Toon alle berichten

Het is alles zilver wat er blinkt

Geplaatst op 18 juni 2014

De sneeuwwitte reiger stapt behoedzaam door een enkeldiepe plas, scherp speurend naar een smakelijke hap. Staat stil, trekt de lange slanke hals in, om in een split-second als een pijl uit een boog naar voren te schieten… Een zilverkleurige voorn verdwijnt via dezelfde lange hals naar de maag. Haast exotische taferelen in een Nederlands moeras.

Thuishaven in ‘de nieuwe wildernis’

De laatste decennia broeden zowel grote als kleine zilverreigers in Nederland. Oudere vogelaars hadden dat nooit durven dromen. De grote zilverreiger die als eerste in Nederland broedde deed dat waarschijnlijk in 1977, in de Oostvaardersplassen.
De Nederlandse grote zilverreigers zijn vermoedelijk afkomstig uit de Neusiedler See in Oostenrijk: de dichtstbijzijnde broedkolonie. De soort heeft zich als broedvogel niet echt over Nederland verspreid, maar is in de Oostvaardersplassen blijven hangen. Daar broeden tegenwoordig zo’n 150 paar.
Na het broedseizoen zwerven grote zilverreigers uit en kunnen ze ’s winters eigenlijk overal in Nederland opduiken, te meer omdat de broedvogels dan versterking krijgen van aantallen grote zilverreigers die afkomstig zijn uit het oosten (tot in Oekraïne) en het zuiden (Frankrijk). Een nieuw winters record leek in 2014 in de maak, het aantal getelde vogels ging richting de 4000. Kort en goed: van een grote zilverreiger hartje winter in een weiland, kijkt tegenwoordig nauwelijks meer iemand op. Maar het blijft leuk.

Kleine zilverreiger minder honkvast

Kleine zilverreigers zijn minder honkvast en broeden op verschillende plaatsen in ons land. Het eerste paar vestigde zich in 1979, eveneens in de Oostvaardersplassen. Sindsdien is hun aantal gestaag gegroeid tot ongeveer 250 paar. De meeste komen voor bij het Quakjeswater (Oostvoorne), de Oostvaardersplassen, de Braakman (Zeeuws-Vlaanderen) en op Schiermonnikoog. De kleine zilverreiger heeft Nederland bereikt vanuit het zuiden.
Na het broedseizoen zwerven de jonge vogels rond in hun geboortestreek. De meeste kleine zilverreigers verlaten Nederland ’s winters en trekken naar Afrika ten zuiden van de Sahara. Een aantal blijft rond de Middellandse Zee hangen.

Hoe houd je ze uit elkaar?

Grote en kleine zilverreigers lijken op het eerste oog sprekend op elkaar. Allebei spierwit en overduidelijk reigers met lange poten, slanke hals en dolkachtige snavel. Maar de grote zilverreiger is echt heel veel groter dan de kleine: zo’n veertig centimeter. Hij heeft veel langere poten die in de vlucht ver uitsteken en bovendien sierveren op borst en rug, maar niet op de kop. De kleine heeft in het broedkleed wel fraaie sierveren achter op de kop. In de vlucht zijn bij de kleine de geelgroene tenen vaak goed te zien. Grote of kleine zilverreiger; het zijn beide fraaie verschijningen!

 

Deel dit bericht

Populair