Waarom trekken vogels?
Vogeltrek kunnen we omschrijven als een gerichte verplaatsing over grotere afstand van vogels tussen het gebied waar ze broeden en waar ze overwinteren en omgekeerd, als gevolg van voedselgebrek. Deze verplaatsing van vogels duurt weken tot maanden.
Voedsel als drijfveer voor de trek
Waarom trek je als vogel weg uit een gebied dat vertrouwd is? Weg van veilige slaapplaatsen, voldoende nestgelegenheid om een verre uitputtende en risicovolle reis te ondernemen te overwinteren? Het antwoord is voedselgebrek. Niet de kou, maar het gebrek aan voedsel is voor vogels een reden om weg te trekken, naar gebieden met wel voldoende voedsel.
Minder voedsel en een hogere energiebehoefte
In de winter wordt het voor veel vogels moeilijker om voedsel te vinden. Insecten, spinnen en wormen kruipen diep weg. Grassen en zaden kunnen onder een dik pak sneeuw liggen. Tijdens de korte donkere dagen is er maar weinig tijd om voedsel te vinden. Als het donker is zoeken de meeste vogels geen voedsel. Door de koude hebben de vogels bovendien meer energie nodig om warm te blijven en moeten ze dus extra veel eten. Genoeg redenen om in de winter naar warmere oorden te trekken waar en overvloed aan eten is. In het voorjaar gaan ze weer naar het noorden. Op de toendra’s is op dat moment meer voedsel dat door de lange dagen makkelijker te verkrijgen is. Ook kunnen ze daar veilig broeden, omdat er minder vijanden zijn.
Genetisch bepaald
Of een vogel wel of niet trek is genetisch bepaald. Trekvogels reageren op veranderingen in daglengten of veranderingen in weersomstandigheden. Lange afstandtrekkers, trekvogels die overwinteren in Afrika, reageren vooral op de verandering in daglengte en wachten niet op veranderingen in weersomstandigheden. Elke vogel reageert hier anders op. Zo trekken de eerste gierzwaluwen al begin augustus weg naar het zuiden en blijven de boerenzwaluwen tot en met oktober nog in ons land.
Korte afstandstrekkers
Korte afstandtrekkers, trekvogels die in Europa overwinteren, reageren veel meer op weersinvloeden. Blijft het in het najaar lang warm, dan blijven veel vogels ook langer in de omgeving van hun broedgebied.
Standvogels en trekvogels
Er zijn vogels die het risico nemen om in hun broedgebied te blijven. Het voordeel hiervan is dat zij eerder een broedplek kunnen uitzoeken en dus ook eerder kunnen beginnen met broeden. Vaak hebben deze vogels ook meerdere legsels per jaar en brengen ze dus meer jongen groot. Dat moet wel, om de verliezen tijdens een strenge winter op te vangen. Andere vogels kiezen hier niet voor en trekken weg.
Trekgedrag en klimaatverandering
Door klimaat veranderingen zie je ook verschuivingen in het trekgedrag van vogels. De zwartkop is een mooi voorbeeld. Enkele decenia geleden trok deze soort naar Zuid Europa, maar tegenwoordig trekken de zwartkoppen in Nederland naar Zuid-Engeland, een enkeling blijft zelfs hier overwinteren.
