Navigatie
Bij trekvogels is genetisch bepaald dat ze wegtrekken, maar hoe weet een vogel nu waar hij naar toe moet en hoe weet hij elk jaar weer precies op dezelfde plek terug te komen? De richting waarop een vogel trekt is aangeboren (ingebouwde kompas), evenals de duur dat een vogel trekt.
Richting en afstand bepaald door instinct
Uit onderzoek met jonge spreeuwen bleek dat eerstejaars spreeuwen die van Den Haag naar Zwisterland waren verplaatst in Zuid-Frankrijk terecht kwamen en eerstejaars spreeuwen die naar Barcelona werden verplaatst naar Zuid-Spanje vlogen. Ze vlogen allemaal in dezelfde richting en dezelfde afstand. Volwassen vogels vliegen wel naar hun normale overwinteringsgebied. Jonge vogels volgen dus instinctief een bepaalde richting en afstand. Volwassen vogels die al een keer in het overwinteringsgebied zijn geweest, passen hun orientatie aan en komen alsnog aan in hun overwinteringsgebied.Jonge koekoeken die niet zijn opgevoed door hun ouders trekken al enkele weken eerder naar hetzelfde overwinteringsgebied in Afrika, als de volwassen koekoeken.
Zenderonderzoek
Vliegen vogels in een rechte lijn van hun broedgebied naar hun overwinteringsgebied en omgekeerd, of volgen ze een andere route? Om daar achter te komen werden en worden vogels geringd. Aan de hand van terugmeldingen krijgt men een beeld van de trekroutes van vogels. Toch is er nog veel niet bekend van de routes die vogels volgen. Met de huidige technieken, kunnen we via radarbeelden vogeltrek waarnemen en we kunnen vogels zenderen. Via de satelliet kunnen we nu vogels op elk moment van de dag volgen en komen we meer te weten over de trekroutes van vogels.Enkele vogels die we nu volgen met zenders zijn, purperreiger en grutto.
Overdag of ’s nachts trekken?
Er zijn vogels die overdag trekken, piepers, vinken, kwikstaarten, er zijn vogels die ’s nachts trekken, als roodborst, zwartkop, maar er zijn ook vogels die zowel overdag als ’s nachts vliegen, bijvoorbeelden ganzen, zwanen, koperwieken en kramsvogels. Waarom deze verschillen in voorkeuren is niet duidelijk. Factoren als verminderde predatiekans, orientatie op sterren kunnen een rol spelen bij de keuze van vogels om ’s nachts te trekken.
Verschillende navigatiemethoden
Door onderzoek hebben we enig inzicht gekregen in navigatiemethoden van vogels.
- Radarwaarnemingen hebben bewezen dat vogels gebruik maken van landschapskenmerken als bergen, kustlijnen en rivieren. Ze oriënteren zich op deze kenmerken en zetten zo hun koers uit.
- Vogels zijn gevoelig voor het aardmagnetisch veld. Met behulp van hun interne 'kompas' (zintuig) kunnen ze koers bepalen.
- Uit experimenten is gebleken dat vogels ook op de zon en de sterren kunnen vliegen. Een bewolkte hemel is bij deze instrumenten nadelig.
- Als verdere hulpmiddelen bij het vinden van hun bestemming gebruiken vogels hun reuk en gehoor.