Spring naar content
 

Opvetten en wegwezen

brandgans / JAEen trekvogel is in staat om extra vetreserves aan te leggen om grote afstanden te kunnen overbruggen. Daarbij kan zelfs het hele inwendige lichaam van een vogel veranderen.
Kanoeten ontwikkelen voor de trek extra spierweefsel voor de vliegspieren en wordt de maag verkleint tot een minimum (tijdens een onafgebroken vlucht van soms wel 6000 kilometer hoef je ten slotte niet te eten).

De ene vogel slaat relatief meer vet op, omdat deze grotere onafgebroken vluchten uitvoert, dan een andere vogel, die stapsgewijs zijn weg volgt naar het zuiden. De lepelaar is zo’n voorbeeld. De lepelaar trekt van moerasgebied naar moerasgebied en legt per vlucht daarbij maximaal een paar honderd kilometer af.

Net voordat vogels definitief wegtrekken, zijn ze vaak erg onrustig. Ze vliegen op bij het minste of geringste, ze verkennen voortdurend de luchtlagen en zijn driftig op zoek naar voedsel.

 
 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.