochure