Natuur, het kapitaal van Limburg

‘Basiscondities herstellen. Daar begint het mee.’ Harm Kossen is coördinator bij Natuurrijk Limburg. ‘Ik vind, je moet je richten op de algehele biodiversiteit en niet op één soort. Als de grauwe klauwier besluit niet meer naar Limburg te komen, is dat natuurlijk jammer. Maar we pakken die soorten wel mee als de basiscondities goed zijn. Is er bodemleven en zijn er bloemen, dan zijn er insecten en dan komen ook de vogels wel weer.’

Natuur en landbouw gaat samen

‘We willen agrarisch natuurbeheer biodiverser maken. Waar het uiteindelijk om draait is de liefde van de boer voor het vak. Als hij niets met vliegende herten heeft, maar wel met wilde bijen, dan moet je zijn enthousiasme daarvoor aanwakkeren. Ik geloof niet in contracten die vooraf aan een bureau zijn bedacht. Overleg gewoon met een boer wat voor hem haalbaar is en controleer wat het oplevert. Hoe ontwikkelen elementen zich: tel de soorten kruiden, kijk of de haag dichter is, check of een poel wel geschikt is voor de kamsalamander. Aan een aantal basisregels moeten ze zich wel houden. Landbouw waar je ook nog hamsters tussen het koren hebt lopen en waar vogels boven vliegen, dat moet toch mogelijk zijn.

We zitten nog volop in het proces, maar je ziet een kentering: boeren krijgen er lol in en melden zelf enthousiast dat ze een bepaalde soort hebben gezien. En ik kan je zeggen, veel boeren die natuurbeheer doen, zijn vrolijke mensen! Want ze erkennen dat de werkdruk wel enorm was toegenomen. “Wil je niet minder intensief boeren?” vraag ik ze soms. “Dan heb je nog tijd voor andere dingen.” Ze geven me vaak gelijk. “Maar als het zo gemakkelijk was dan hadden we het allang gedaan”, krijg ik dan vaak als antwoord.

Het tij keren

‘In Limburg is het erg achteruit gegaan. Ook een gewone soort als de ringmus zie je nauwelijks nog. Vroeger moest je ze zelfs uit de nestkastjes voor de koolmees weren. Nu zijn ze er niet meer. Dat is ongemerkt gegaan. Van bepaalde soorten zijn er best nog kernpopulaties te vinden in Limburg. De patrijs is er nog wel, maar ook minder. Lokaal neemt op sommige plekken het aantal dankzij beheer toe. Andere soorten zoals de grauwe gors en de ortolaan, zijn helemaal verdwenen. Maar het tij is nog wel te keren. Bijeneters broeden sinds kort in Limburg en de rode wouw is ook weer op sommige plekken te zien.’

Provincie overtuigen: het kapitaal van Limburg

‘De provincie ziet natuurlijk ook dat de biodiversiteit in het boerenland achteruit is gegaan. Hun visie is dat er meer partijen actief bij betrokken moeten worden, maar zodra het geld gaat kosten, wordt het toch moeilijker en gebeurt er niet veel. Ideeën genoeg, maar er komt geen lijn in. Er is een integrale aanpak nodig: het is niet voldoende een stuk natuur aan te leggen en er een hek omheen te zetten. Biodiversiteit is ook niet alleen maar een agrarische kwestie. Ons Limburgs landschap en de natuur hebben ook een economisch belang, voor toerisme en recreatie. En waarom zien we in Zuid-Limburg geen leegloop? Omdat mensen er graag komen wonen. Ze genieten van een mooi landschap en de oude landschapselementen zoals graften horen daar bij. Maar die verdwijnen steeds meer. De provincie moet eens ophouden om van de financiering van natuur een continu punt van discussie te maken. Het landschap is het kapitaal van de ondernemers en van heel Limburg.’

Zeg maar tegen opa dat hij niet meer mag schoffelen.

Harm Kossen

Strijken en schoffelen

‘Laatst zei een boer tegen mij dat zijn vrouw altijd in de schuur strijkt. Ze vond het heen en weer vliegen van de zwaluwen daar zo gezellig. Dat die daar weer zitten, heeft alles te maken met het voedsel dat er in de buurt te vinden is. In de korenakkers om het erf zitten veel insecten.’

Agrariër of burger, dat iedereen kan bijdragen aan biodiversiteit maakt Harm Kossen wel duidelijk. Ook zijn dochtertje van zes wordt ingezet voor de goede zaak. ‘Zeg maar tegen opa dat hij niet meer mag schoffelen.’