Toon alle berichten

5 tips om de huismus te helpen

Geplaatst op 13 januari 2014

De huismus is de afgelopen decennia enorm in aantal achteruitgegaan. Die trend lijkt gestopt. Toch heeft deze vogel aandacht nodig en u kunt helpen!

Er zijn nog steeds veel huismussen en hun aantal gaat gelukkig niet langer achteruit. Maar het zijn er nog maar half zo veel als vroeger. De laatste decennia is de populatie met honderdduizenden kleiner geworden. Daarom blijft de huismus ook volgend jaar op de nieuwe Rode Lijst staan. De positie van de huismus is nog steeds delicaat.

Wat is er mis?

  • Verdwijnen van nestplekken. Moderne, goed geisoleerde huizen, hebben geen gaatjes, kieren, nisjes en holtes.
  • Minder onkruid en onbespoten planten, dus minder bladluizen. In de eerste twee weken worden de jongen gevoerd met (eiwitrijke) bladluizen en andere insecten. Dat is cruciaal voor de overleving.
  • Verdwijnen van dekking. Bomen, struiken en hagen zijn belangrijk als dekking voor vijanden en om mussenkolonies met elkaar in contact te houden. Kolonies kleiner dan tien paartjes kunnen niet zelfstandig bestaan.

Wat kun je doen?

  1. Tuin goed inrichten. Zorg voor dichte struiken of een dichte, groen blijvende haag. Kies voor bloeiende planten (insecten en zaden).
  2. Speciaal voer geven. Voeder een zaadmengsel, 's winters aangevuld met vetbollen. Mussen hebben in het voorjaar eiwitrijk voedsel nodig.
  3. Onderdak geven. Maak gebruik van de ‘vogelvide’, mussennestkasten, of mussendakpannen. Minstens vijf bij elkaar, want mussen zijn koloniebroeders.
  4. Water- en stofbaden bieden. Een waterschaal of vijvertje met aflopende oever en een zanderig plekje in de zon. Haal er desnoods gewoon een stoeptegel uit!
  5. De buurt mobiliseren. Nodig buren, de straat, de gemeente uit om hetzelfde te doen. Mussen hebben een kleine actieradius, dus een netwerk van musvriendelijke plekken is essentieel.

 

Deel dit bericht

Populair