- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Merel
- Overige namen
- (Common) Blackbird, Turdus merula
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Lijsters (Turdidae)
- Status
- Jaarvogel. Uiterst talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (uiterst) groot aantal
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
De merel is tegenwoordig de meest algemene broedvogel van ons land. Omdat de merel zoveel in tuinen voorkomt, kent vrijwel iedereen deze zangvogel. Merels zijn luidruchtig. Als er een kat in de buurt is, waarschuwen ze met hun luide alarmroep andere dieren. Ze leven vooral van regenwormen, maar eten in de winter ook fruit en broodkruimels. Merels maken hun nesten in heggen, struiken en lage bomen; vaak wel drie keer per jaar. De nesten zijn vaak makkelijk te vinden waardoor veel eieren en jongen aan katten en kraaien ten prooi vallen. Ondanks die verliezen zijn de merels nog steeds zeer talrijk; ze compenseren dit natuurlijke verlies gewoon door veel jongen groot te brengen. Ze leggen 4 tot 5 blauwgroene eieren die twee weken worden bebroed. De twee opvolgende weken vliegen zowel het mannetje als het vrouwtje af en aan met voedsel voor de jongen. Daarna fladderen de jongen nog twee weken achter de ouders aan en bedelen om voedsel. Laat jonge vogels met rust. Ze lijken misschien hulpeloos maar zijn het zeker niet. De ouders houden ze goed in het oog.
Algemeen
- Overige namen
- (Common) Blackbird , Turdus merula
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Lijsters (Turdidae)
- Status
- Jaarvogel. Uiterst talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (uiterst) groot aantal
- Europese verspreiding
- Merels komen in geheel Europa voor, behalve in het uiterste noorden; Lapland, IJsland en overig arctisch Europa is te koud en boomloos voor merels. Bovendien kunnen ze er in de vaak permanent bevroren bodem geen regenwormen vinden.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Bos, park en tuin, stedelijk gebied
- Voedsel- en broedbiotoop
- Waar grasvelden zijn - hoe klein ook - en bomen en struiken, daar zijn merels. En in bijna geheel Nederland is zo'n biotoop voorhanden. Van weilanden tot wegbermen, merels weten er hun voedsel te vinden. Het liefst maken ze hun nest in dichte struiken of lage bomen, in klimoppen en andere lage beplantingen.
- Voedsel
- Wormen, insecten, bodemdiertjes, bessen en fruit.
Broeden
- Broedperiode
- Eind maart - juli
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- 2 soms 3 legsels
- Aantal eieren
- 4 - 5 eieren
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Mannetje geheel zwart met opvallende gele of oranjeachtige snavel. Vrouwtje bruin.
- Gedrag
- Zoekt zijn voedsel voornamelijk op de grond, tussen bladeren of op het gras. Met veel energie worden bladeren aan de kant gegooid in de hoop insecten en bodemdiertjes hier tussen te vinden. Op het gras of gazon hipt de merel een paar pasjes, houdt het kopje schuin en pikt een worm uit de grond, hipt weer een paar pasjes en het ritueel herhaald zich.
- Kleed
- Mannetje geheel zwart en vrouwtje donkerbruin van kleur met iest lichtere borst, welke bruingestreept is. Jonge merels lijken veel op vrouwtje maar zijn vaak donsiger en lijken daardoor groter dan volwassen vrouwtjes, ook is het verenkleed iets lichter. Pas aan het einde van de winter krijgen de jongen hun eigenlijke verenkleed en kleur snavel. De snavel is eerst namelijk nog donker van kleur.
- Formaat/ lengte
- 23,5 - 29 cm
- Snavel
- Geheel geel of oranjeachtig van kleur
- Poten
- Donkere poten
Vogeltrek
- Trekroute
- Continentaal Europa of naar Groot Brittanniƫ en Ierland
- Overwinteringsgebied
- Nederlandse merels zijn het gehele jaar in ons land te vinden. Merels uit noordelijker streken trekken naar het zuiden tot in Portugal, of meer naar het westen, tot in Ierland.
