Met erf-verbeterende maatregelen is de steenuil nog te redden

‘Als je niet wilt dat er nog meer steenuilen in Nederland verdwijnen, dan moet je nú actie ondernemen. De provincie zou bewoners van boerenerven tegemoet moeten komen én ervoor moeten zorgen dat vrijwilligers die op boerenerven werken, gefaciliteerd worden’, aldus Ronald van Harxen, voorzitter van de werkgroep STONE.

In Nederland is het aantal broedparen van de steenuil sinds de jaren ’70 gehalveerd. Landelijk zijn er nog ongeveer 7.500 tot 8.500 broedparen, waarvan de kern – zo’n veertig procent – zich bevindt in Gelderland. Deze kleine uil is afhankelijk van kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. Ze leven van muizen, regenwormen en soms ook van kleine vogels en kikkers. De afgelopen decennia is dit cultuurlandschap ingrijpend veranderd door de schaalvergroting en homogenisering van de landbouw. Boeren schakelden bijvoorbeeld over van rogge naar maïs, nesten en voedselplaatsen voor de steenuil verdwenen. Er is nu aanzienlijk minder voedsel beschikbaar dan vijftig jaar geleden. Steenuilen zijn vandaag de dag sterk afhankelijk van boerenwoonerven. Ze hebben een relatief kleine actieradius en blijven daardoor vaak op het erf.

Populaire roofvogel

Ronald van Harxen richt zich met de werkgroep STONE op het onderzoek en de bescherming van steenuilen in Nederland. Hij adviseert boeren en particulieren in de omgeving van Winterswijk over erf-verbeterende maatregelen voor de steenuil. ‘Veel mensen zijn dol op steenuilen en willen graag zelf zo’n roofvogel op hun erf hebben. Steenuilen hebben bijvoorbeeld een voorkeur voor muizen. Daarom adviseren we boeren om niet alle muizen op hun erf op te ruimen, zodat er voedsel voor de steenuil beschikbaar blijft. Voor voldoende voedselaanbod en bescherming van deze vogels is het ook belangrijk dat er een gevarieerd beheer wordt gevoerd. Zo kunnen steenuilen slecht uit de voeten als het gras te lang is. Zorg daarom voor een bepaalde oppervlakte kort gras. Verder wil ook een ruigtestrook van een paar vierkante meter al helpen; dat is vaak een bijzondere plek om een prooi te vangen. Door nestkasten op te hangen, vergroot je de nestgelegenheid voor deze vogels.’ Bij het uitvoeren van deze maatregelen kunnen boeren en particulieren hulp krijgen van vrijwilligers die ook zijn aangesloten bij de werkgroep STONE. Van Harxen: ‘Deze vrijwilligers komen vaak zo’n drie à vier keer per seizoen langs om nesten te controleren.’

Veel mensen zijn dol op steenuilen, ze willen graag zelf zo’n roofvogel op hun erf hebben.

Ronald van Harxen

Win-win

In Nederland speelt momenteel de asbestsanering van boerenschuren. Regelmatig maken steenuilen nesten onder de daken van deze schuren. Normaliter wordt op individuele basis bepaald hoe het verlies van nestgelegenheid bij het opruimen van deze schuren beperkt kan worden. Van Harxen pleit nu voor een generieke ontheffing bij de provincie Gelderland. ‘Door een aantal maatregelen te treffen op het erf hebben steenuilen de mogelijkheid om uit te wijken naar een andere goede plek om te nestelen. Boeren moeten dan voldoen aan een aantal voorwaarden, zoals het laten ophangen van nestkasten op hun erf, vrijwilligers toegang geven om deze kasten regelmatig te controleren of andere kleine erfverbeteringen door te voeren. Door deze maatregelen te treffen kan de provincie echt het verschil maken.’