Spring naar content

Aalscholver

Aalscholver

Overige namen
(Great) Cormorant, Phalacrocorax carbo
Orde
Pelecaniformes
Familie
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Status
Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (vrij) groot aantal
Rode Lijst
Nee
 
Beluister
 

Informatie

Een sigaar met vleugels - dat is typisch een aalscholver in vlucht. Het zijn onmiskenbare vogels, mede door de lange snavel met haakpunt. Aalscholvers zijn koloniebroeders. Het menu bestaat uitsluitend uit vis. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden vormt paling slechts een zeer klein deel van het menu. Uit onderzoek is gebleken dat vooral brasem en pos worden gegeten. Commercieel gezien zijn deze vissoorten niet interessant en aalscholvers vormen dus niet of nauwelijks een bron van concurrentie met de binnenvisserij. Door vermeende concurrentie werden aalscholvers verguisd en afgeschilderd als visstropers. Nog altijd zijn aalscholvers niet erg geliefd bij de visvijvers die door hengelsportverenigingen worden onderhouden.

In tegenstelling tot vrijwel alle andere watervogels bevat het verenkleed van aalscholvers slechts zeer weinig vet. Daardoor is het niet waterdicht en wordt een duikende aalscholver drijfnat. Na een duik moet een aalscholver dus drogen. Dit doen ze door met half gespreide vleugels op een paal of in een boom te gaan zitten; een zeer markante houding.

Algemeen

Overige namen
(Great) Cormorant , Phalacrocorax carbo
Orde
Pelecaniformes
Familie
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Status
Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (vrij) groot aantal
Europese verspreiding
Aalscholvers komen verspreid door grote delen van Europa voor. Vooral Denemarken, Noorwegen en Nederland herbergen een groot deel van de populatie.

Naar boven

Leefomgeving en voedsel

Biotoop
Beken en meren, intergetijdenzone, kust, moeras, plassen, rivieren, stedelijk gebied
Voedsel- en broedbiotoop
Aalscholvers broeden in kolonies, in het binnenland in moerasbossen maar aan de kust ook in duinen, kwelders en op eilanden. Door de uitwerpselen van de aalscholvers, rijk aan bijtende zuren, sterft de vegetatie in de broedgebieden meestal een zekere dood, evenals de bomen waarin de nesten worden gemaakt. In de kolonie hangt een sterke vis- en guanolucht. Het voedsel wordt gezocht in diep en ondiepe, voedselrijke wateren.
Voedsel
Vis

Naar boven

Broeden

Broedperiode
Januari- mei
Koloniebroeder
Ja
Aantal legsels
Meestal één legsel
Aantal eieren
3-4(5)

Naar boven

Herkenning

Opvallende kenmerken
Zit vaak met de vleugels gespreid. Tijdens de vlucht valt het op dat de vleugels bijna in het midden zitten; een sigaar met vleugels. Zwemmend in het water valt meestal alleen de kop en de lange nek op. Het lichaam ligt diep in het water.
Gedrag
Duikt naar vis. Na het vissen spreiden ze op de kant van de oever of in een boom hun vleugels, om deze te laten drogen
Kleed
Zwart verenkleed met groene en blauwe weerschijn. De huid om de snavelbasis is geel. In het broedseizoen valt de witte onderkin, zijkant van de kop en nek, en dijvlek op. In de loop van het voorjaar verliest de aalscholver dit broedkleed
Formaat/ lengte
76-95 cm.
Snavel
Lang met haakpunt.
Poten
Met zwemvliezen

Naar boven

Vogeltrek

Trekroute
Indien vogels wegtrekken verspreiden ze zich over continentaal Zuid-Europa.
Overwinteringsgebied
Nederlandse broedvogels blijven in de omgeving van het broedgebied, maar de meeste trekken weg naar Frankrijk of Spanje, soms ook naar andere gebieden.
 
 
 

Vogelgids

Zoek een vogelsoort.

 

Uw gift

doneer online