- Home
- > Vogels beschermen
- > Landelijk gebied
- > Akkervogels
- > Patrijs
Studie naar de patrijs in Nederland
Het ecologisch adviesbureau Altenburg en Wymenga heeft in opdracht van Vogelbescherming Nederland een literatuurstudie uitgevoerd naar de oorzaken van achteruitgang en mogelijkheden voor herstel van de patrijzenpopulatie. Voor deze studie is gebruik gemaakt van Nederlandse en internationale kennis over de ecologie, de verspreiding en de aantalsontwikkeling van de patrijs.
Broedpopulatie
Tot halverwege de vorige eeuw was de patrijs een veel voorkomende broedvogel van het open agrarische landschap en een favoriet doelwit voor jagers. Vanaf 1950 zien we een dramatische afname van de populatie. De huidige Europese broedpopulatie wordt geschat op 1.600.000 tot 3.100.000 paren. Momenteel zijn er naar schatting nog slechts 10.000 paren in Nederland. De afname is het grootst in Friesland, westelijk Groningen, de Noord-Oostpolder en oostelijk Flevoland. Ook in andere delen van Nederland is de patrijs zeldzaam geworden.
Oorzaken achteruitgang
De oorzaken van de sterke achteruitgang van de patrijs zijn divers. Na 1950 is er in de periode 1950 - 1970 (Groot-Brittannië) en 1960 - 1980 (rest van Europa) sprake van een sterke daling in de kuikenoverleving. De factoren die hier aan ten grondslag liggen zijn vooral van landbouwkundige aard. Door een sterke toename van het gebruik van pesticiden, waaronder de wilde kruiden erg hebben geleden, is het plantenaanbod voor de volwassen patrijs afgenomen. Ook het voedselaanbod in de vorm van insecten voor de patrijzenkuikens is hierdoor sterk verminderd. Daarna neemt, door de intensivering en mechanisering van de landbouw, ook het areaal geschikt leefgebied voor de soort af. Vanwege een tekort aan 'vergeten hoekjes', ruigten en brede akkerranden is er minder dekking voor geschikte broedplaatsen.
Herstelmaatregelen
Na 1970 lijkt vooral predatie de kuikenoverleving te drukken, waardoor de populatie verder afneemt. Kuikenoverleving is op basis van de studie dan ook de sleutelfactor voor veranderingen in de patrijzenpopulatie. Herstelmaatregelen zouden zich in eerste instantie moeten richten op het verbeteren van 1) insectenrijke kuikenhabitat, 2) zadenrijke winterhabitat en 3) geschikte nesthabitat die voldoende dekking biedt.
Maatregelen die voor deze kenmerkende akkervogel worden getroffen, moeten tegelijkertijd ook soelaas bieden voor andere akkervogelsoorten, die momenteel onder druk staan. Vogelbescherming Nederland zet zich de komende jaren dan ook in voor herstelmogelijkheden voor akkervogels.
Download De Patrijs in Nederland