- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Alk
- Overige namen
- Razorbill, Alca torda
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Alken (Alcidae)
- Status
- Jaargast. Doortrekker en wintergast in vrij groot aantal, zomergast in klein aantal
- Rode Lijst
- Nee
Informatie
Alken broeden op plaatsen waar maar weinig andere dieren zich comfortabel zouden voelen; nissen en spleten in steile kliffen. Een kolkende zee onder zich en een felle wind tegen de rotsen. Deze zeevogels komen alleen voor in het Noord-Atlantisch gebied.
Alken hebben een snelle vlucht, de vleugelslagen zijn nauwelijks waar te nemen. Daarbij kunnen de vogels laag over het water vliegen en als het ware tussen golven door laveren. Dat maakt het waarnemen met een verrekijker vanaf de kust soms erg moeilijk. Een bezoek aan de broedgebieden in het late voorjaar is dan ook een betere gelegenheid alken goed te bekijken. Vooral omdat alken meestal samen leven met zeekoeten, drieteenmeeuwen, papegaaiduikers en jan-van-genten is zo'n bezoek de moeite meer dan waard. Helaas zijn alken (en zeekoeten) erg kwetsbaar voor olie - welke door menselijk toedoen op het zeeoppervlak belandt. Jaarlijks spoelen vele tientallen olieslachtoffers aan, bij een olieramp zijn de aantallen vogelslachtoffers nauwelijks te tellen.
Algemeen
- Overige namen
- Razorbill , Alca torda
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Alken (Alcidae)
- Status
- Jaargast. Doortrekker en wintergast in vrij groot aantal, zomergast in klein aantal
- Europese verspreiding
- Meer dan de helft van de wereldpopulatie broedt langs de IJslandse kust. Op een goede tweede plaats staan de kusten van Groot-Brittannië en Ierland, gevolgd door de Noorse kust .
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Kust, zee
- Voedsel- en broedbiotoop
- Alken zoeken hun voedsel op open zee en vlak onder de kust. Het voedsel bestaat uit kleine vissoorten en kreeftachtigen, die worden opgedoken van soms een aanzienlijke diepte. Het nest wordt gebouwd op steile rotswanden.
- Voedsel
- Onder andere sprot, zandspiering, verschillende kabeljauwachtigen, borstelwormen en kleine kreeftachtigen.
Broeden
- Broedperiode
- Vanaf begin mei in zuidelijke gebieden, vanaf begin juni in het noorden
- Koloniebroeder
- Ja
- Aantal legsels
- Eén legsel per jaar
- Aantal eieren
- Eén ei
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Opvallende brede stompe snavel met een witte streep in de breedte. Heeft een zeer snelle vleugelslag die niet of nauwelijks is waar te nemen. Zwart bovenlichaam en een witte buik.
- Gedrag
- Duikt vanuit zee naar o.a. vis. De vleugels worden onder water als peddels gebruikt. Hiermee kunnen ze hun lichaam onder water drukken.
- Kleed
- Zwarte kop, rug en vleugels, witte buik. Opvallende witte vleugelstreep. In broedkleed valt de witte streep van de snavel naar het oog op.
- Formaat/ lengte
- 38 - 43 cm
- Snavel
- Dikke stompe snavel, met wit patroon als 'scheermes'
- Poten
- Kort, met zwemvliezen
Vogeltrek
- Trekroute
- Niet vast bepaald noord-zuid, zwerfgedrag niet ongewoon.
- Overwinteringsgebied
- Alken zwerven in de winter uit over de zeeën die de broedgebieden omgeven. Enige trekbeweging is daarbij zeker waar te nemen. Voor de Nederlandse kust overwinteren vooral vogels de Britse Eilanden en Ierland, in mindere mate van IJsland en de Witte Zee. Alken komen in de winter zuidelijk voor tot in het Middellandse Zeegebied.

