- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Grauwe gans
- Overige namen
- Greylag Goose, Anser anser
- Orde
- Anseriformes
- Familie
- Eenden (Anatidae)
- Status
- Jaarvogel. Talrijke broedvogel; doortrekker en wintergast in (zeer) groot aantal
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
Het is nu nauwelijks voorstelbaar dat de grauwe gans nog geen drie decennia geleden een zeer zeldzame broedvogel is geweest, die plaatselijk zelfs werd uitgezet om te voorkomen dat de soort uit Nederland zou verdwijnen. Inmiddels broeden er in Nederland meer dan 25.000 paren en vestigt de soort zich nog steeds op nieuwe plaatsen. De Oostvaardersplassen in Flevoland vormden de uitvalsbasis voor dit opmerkelijke herstel. Gedomesticeerde en weer verwilderde grauwe ganzen (een witte, een bruine en een gecombineerde variant) gaan als 'soepgans' door het leven en kunnen op de meest bizarre plaatsen aangetroffen worden, ook tussen wilde grauwe ganzen. Deze vogels zijn vaak minder schuw en vertonen een afwijkende poot- of snavelkleur of een verenkleed dat niet overeenkomt met de wilde grauwe gans.
Algemeen
- Overige namen
- Greylag Goose , Anser anser
- Orde
- Anseriformes
- Familie
- Eenden (Anatidae)
- Status
- Jaarvogel. Talrijke broedvogel; doortrekker en wintergast in (zeer) groot aantal
- Europese verspreiding
- De grauwe gans broedt in het grootste deel van Noordwest-Europa en tot diep in Siberië. Nederland vormt de zuidwestelijke grens van het areaal van de grauwe gans.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Akkers, beken en meren, graslanden, moeras, park en tuin, plassen, rivieren, weiden (kleinschalig), weilanden (uitgestrekt)
- Voedsel- en broedbiotoop
- Moerasgebieden met riet en eilanden vormen een ideale omgeving voor grauwe ganzen. Ook in moerasbossen met elzen en wilgenstruweel voelt de soort zich thuis. Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur op eilanden, en bestaat uit een verzameling van plantenmateriaal uit de omgeving. Wanneer er weinig geschikt materiaal voorhanden is wordt volstaan met een ondiepe kuil.
- Voedsel
- Gras, plantendelen
Broeden
- Broedperiode
- Vanaf eind maart
- Koloniebroeder
- Nesten worden verspreid gemaakt, maar meestal wel in nabijheid van veel soortgenoten; los kolonieverband
- Aantal legsels
- Eén legsel per jaar
- Aantal eieren
- 4 - 6, soms 3 - 8
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Lichte voorvleugels zijn onmiskenbaar
- Gedrag
- Vliegt in v-formaties
- Kleed
- Geheel effen bruingrijs met een iets lichtere hals en kop. In vlucht vallen de lichte, asgrijze voorvleugels goed op. Ook de ondervleugels vormen een goed kenmerk, deze zijn tweekleurige, donker met een lichtgrijze voorkant.
- Formaat/ lengte
- 74 - 84 cm.
- Snavel
- Groot, (oranje)roze van kleur
- Poten
- Roze
Vogeltrek
- Trekroute
- Continentaal Europa
- Overwinteringsgebied
- Grauwe ganzen uit het noorden van het land trekken in de winter weg naar Spanje, terwijl grauwe ganzen die bezuiden de grote rivieren broeden voornamelijk standvogel lijken te zijn.

