Toon alle berichten

5 gekke feiten over broeden

Geplaatst op 23 april 2015

In mei leggen alle vogels een ei, zo wil het gezegde. Maar waar is het niet. Er zijn vroegere en latere eieren. En er is meer opmerkelijks met vogels aan de hand tijdens het broedseizoen.

I Na een paar weken zelf al broeden

Nauwelijks uit het ei en dan zelf al gaan broeden: na amper zes weken! Verschillende soorten uit de kwartelfamilie presteren dit. Het is onvoorstelbaar. De hoogste leeftijd om met broeden te beginnen kennen de grotere albatrossen: tussen de zes en tien jaar. De gemiddelde zangvogel bij ons in de tuin broedt als hij één jaar is.

II 3 procent van de vogelmannen heeft een penis

Bij 97 procent van de mannetjesvogels komt het sperma tijdens de voortplanting uit de cloaca. Dat is een multifunctionele opening waarin de afvoerkanalen voor urine, ontlasting en sperma uitkomen. Vogels hebben geen uitwendige geslachtsdelen. Dat zou ook maar extra risico’s met zich meebrengen; ze raken makkelijk beschadigd en leveren bij zwemmen of vliegen ongewenste weerstand op.

III Als je je ei kwijt moet…

Normaal gesproken hebben vogels een nest gebouwd voordat het vrouwtje er eieren in legt. Wel zo handig. Veel vogels doen dat met zonsopkomst. Dan zijn ze het ei kwijt en kunnen ze opgelucht voedsel gaan zoeken.
Maar het gaat ook wel eens mis, bijvoorbeeld als een nest wordt vernield. Het vrouwtje kan dan zo omhoog zitten met haar ei, dat ze het toch móet leggen. Vaak zomaar ergens, op een grasveldje of een grinddakje. Met zo’n ei gebeurt verder niets; daar wordt niet op gebroed.

IV Een ei van 12 kilo

Het grootste ei dat ooit werd gelegd, was van de reuzenstruisvogel die voorkwam op Madagaskar: 12 kilo. Het ei van onze huidige struisvogel weegt ongeveer 1,5 kilo. Het duurt drie kwartier om zo’n ei hard te koken! Het grootste ei van een Nederlandse vogel is dat van de knobbelzwaan: 300 gram.

V Eitand, bevrijdingsspier, luchtkamer

Om uit het ei te komen heb je gereedschap nodig. De eitand is een scherp uitsteeksel aan de snavel en een speciale bevrijdingsspier zit aan de achterkant van de schedel van een ongeboren kuiken. Wanneer het jong klaar is om uit te komen, drukt het zichzelf naar de stompe kant van het ei, want daar is een ruimte met lucht ontstaan: de luchtkamer. Het jong kraakt de schaal met de eitand – en de kracht van de bevrijdingsspier – en gebruikt zijn poten om zich in het ei rond te draaien, waardoor scheurtjes in de schaal ontstaan. Meestal doet een jong wel een paar uur over het uitkomen. De eitand valt na een paar dagen van de snavel.

 

Deel dit bericht

Populair