- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Vink
- Overige namen
- Chaffinch, Fringilla coelebs
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Vinken (Fringillidae)
- Status
- Jaarvogel. Uiterst talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in zeer of uiterst groot aantal
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
Vinken leven vrijwel overal waar bomen groeien. Hagen, houtwallen, singels, bossen, tuinen en parken: vinken komen vrijwel overal voor. Toch is het vooral hoog Nederland waar vinken in de grootste dichtheden voorkomen. Vinken eten zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. In het broedseizoen zijn het echter vooral insecten die gegeten worden. Insecten leveren meer eiwitten, welke noodzakelijk zijn voor de groei van de jonge vinken en het grote energieverbruik van de oudervogels. De zang van de vink is de bekende 'vinkeslag'. Er werden (en worden) zelfs wedstrijden gehouden met vinken in gevangenschap: de vink die het meest 'slaat' wint de wedstrijd.
Algemeen
- Overige namen
- Chaffinch , Fringilla coelebs
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Vinken (Fringillidae)
- Status
- Jaarvogel. Uiterst talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in zeer of uiterst groot aantal
- Europese verspreiding
- Slechts de boomloze delen van Europa zijn vinkenloos. Geheel boreaal, gematigd en mediterraan Europa behoren tot het leefgebied van de vink.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Bos, park en tuin
- Voedsel- en broedbiotoop
- Vinken vinden hun voedsel op en om bomen en struikgewas. Het nest wordt goed gecamoufleerd tussen de takken gemaakt.
- Voedsel
- Zaden, noten, insecten en knoppen.
Broeden
- Broedperiode
- April - juli
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- 2 legsels
- Aantal eieren
- 3 - eieren
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- De meest opvallende kenmerken van de vink zijn de twee witte vleugelstrepen, bij zowel het mannetje als vrouwtje.
- Gedrag
- Vooral in het najaar scharrelen grote groepen vinken op de grond onder beuken naar beukennootjes, vaak vergezeld door kepen. In de tuin wachten ze geduldig onder een vetbol of een voederhuisje, op zaadjes die door andere vogels worden gemorst.
- Kleed
- Mannetje heeft in broedkleed een blauwgrijs petje, dat doorloopt dat in de nek. De wangen en de borst zijn diep oranje van kleur, de bovenrug in bruin en de veren zijn grotendeels zwart met twee witte vleugelstrepen. De staartveren zijn zwart, behalve de buitenste staartpennen. Deze zijn wit van kleur. Het vrouwtje is minder opvallend en wordt nog wel eens aangezien als een vrouwtje mus.
- Formaat/ lengte
- 14 - 16 cm
- Snavel
- korte kegelvormige grijze snavel
- Poten
- Korte pootjes
Vogeltrek
- Trekroute
- Continentaal Europa
- Overwinteringsgebied
- De Lage Landen, Engeland, Frankrijk en Spanje vormen het belangrijkste overwinteringsgebied voor vinken.
