Spring naar content

Niet storen!

Werkzaamheden tijdens het broedseizoen

Wie werkzaamheden uitvoert, heeft een gedeelte van het jaar te maken met de bescherming van broedvogels. In het broedseizoen zijn vogels extra gevoelig voor verstoring. Ze hebben al hun energie nodig voor voortplanting en het grootbrengen van de jongen. Tijdens werkzaamheden worden ze vaak ongemerkt en onbedoeld verstoord. Gevolg kan zijn dat ze definitief het nest verlaten en het broedsel mislukt. Hier vindt u praktische informatie en tips om dit te voorkomen.

grote karekiet / Foto NaturaWettelijke bescherming

Alle broedende inheemse vogels en hun nesten zijn wettelijk beschermd.
De Flora- en faunawet regelt onder meer de bescherming van vogels in het broedseizoen: het verstoren van broedende vogels en jongen, of het vernielen van nesten en eieren is verboden.

Belangrijkste bepalingen in de Flora- en faunawet

Beschermde inheems dieren mogen niet worden verstoord, gevangen, verwond of gedood;
Nesten, vaste rustplaatsen en voortplantingsplaatsen mogen niet worden verstoord of vernield;
De eieren van beschermde dieren mogen niet worden gezocht, beschadigd of geraapt.

Verstoring

Vanaf het tijdstip dat de ouders het nest bouwen tot het moment dat de jongen het nest hebben verlaten, zijn de vogels gevoelig voor verstoring. Het gaat hier met name om onnodige en ernstige verstoringen als gevolg van ingrijpende werkzaamheden als het kappen van bomen; het maaien van slootkanten; en renovatiewerkzaamheden van huizen.

grauwe gans / Foto NaturaBroedseizoen

Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt namelijk per soort. Sommige vogelsoorten, zoals de blauwe reiger en de bosuil, beginnen al in februari te broeden en bepaalde (zang) vogels broeden nog in augustus. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus.

Let op:

In de Flora- en Faunawet wordt geen datum genoemd voor het broedseizoen. Op het moment dat beschermde inheemse broedvogels bezig zijn met hun broedproces, mogen er geen verstorende werkzaamheden of activiteiten plaatsvinden, dus ongeacht de periode van het jaar.

Algemene tips 

Plan verstorende werkzaamheden zoveel mogelijk tussen half augustus en half februari. Dit is de minst kwetsbare periode voor broedvogels. Een goede planning scheelt inventarisatiewerk, overleg en problemen. Is het onvermijdelijk om in het broedseizoen te  werken, volg dan deze tips:

  • Zorg voor een goede inventarisatie van alle broedvogels. Maak gebruik van de expertise van SOVON of een plaatselijke vogelwerkgroep;
  • Zorg voor deskundig advies. Maak tijd om te communiceren over de werkzaamheden. Dit kan later veel problemen voorkomen, zoals het moeten stilleggen van het werk;
  • Zorg voor maatwerk. Denk daarbij aan:
    - het achterwege laten van werkzaamheden in delen van het gebied waar vogels broeden;
    - het toepassen van aangepaste methodes;
    - het veranderen van de volgorde van de werkzaamheden, waarbij de  verstorende werkzaamheden worden uitgesteld tot na de broedperiode. 
  • Pas het werk aan, mocht er onverwacht tijdens werkzaamheden een nest met eieren of jongen ontdekt worden.

Specifieke werkzaamheden

Klik hier voor specifieke werkzaamheden in/ bij: Bos, Plantsoenen, Dijken, oevers en slootkanten, Gras, Zandafgravingen en bouwterreinen, Huizen en andere bouwactiviteiten.

 

Adressen

  • SOVON Vogelonderzoek Nederland - SOVON Vogelonderzoek coördineert de vogeltellingen in Nederland, brengt alle broedgegevens in kaart en heeft de broedvogelatlas uitgegeven. Tel. 024-6848111.
  • Het Natuurloket - Het Natuurloket geeft toegang tot de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Via een eenmalige levering of een abonnement kunt u bij Het Natuurloket gegevens uit de NDFF bestellen. Tel. 0800-2356333 (gratis). 
  • ALgemene Inspectiedienst - Inspecteurs van de AID controleren de naleving van de Flora- en faunawet. Overtredingen kunnen daar gemeld worden. AID Groendesk, tel. 045-5466230.
  • Vogelwerkgroepen in Nederland