- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Beflijster
- Overige namen
- Ring Ouzel, Turdus torquatus
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Lijsters (Turdidae)
- Status
- Doortrekker in vrij klein aantal
- Rode Lijst
- Nee
Informatie
De beflijster is een schaarse doortrekker, die bij vluchtige waarneming sterk op een merel lijkt en bij nadere beschouwing een merel met een wit slabbetje om de hals. De broedgebieden liggen in Scandinavië, Schotland, Wales en de berggebieden in Zuid- en Centraal-Europa. De grootste kans op waarneming van een beflijster is tijdens de voorjaarstrek; dan verblijven honderden vogels op de Waddeneilanden en elders in het land. Beflijsters houden zich ook regelmatig op in groepen van andere doortrekkende lijsterachtigen, zoals koperwieken en kramsvogels. Op de waddeneilanden, waar de meeste waarnemingen vandaan komen, zijn ze in de trektijd te ontdekken op de diverse weilanden en sportvelden, waar regenwormen gemakkelijk te bemachtigen zijn.
Algemeen
- Overige namen
- Ring Ouzel , Turdus torquatus
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Lijsters (Turdidae)
- Status
- Doortrekker in vrij klein aantal
- Europese verspreiding
- De belangrijkste broedgebieden van de befslijsters liggen in Noorwegen, delen van Schotland en Engeland, in de Alpenlanden en de Balkan. In grote delen van west en midden Europa wordt de soort als trekvogel waargenomen.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Bos, graslanden, heide, kust, park en tuin, struweel, middel- en hooggebergte, weiden (kleinschalig)
- Voedsel- en broedbiotoop
- Beflijsters zijn broedvogels van bergachtige gebieden en natte heiden, meestal erg rotsachtig en met een zeer spaarzame begroeiing. Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur onder een overhangend stuk steen. Op doortrek kunnen beflijster aangetroffen worden in allerlei graslanden, bosranden en duinen, met voldoende beschutting. Hier houden zich veel bodemdieren op, waar de beflijster van profiteert.
- Voedsel
- Voornamelijk ongewervelde bodemdieren
Broeden
- Broedperiode
- Vanaf half april - juni
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- Meestal één, soms twee legsels per jaar (voornamelijk indien eerste legsel niet succesvol).
- Aantal eieren
- 4 - 5, soms 3 - 6
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Merel met witte bef.
- Gedrag
- Als van een merel.
- Kleed
- Zwart verenkleed met een witte halve maanvormige slabbetje.De vleugelveren hebben lichte randen, zodat Beflijsters in vlucht een lichtere vleugel hebben dan Merels. Onvolwassen vogels hebben een veel minder duidelijke witte bef.
- Formaat/ lengte
- 24 - 27 cm.
- Snavel
- Gelige lijstersnavel
- Poten
- Bruinig
Vogeltrek
- Trekroute
- Gezien de grote aantallen broedende beflijsters in Scandinavië is het logisch dat vooral Noorse en Zweedse vogels door Nederland zullen trekken.
- Overwinteringsgebied
- De overwinteringsgebieden van de beflijster liggen in Zuid-Europa en Noord-Afrika en omvat vooral het Middellandse Zeegebied

