Toon alle berichten

Door Jip Louwe Kooijmans
Medewerker Vogelbescherming Nederland

Plus één

Geplaatst op 4 februari 2016

Zondagochtend werd ik verwacht in het Hilton. In de schaduw van de gitaar van John Lennon dronk ik een kop koffie met een Japanse vogelaar, die in het dagelijks leven zijn geld verdiende als chemicus. Hij was niet alleen een expert op het gebied van autolak op waterbasis, maar had ook een strategische positie binnen de potentiële Japanse zakenpartner van een Nederlandse verffabrikant. Bij het tweede kopje koffie kreeg ik een tweede koekje, hij kreeg een telescoop cadeau. De rest van de dag werden we rondgereden door Flevoland, om vogels te kijken. Ik was ingehuurd als gids. Even waren we twee onwennige vreemden, maar na een uurtje gingen we met elkaar om zoals vogelaars met elkaar omgaan.

De Japanse verfspecialist bleek meer dan gemiddeld geïnteresseerd in vogels, het was een hardcore birder. Zelfs een klapekster en een ruigpootbuizerd, geen alledaagse vogels in Nederland én Japan, konden hem niet boeien. Hij had ze al eens gezien. Zijn interesse ging vooral uit naar nieuwe soorten op zijn vogellijst. Gelukkig had ik mij vooraf verdiept in de verschillen tussen de Japanse en de Nederlandse avifauna. Het succes van deze dag schuilde in de gewone westerse soorten. Grauwe gans: plus één. Dat werk. Vanaf de Praambult keken we uit over de Oostvaarderplassen. Een zeearend joeg een enorme groep brandganzen de stuipen op het lijf. De zeearend was oninteressant, maar de brandgans was een nieuwe soort op de lijst van de Japanner. Plus één. Zo ook een langsvliegende bonte kraai. Tussen de wegvluchtende brandganzen zag ik, onvermeldenswaardig ver weg, drie kramsvogels in de mist verdwijnen.

We liepen terug naar de auto. Tussen de waarnemingen door vermaakten we ons met birdtalk. Hoe belangrijk de man ook was, zijn Engels was niet geweldig. Did-a-you-ever-had-a-field-a-fair, vroeg de Japanner stotterend zonder pauzes tussen de lettergrepen. Ik wist niet wat ik mij moest voorstellen bij een affaire in het veld. Omdat ik zijn vraag niet goed begreep, gaf ik een ontwijkend antwoord. Hij vertelde dat de derde ‘field-a-fair’ van Japan meer dan vijfhonderd twitchers op de been had gebracht. Hij moest zelf werken op de dag van de ontdekking, kon pas op de derde dag gaan kijken en had de vogel gedipt. Dippen is de term die vogelaars wereldwijd gebruiken voor het missen van een zeldzame soort. Pas toen begreep ik zijn Japanse accent. Hij had het niet over een affaire of een ruzie in het veld. Hij bedoelde fieldfare, het Engelse woord voor kramsvogel, die ik zojuist gedrieën had zien wegvliegen. Twijfel sloeg toe. Moest ik bekennen wat ik zojuist had gezien, omdraaien en zoeken? Ik hield mijn mond en liep gewoon door. Naast de auto hipte gelukkig alweer een nieuwe soort voor de belangrijke Japanner: het roodborstje. Plus één. 

De stadsvogelaar

Dit zijn verhalen uit de verhalenbundel 'De stadsvogelaar & andere verhalen'.
Dit boek is te koop in de winkel van Vogelbescherming in Zeist.
Het is ook te bestellen bij uitgeverij Aspekt.

Te koop in winkel van Vogelbescherming

Meer over

jiplouwekooijmans kramsvogel stadsvogel

Deel dit bericht

Gerelateerde items

Populair