Toon alle berichten

Door Kees de Pater
Hoofd Communicatie Vogelbescherming

De wereld van morgen vergt eco-kracht

Geplaatst op 22 februari 2017

Wat eten we over 10 jaar? Niemand die het precies weet, maar het zal iets anders zijn dan vandaag. Een andere smaak en vooral een andere manier van voedsel produceren. Steeds luider klinkt daarbij de stem dat ‘natuurkrachten’ een belangrijk instrument vormen.

Voor Nederland, als een van de belangrijkste landbouwlanden, is de discussie over voedselproductie uiterst belangrijk. De landbouwproductiviteit heeft de afgelopen decennia enorme vooruitgang geboekt. Gedreven door het Europese landbouwbeleid en de wereldmarkt en in de wetenschap heeft er een constante modernisering en intensivering plaatsgevonden. Nergens in Europa hoeft honger te worden geleden. Ons eten kost een veel geringer deel van ons inkomen dan enkele decennia geleden. Maar het zijn zegeningen met een keerzijde.

Niet tégen, maar mét de natuur produceren

Het grote aantal dieren dat in delen van Europa, en zeker in Nederland, wordt gehouden leidt tot meer mest, stikstof en fosfaat dan het land kan verwerken. De grond, het oppervlaktewater en de natuur raken zo vervuild.

Monoculturen en gebruik van herbiciden en pesticiden zorgen voor een achteruitgang van insecten met zo’n 80 procent; een risico voor bestuiving. Nergens gaat de natuur zo sterk achteruit als in het boerenland, met Nederland aan kop. Om deze problemen op te lossen is een verandering noodzakelijk. We moeten naar een landbouw die niet tégen maar mét de natuur werkt: duurzaam en ‘natuurinclusief’.

Natuurkracht voor kostenreductie

De productie van gezond voedsel combineren met de zorg voor landschap en natuur. Veel mensen denken dat zo’n landbouwmethode onvermijdelijk leidt tot prijsverhogingen of inkomensverlies. Dat is de vraag. De waarde die natuurlijke systemen de landbouw bieden, wordt vaak onderschat. Dan gaat het om schoon water, vruchtbare grond, natuurlijke bescherming tegen erosie en bestuiving door wind en insecten. Alleen al de waarde voor de landbouw van de bestuiving door insecten is voor Europa berekend op meer dan 14 miljard euro per jaar. Natuurinclusieve landbouw zal, door beter gebruik te maken van wat de natuur biedt, tot kostenreductie kunnen leiden. En dan gaat het niet alleen maar om economische modellen. Een gezonde koe die kruidenrijk gras eet, geeft misschien minder melk, maar leeft langer en heeft minder vaak de veearts nodig.

Nederland kan het voortouw nemen

Niet alleen voor de landbouw heeft een gezond ecosysteem grote waarde, ook voor recreatie, gezondheidszorg en waterveiligheid. Natuurinclusieve landbouw haalt het inkomen niet uit één bulkproduct, maar uit een breed scala van producten die passen bij het landschap.

Zo’n landbouw vergt inspanningen van alle spelers. Van Brussel bijvoorbeeld. Het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid draagt nauwelijks bij aan vergroening. Dat EU-beleid moet de motor worden voor verandering, zoals het ooit de motor was voor de Europese voedselzekerheid. Investeringen en regels in de landbouw moeten gericht zijn op natuur en milieuvriendelijke productie. Maar wachten op Brussel is niet nodig. De Nederlandse overheid kan voorop lopen en meer investeren in kennis over natuurinclusieve landbouw en ondersteuning van bedrijven die willen omschakelen naar een natuurvriendelijker productie.

Bonussen van de agroreuzen

Dat geldt ook voor de industrie. Er is geen reden waarom agroreuzen als Unilever en FrieslandCampina geen extra bonus zouden zetten op natuurvriendelijk geproduceerd voedsel. De bonus op weidemelk laat zien dat dat geen onbegaanbare weg is. Winkelketens kunnen in hun inkoop-, schappen- en prijsbeleid de verandering in de landbouw ondersteunen.

Een minstens zo machtige partij zijn de consumenten. In onderzoeken geven die keer op keer aan voor duurzaam te willen gaan. Helaas is de macht van de consument broos; de miljoenen individuen staan telkens voor de lastige keuze tussen portemonnee en principe. Toch is er overduidelijk een groei in consumenten die kiezen voor gezond en natuur- en milieuvriendelijk geproduceerd voedsel.

Grote en kleine stappen door boeren

En dan de boer. Elke boer kan bijdragen aan verandering in de landbouw. Sommigen door een drastische omschakeling, van bijvoorbeeld gangbaar intensief naar biologisch en extensief, of naar verbrede landbouw. Dat kan en wil niet elke boer; het moet ook bij je passen. Maar zelfs kleine stappen richting een meer natuurvriendelijk boerenbedrijf vormen een belangrijke bijdrage. Het is uiteindelijk die beweging die er in Nederland en Europa voor moet zorgen dat we straks kunnen genieten van gezond en lekker eten; uit een fraai landschap waar plaats is voor zingende veldleeuweriken en dansende zwaluwen boven velden vol bloemen.

Dit artikel is een licht ingekorte versie van een artikel dat in SIimme Vogels verscheen, een tijdschrift over de praktijk van boeren met natuur.

U kunt het magazine hier gratis downloaden.

En hier kunt een of meer papieren exemplaren bestellen.

Vogelbescherming rijkt de Gouden Grutto Award uit aan een boer die zorg voor natuur combineert met een rendabel bedrijf. U kunt hier tot 7 april 2017 stemmen op een van de negen kandidaten.

Meer over

slimmevogels landbouwbeleid weidevogels slimmeboeren keesdepater

Deel dit bericht

Gerelateerde items

Populair