Spring naar content

Scholekster

Scholekster

Overige namen
Oystercatcher, Haematopus ostralegus
Orde
Charadriiformes
Familie
Scholeksters (Haematopodidae)
Status
Jaarvogel. Talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in zeer groot aantal
Rode Lijst
Nee
 
Beluister
 

Informatie

Scholeksters zijn vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers die algemeen in het binnenland kunnen worden aangetroffen. De grootste aantallen bevinden zich in het Noorden en Westen van het land, de Veluwe, Zuid-Limburg en Flevoland huisvesten nauwelijks Scholeksters. Opvallend is dat scholeksters vaak allemaal dezelfde kant op zitten, zodat ze elkaar niet hinderen wanneer gevlucht moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt altijd een onderlinge afstand van ongeveer een meter gehandhaafd. De snavel van een scholekster is handig om in het wad naar mossels en kokkels te zoeken en ook om ze te openen en het schelpdiertjes eruit te eten. De snavel slijt wel erg hard van al dat harde materiaal. Gelukkig groeit hij ook snel weer, ongeveer 0,4mm per dag. Als de snavel niet zou slijten dan zou hij doorgroeien en op den duur krom worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij scholeksters die in gevangenschap leven en hun snavel niet goed kunnen gebruiken en dus niet goed kunnen afslijten. De snavel van de scholekster slijt op het wad trouwens sneller dan op het land. In de zomer, als hij veel op het wad is, heeft de scholekster een kortere snavel dan in de winter, wanneer hij voedsel zoekt op het land.

Algemeen

Overige namen
Oystercatcher , Haematopus ostralegus
Orde
Charadriiformes
Familie
Scholeksters (Haematopodidae)
Status
Jaarvogel. Talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in zeer groot aantal
Europese verspreiding
Scholeksters komen in het gehele Palearctische gebied voor. De nominaatvorm komt in Europa vooral voor langs de kusten van Noordwest-Europa, maar ook in het Middellandse Zeegebied leven scholeksters.

Naar boven

Leefomgeving en voedsel

Biotoop
Graslanden, intergetijdenzone, kust, weiden (kleinschalig), weilanden (uitgestrekt)
Voedsel- en broedbiotoop
Scholeksters zijn zowel weidevogels als kustvogels. In beide biotopen kunnen ze volop aangetroffen worden. Het nest is niet meer dan een klein kuiltje in de grond. Tegenwoordig broeden ze ook vaker op platte kiezel daken in het stedelijk gebied.
Voedsel
Mosselen, kokkels en kreeftachtigen in de kustgebieden en in weidegbeiden eten ze voornamelijk wormen en insecten(larven).

Naar boven

Broeden

Broedperiode
April - mei
Koloniebroeder
Nee
Aantal legsels
1 legsel
Aantal eieren
2 - 3 eieren

Naar boven

Herkenning

Opvallende kenmerken
Lange rode snavel, oranje roze poten en een zwartwit verenkleed.
Gedrag
Buiten het broedseizoen zijn scholeksters vaak in grote groepen te zien in de kustgebieden. Hier verzamelen de scholeksters zich tijdens hoog water in grote groepen op de hoogwatervluchtplaatsen, waar ze meestal met zijn allen dezelfde kant op staan.
Kleed
Zwarte kop en zwart bovenlichaam en een wit onderlichaam
Formaat/ lengte
Lengte 39 - 44 cm (inclusief 6 - 9 cm snavel); Spanwijdte 72 - 83 cm.
Snavel
Lange roodoranje snavel.
Poten
Roze tot oranje achtige poten

Naar boven

Vogeltrek

Trekroute
Scholeksters trekken voornamelijk langs de kust.
Overwinteringsgebied
Scholeksters die in Nederland broeden blijven hier het gehele jaar. Scandinavische scholeksters trekken naar het zuiden, opmerkelijk genoeg tot ver voorbij Nederland.
 
 
 

Vogelgids

Zoek een vogelsoort.

 

Uw gift

doneer online