- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Grote zilverreiger
- Overige namen
- Great Egret, Casmerodius albus
- Orde
- Ciconiiformes
- Familie
- Reigers (Ardeidae)
- Status
- Jaarvogel. Zeer schaarse broedvogel; doortrekker en wintervogel in klein aantal
- Rode Lijst
- Ja
Informatie
De grote zilverreiger is van oorsprong een vogel uit het mediterrane gebied. Door het beschikbaar komen van geschikte leefgebieden heeft deze hagelwitte reiger zijn verspreiding inmiddels uitgebreid tot in Nederland. De Oostvaardersplassen vormen het belangrijkste bolwerk in Nederland. Dit gebied is de springplank vanwaar andere gebieden inmiddels gekoloniseerd worden.
Algemeen
- Overige namen
- Great Egret , Casmerodius albus
- Orde
- Ciconiiformes
- Familie
- Reigers (Ardeidae)
- Status
- Jaarvogel. Zeer schaarse broedvogel; doortrekker en wintervogel in klein aantal
- Europese verspreiding
- De grote zilverreiger komt op alle continenten - behalve Antarctica - voor. In Europa is de soort vooral talrijk in het Middellandse Zeegebied en de landen rond de Zwarte Zee. Het broedgebied wordt ruwweg begrensd door de 20 graden Celsius Juli-isotherm. Veruit de meeste grote zilverreigers broeden in Oekraïene, gevolgd door Hongarije, Oostenrijk en Roemenië
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Moeras, oevers, plassen, rietland en ruigte, weilanden (uitgestrekt)
- Voedsel- en broedbiotoop
- Rietmoerassen, oeverzones van meren en plassen, bossen langs rivieren (ooibossen) en aan kusten bij de mondingen van rivieren. Om te nestelen heeft de grote zilverreiger een flinke hoeveelheid overjarig riet nodig, maar geregeld worden ook wilgen gebruikt om het nest in te bouwen.
- Voedsel
- Allerlei vis, amfibiën en ook kleine zoogdieren als woelmuizen en mollen. Driedoornige stekelbaar is een belangrijke prooisoort.
Broeden
- Broedperiode
- April - juni
- Koloniebroeder
- Ja
- Aantal legsels
- 1 legsel
- Aantal eieren
- 3 - 4 eieren
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Onmiskenbaar door formaat en kleur van poten en snavel.
- Gedrag
- Foerageert actiever dan de blauwe reiger op vis in poelen, sloten en andere ondiepere water, soms op muizen in grasland.
- Kleed
- Geheel wit verenkleed
- Formaat/ lengte
- Lengte 80-102 cm, spanwijdte 140-170 cm.
- Snavel
- Dolkvormig, zwart (geel in winter)
- Poten
- Geelachtig van kleur, lange poten met lange tenen
Vogeltrek
- Trekroute
- Klein aantal trekt naar Zuid en Oost-Europa
- Overwinteringsgebied
- Zuid-en Oost Europa
