- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Boomkruiper
- Overige namen
- Short-toed Treecreeper, Certhia brachydactyla
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Boomkruipers (Certhiidae)
- Status
- Jaarvogel. Talrijke broedvogel; standvogel
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
De boomkruiper is een stuk minder opvallend dan zijn bijna-naamgenoot, de boomklever. Boomkruipers zijn bruingevlekt van boven en roomwit van onderen. De spitse snavel is omlaag gebogen en zeer geschikt om insecten uit spleten in boombast te peuteren. Daarbij is de boomkruiper prima gecamoufleerd: zijn verenpak lijkt sprekend op boombast. De boomkruiper heeft een karakteristieke manier van voedsel verzamelen. De vogel hipt spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog, daarbij de bast afzoekend naar insecten. Op enige hoogte aangekomen vliegt de boomkruiper naar een naburige boom, om daar weer aan de voet met klauteren te beginnen. Ondertussen gebruikt de boomkruiper de stugge staartveren als steuntje waardoor deze, voor wie goed oplet, vaak sterk gesleten punten blijken te hebben. Bij strenge koude kruipen boomkruipers knus bij elkaar; uit zo'n bal van veren kunnen soms wel tien of meer staartjes steken!
Algemeen
- Overige namen
- Short-toed Treecreeper , Certhia brachydactyla
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Boomkruipers (Certhiidae)
- Status
- Jaarvogel. Talrijke broedvogel; standvogel
- Europese verspreiding
- De boomkruiper komt voor in Centraal- en Zuidwest-Europa, tot in Turkije. De sterk gelijkende taigaboomkruiper heeft een iets ruimer verspreidingsgebied, van Ierland tot in Turkije.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Bos, park en tuin
- Voedsel- en broedbiotoop
- Boomkruipers zijn te vinden waar bomen zijn; zo simpel als het klinkt is het bijna. De boomkruiper stelt geen hoge eisen aan een broedplaats; dat kan ook niet want de concurrentie om goede holtes is groot en een boomkruiper is niet erg sterk en assertief. Daardoor maken boomkruipers nesten achter loszittende boombast, in vervallen nestkastjes, tussen klimopbegroeiing op bomen, muren of schuttingen en op tal van andere plekken.
- Voedsel
- Insecten en insectenlarven
Broeden
- Broedperiode
- April - juni
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- 2 legsels
- Aantal eieren
- 5-6 eieren
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Spits, omlaag gebogen snavel. Verder valt de room witte buik op.
- Gedrag
- Loopt spiraalgewijs tegen de boomstam op tot een bepaalde hoogte en vliegt daarna naar de volgende boom en begint aan de voet van de stam weer omhoog te lopen. Tijdens koude winternachten zoeken ze elkaar op en drukken ze zich tegen elkaar aan als een bolletje wol. Het nest wordt gemaakt tussen losgetalen stukken schors, ook broeden ze in nestkasten.
- Kleed
- Bruingevlek verenkleed met een roomwit onderlijf.
- Formaat/ lengte
- 12-13,5 cm.
- Snavel
- Spits en licht omlaag gebogen
- Poten
- Korte poten met lange tenen, lange teennagels voor een goede grip op boomstammen.

