- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Boomklever
- Overige namen
- Nuthatch, Sitta europaea
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Boomklevers (Sittidae)
- Status
- Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; standvogel.
- Rode Lijst
- Nee
- Beluister
Informatie
De boomklever dankt zijn naam aan het vermogen bomen zowel omhoog als omlaag te beklimmen, waardoor de vogel als het ware lijkt te kleven aan de stam, zonder te vallen. Boomklevers zijn holenbroeders en staan erom bekend de opening van hun broedholte te verkleinen door te 'metselen' met modder. Deze metseldrang is vaak zo sterk, dat ook wanneer het gat al de juiste grootte heeft, er in de omgeving toch nog een metselwerk gemaakt wordt. Boomklevers die in nestkasten broeden maken bijvoorbeeld een versterkt dakoverstek boven de invliegopening.
Algemeen
- Overige namen
- Nuthatch , Sitta europaea
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Boomklevers (Sittidae)
- Status
- Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; standvogel.
- Europese verspreiding
- Boomklevers komen voor in de gematigde delen van Europa; in het hoge noorden en en uiterste zuiden komt de boomklever niet voor.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Bos, park en tuin
- Voedsel- en broedbiotoop
- Soortenrijke bossen met loofbomen, het liefst oude eiken, en enkele open plekken zijn uitstekend geschikt voor de boomklever. De soort is gebonden aan het voorkomen van spechten, welke de broedholten uithakken waarvan de boomklever gebruik maakt. Het voedsel van de boomklever wordt gezocht door nauwkeurig de schors van bomen te inspecteren op insecten. Ook zaden en noten worden gegeten; boomklevers kunnen dan ook gezien worden terwijl ze verwoed inhakken op een met de poten vastgehouden vrucht.
- Voedsel
- Insecten en hun larven en in de winter zaden en noten
Broeden
- Broedperiode
- Boomklevers beginnen eind april te broeden.
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- Eén, soms twee
- Aantal eieren
- 6-9 (soms 4-13)
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- 'Kleeft' aan de boom en loopt zowel omhoog als omlaag tegen de stam. Hangt in de wintermaanden geregeld aan vetbollen.
- Gedrag
- Zoekt op de barst van de boom naar insecten. In het najaar verzamelen ze beukennootjes en eikels om genoeg voedsel te hebben tijdens een sternge winter. Boomklevers zijn echte bouwvakkers. De nestopening wordt precies op maat gehakt of gemetseld, zodat andere soorten er niet in kunnen. Zaden en noten zetten ze vast tussen de barst van de boom, zodat ze met hun krachtige snavel deze kapot kunnen pikken.
- Kleed
- Rug, vleugels, staart en kop zijn opvallend blauw gekleurd. De kin en de buik zijn oranje/ roestbruine van kleur. Tijdens de broedperiode is het mannetje extra opvallend gekleurd.
- Formaat/ lengte
- 12 - 14,5 cm.
- Snavel
- Spits en dun
- Poten
- Korte poten met relatief lange tenen, met lange nagels voor goede grip op boomschors
Vogeltrek
- Overwinteringsgebied
- Boomklevers verblijven het gehele jaar in hun territorium.

