- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Bergeend
- Overige namen
- Shelduck, Tadorna tadorna
- Orde
- Anseriformes
- Familie
- Eenden (Anatidae)
- Status
- Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (vrij) groot aantal
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
De bergeend is een typische modderaar. Deze gansachtige eenden zoeken hun voedsel het liefst in slikkige, open gebieden: het Waddengebied en estuaria van rivieren zijn favoriet. Wroetend door de slikkige toplaag zoeken ze naar slakjes, (wad)pieren, insecten en andere eetbare bodembewoners. De bergeend komt de laatste decennia steeds meer voor in het binnenland, waar ze vooral langs de rivieren, maar ook op akkers, aangetroffen kunnen worden.
Algemeen
- Overige namen
- Shelduck , Tadorna tadorna
- Orde
- Anseriformes
- Familie
- Eenden (Anatidae)
- Status
- Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in (vrij) groot aantal
- Europese verspreiding
- Bergeenden komen voor in een brede band (tussen 40 en 60 graden noorderbreedte) van Ierland tot in West-China. In Europa broeden vooral in het Verenigd Koninkrijk, Zweden en in Nederland veel bergeenden. In juli vertrekt bijna de hele populatie bergeenden van Nederland, Engeland en Duitsland naar de Bocht van Helgoland. De jonge vogels blijven achter en worden in crèches opgevangen door een paar achterblijvende volwassen eenden.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Duinen, intergetijdenzone, kust, oevers, wad, gorzen en slikken
- Voedsel- en broedbiotoop
- Open gebieden met moddervlakten, slikken en wadden vormen het ideale foerageergebied. Gebroed wordt voornamelijk in holen. In het duingebied zijn konijnenholen favoriet. Helaas neemt het aantal konijnen in de duinen sterk af, en daarmee de beschikbaarheid van geschikte broedplaatsen. Er vindt enige omschakeling plaats naar broeden in een dichte vegetatie.
- Voedsel
- Slakjes, geleedpotigen en wormen
Broeden
- Broedperiode
- Variabel, meestal vanaf begin mei - juni
- Koloniebroeder
- Nee, hoewel de bergeend wel regelmatig in groepen te zien is.
- Aantal legsels
- 1
- Aantal eieren
- 8-15, soms meer (vrouwtjes leggen soms eieren in elkaars nest)
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Het verenkleed van de bergeend is onmiskenbaar. De donkergroene kop, bloedrode snavel, kastanjebruine brede halsband en donkergroene / zwarte handpennen maken de bergeend al op grote afstand herkenbaar.
- Gedrag
- Worden meestal in paartjes gezien.
- Kleed
- Mannetjes en vrouwtjes zijn vrijwel identiek, voorzover het verenkleed betreft. Alleen aan de snavelknobbel en het formaat is het onderscheid te maken.
- Formaat/ lengte
- 55-65 cm
- Snavel
- Bloedrood. Mannetjes hebben in de broedtijd een rode knobbel op de snavelbasis
- Poten
- Relatief lang, met zwemvliezen
Vogeltrek
- Trekroute
- Westelijk naar Engeland en Ierland en zuidwaards naar Frankrijk
- Overwinteringsgebied
- Nederland, Ierland, Engeland en Frankrijk.

