Alarm op de akkers

Henk Jan Ottens is specialist op het gebied van akkervogels. Als ecoloog is hij betrokken bij tal van onderzoeken en maatregelen die de stand van akker- en weidevogels in Drenthe weer op peil moeten brengen. Er valt nog veel te onderzoeken, maar er is steeds meer inzicht in hoe maatregelen voor vogels werken. ‘Uiteindelijk hoop ik dat we de landbouw en ecologie weer kunnen verenigen.’

Een paar jaar geleden sloegen de vrijwillige vogelwachters alarm: al hun inspanningen ten spijt liep het aantal weide- en akkervogels alleen maar terug. Hun hartenkreet vormde de aanzet tot de oproep die veertien organisaties in 2016 aan Provinciale Staten van Drenthe deden: 'Het is één voor twaalf, er moet nú iets gebeuren.' Gezamenlijk zetten de organisaties (van terreinbeheerders tot jagers, van waterschappen tot boeren) een Plan van Aanpak Akker- en Weidevogels op. Als onderzoeker bij het Kenniscentrum Akkervogels adviseert en organiseert Henk Jan Ottens (53) de gezamenlijke partijen bij hun onderzoek. ‘Drenthe vervult een uitzonderingspositie in Nederland. Mede dankzij de diversiteit aan gewassen op het land en een substantieel aandeel zomergraan heeft de provincie meer akkervogels dan gemiddeld. Wij hebben hier nog tien paar veldleeuweriken op 100 hectare, over heel Nederland ligt dat gemiddelde op 2,5. Maar ook hier holt de stand van alle vogels achteruit."

Nesten verhuizen

De leefgebieden voor weidevogels zijn verdroogd en afgetakeld, de vogels zijn kwetsbaar, de predatiedruk is hoog. Concrete maatregelen die al genomen zijn, zijn bijvoorbeeld de aanleg van plasdras, nesten verhuizen voordat de trekker langskomt en nesten achter schrikdraad zetten. ‘Daarmee houd je niet alleen de vos, maar ook marterachtigen tegen. Het vraagt veel aandacht, maar het werkt’, weet Ottens. ‘Door rust op het land te creëren in combinatie met verbetering van het leefgebied krijgen kuikens meer kans om groot te worden.’

Komend jaar gaan we kuikens zenderen om uit te zoeken waar de schoen wringt.

Henk Jan Ottens

Wulpen omrasterd

De wulp, een kenmerkende bewoner van Drenthe, krijgt in Drenthe specifieke aandacht. Vorig jaar werden veertien wulpennesten in Zuid- en Midden-Drenthe omrasterd. Zeventig procent van de legsels kwam uit. Bij de onbeschermde nesten was dat niet meer dan een karige zeven procent. Maar de kuikenoverleving was te laag, na een week waren de meeste jongen niet meer in leven. ‘Komend jaar gaan we kuikens zenderen om uit te zoeken waar de schoen wringt. Of we ze terugvinden in een omgeploegd akkerland of in een roofvogelnest. Dat zenderen in combinatie met het rasteronderzoek is trouwens uniek. Ik heb er hoge verwachtingen van.’

Nét iets natuurinclusiever

Misschien heeft hij een 'te roze bril' op, aarzelt Ottens, maar zijn hoop is dat er maatregelen gevonden worden die de landbouw betrekkelijk eenvoudig kan invullen - nét een beetje later maaien, nét wat natuurinclusiever te werk gaan, het graan nét iets ruimer inzaaien zodat de vogels er tussen kunnen komen. ‘En dat we gezamenlijk het leefgebied van de vogels weten te verbeteren en zo landbouw en ecologie weer met elkaar kunnen verenigen. Zoals het ooit was. Wat mij betreft gaan we in Drenthe daarin het goede voorbeeld geven voor de rest van het land.’

Schatkist

Ottens tekent daarbij aan dat de opgave - en de rekening - echt niet alleen bij de landbouw moet komen te liggen. ‘Dit gaat ons allemaal aan, hier moeten we met elkaar wat voor over hebben.’ Hij is te spreken over de betrokkenheid van de provincie. ‘De provincie erkent de noodzaak, ze volgen logische beleidslijnen en ondersteunen ons bij onze onderzoeken. Ze realiseren zich dat ze de bewaarder van een schatkist zijn, maar ze hebben ook niet altijd de tools.’ Wat hij graag zou zien is dat 'Assen' meer regie neemt. ‘We zien al jaren dat effecten van natuurmaatregelen op boerenland beperkt zijn. Denk aan akkerrandenbeheer of strokenteelt. Óf ze liggen niet op de goede plek óf ze worden niet juist beheerd. Dan zijn ze volkomen zinloos. Om te voorkomen dat we tot in lengte van jaren doorgaan met een sleets instrumentarium, vind ik dat de provincie moet inzetten op natuurinclusieve maatregelen die bewezen effectief zijn.’