Spring naar content

Bijeneter

Bijeneter

Overige namen
Bee-eater, Meropus apiaster
Orde
Coraciiformes
Familie
Bijeneters (Meropidae)
Status
Zomervogel. Onregelmatige broedvogel. Doortrekker in uiterst klein aantal.
Rode Lijst
Nee
 
Beluister
 

Informatie

Een opvallende en tropische verschijning die met veel geluk ook in Nederland te zien is: de bijeneter is een vogel die indruk maakt. Bijeneters leven vooral in de warme delen van Europa, maar het lijkt erop dat de verspreiding zich in noordelijke richting uitbreidt: Ook in Nederland zijn inmiddels broedende bijeneters vastgesteld. Enkele broedpogingen waren zelfs succesvol. Bijeneters zijn insecteneters en behendige vliegers, die ook in vlucht insecten te grazen weten te nemen. De aanwezigheid van grote prooinsecten als sprinkhanen, libellen en ook bijen is voor bijeneters een absolute voorwaarde. Deze bonte vogels kunnen vooral aangetroffen worden bij steilwanden aan water; rivieren, plassen en meren, waar ze een nesttunnel uitgraven in een steile wand.

Algemeen

Overige namen
Bee-eater , Meropus apiaster
Orde
Coraciiformes
Familie
Bijeneters (Meropidae)
Status
Zomervogel. Onregelmatige broedvogel. Doortrekker in uiterst klein aantal.
Europese verspreiding
De bijeneter broedt in het zuidwesten van Europa, in Oost- en Centraal-Europa en in Centraal- en Oost Azië, Klein Azië en Noordwest-Afrika. De grootste aantallen in Europa zijn te vinden in Portugal, Spanje en Bulgarije. De noordgrens van het verspreidingsgebied komt overeen met de 21 graden Celsius juli-isotherm. Opmerkelijk is het voorkomen van een geografisch geisoleerde broedpopulatie bijeneters in Zuid-Afrika. Er is echter geen sprake van een aparte ondersoort; in de winter treedt enige vermenging op met overwinteraars uit Centraal- en Oost-Europa.

Naar boven

Leefomgeving en voedsel

Biotoop
Bos, oevers, plassen, rivieren, struweel
Voedsel- en broedbiotoop
De bijeneter komt in verschillende biotopen voor: open parkachtige bossen met struikgewas, weilanden en akkers met kruidenrijke randen, bosranden en andere habitats als zandafgravingen. Maar vrijwel altijd in de directe nabijheid van rivieren of plassen met steile oevers. Daarin wordt - liefst in een los kolonieverband - het nest gemaakt. Slechts zelden broeden bijeneters gewoon op de grond, of in holen in andere steilwanden.
Voedsel
Kleine tot grote insecten: zweefvliegen, sprinkhanen, libellen, etcetera.

Naar boven

Broeden

Broedperiode
Vanaf half mei
Koloniebroeder
Ja
Aantal legsels
Eén legsel per jaar
Aantal eieren
4 - 7, soms tot 10

Naar boven

Herkenning

Opvallende kenmerken
Bont gekleurd. Valt in de vleugt op door typische zweefvlucht en geluid. Opvallende staart met uitstekende middelste staartpennen.
Gedrag
Zoekt in de lucht naar insecten. In gebieden met een hogere dichtheid doen ze dat vaak in groepen.
Kleed
Onmiskenbaar door opvallende kleuren; blauwe onderdelen, gele keel en rug,roodbruine bovendelen en zwarte oogstreep en vleugelachterrand
Formaat/ lengte
25 - 29 cm.
Snavel
Tamelijk lang en licht omlaaggebogen (als uitgerekte en doorhangende merelsnavel)
Poten
Korte poten.

Naar boven

Vogeltrek

Overwinteringsgebied
Bijeneters overwinteren in Afrika, maar er zijn twee geografisch verschillende 'deelpopulaties'. Broedvogels van het Iberisch Schiereiland, Frankrijk en Noordwest-Afrika overwinteren in West-Afrika, ten noorden van de Evenaar.
 
 
 

Vogelgids

Zoek een vogelsoort.

 

Beleef de Lente 2012

kijk live mee

Uw gift

doneer online