- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Aalscholver
- Overige namen
- (Great) Cormorant, Phalacrocorax carbo
- Orde
- Pelecaniformes
- Familie
- Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
- Status
- Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (vrij) groot aantal
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
Een sigaar met vleugels - dat is typisch een aalscholver in vlucht. Het zijn onmiskenbare vogels, mede door de lange snavel met haakpunt. Aalscholvers zijn koloniebroeders. Het menu bestaat uitsluitend uit vis. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden vormt paling slechts een zeer klein deel van het menu. Uit onderzoek is gebleken dat vooral brasem en pos worden gegeten. Commercieel gezien zijn deze vissoorten niet interessant en aalscholvers vormen dus niet of nauwelijks een bron van concurrentie met de binnenvisserij. Door vermeende concurrentie werden aalscholvers verguisd en afgeschilderd als visstropers. Nog altijd zijn aalscholvers niet erg geliefd bij de visvijvers die door hengelsportverenigingen worden onderhouden.
In tegenstelling tot vrijwel alle andere watervogels bevat het verenkleed van aalscholvers slechts zeer weinig vet. Daardoor is het niet waterdicht en wordt een duikende aalscholver drijfnat. Na een duik moet een aalscholver dus drogen. Dit doen ze door met half gespreide vleugels op een paal of in een boom te gaan zitten; een zeer markante houding.
Algemeen
- Overige namen
- (Great) Cormorant , Phalacrocorax carbo
- Orde
- Pelecaniformes
- Familie
- Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
- Status
- Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (vrij) groot aantal
- Europese verspreiding
- Aalscholvers komen verspreid door grote delen van Europa voor. Vooral Denemarken, Noorwegen en Nederland herbergen een groot deel van de populatie.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Beken en meren, intergetijdenzone, kust, moeras, plassen, rivieren, stedelijk gebied
- Voedsel- en broedbiotoop
- Aalscholvers broeden in kolonies, in het binnenland in moerasbossen maar aan de kust ook in duinen, kwelders en op eilanden. Door de uitwerpselen van de aalscholvers, rijk aan bijtende zuren, sterft de vegetatie in de broedgebieden meestal een zekere dood, evenals de bomen waarin de nesten worden gemaakt. In de kolonie hangt een sterke vis- en guanolucht. Het voedsel wordt gezocht in diep en ondiepe, voedselrijke wateren.
- Voedsel
- Vis
Broeden
- Broedperiode
- Januari- mei
- Koloniebroeder
- Ja
- Aantal legsels
- Meestal één legsel
- Aantal eieren
- 3-4(5)
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Zit vaak met de vleugels gespreid. Tijdens de vlucht valt het op dat de vleugels bijna in het midden zitten; een sigaar met vleugels. Zwemmend in het water valt meestal alleen de kop en de lange nek op. Het lichaam ligt diep in het water.
- Gedrag
- Duikt naar vis. Na het vissen spreiden ze op de kant van de oever of in een boom hun vleugels, om deze te laten drogen
- Kleed
- Zwart verenkleed met groene en blauwe weerschijn. De huid om de snavelbasis is geel. In het broedseizoen valt de witte onderkin, zijkant van de kop en nek, en dijvlek op. In de loop van het voorjaar verliest de aalscholver dit broedkleed
- Formaat/ lengte
- 76-95 cm.
- Snavel
- Lang met haakpunt.
- Poten
- Met zwemvliezen
Vogeltrek
- Trekroute
- Indien vogels wegtrekken verspreiden ze zich over continentaal Zuid-Europa.
- Overwinteringsgebied
- Nederlandse broedvogels blijven in de omgeving van het broedgebied, maar de meeste trekken weg naar Frankrijk of Spanje, soms ook naar andere gebieden.
