- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Oeverloper
- Overige namen
- Common Sandpiper, Actitis hypoleucos
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Strandlopers (Scolopacidae)
- Status
- Jaarvogel. Uiterst schaarse broedvogel; doortrekker in vrij groot aantal; zomervogel in zeer klein aantal; wintervogel in uiterst klein aantal
- Rode Lijst
- Ja
Informatie
Onopvallend lopen deze compacte steltlopers-zonder-stelten de modderige oevers van allerlei wateren af, op zoek naar voedsel. De lange poten van veel steltlopers zijn voor de oeverloper overbodig: hij zal niet snel het water inlopen zoals familieleden dit regelmatig doen. Juist langs de oevers zijn veel insecten en andere ongewervelden te vinden. De oeverloper heeft zich helemaal op het vangen daarvan gespecialiseerd. Goed kijkend loopt de oeverloper langs de waterkant, steeds een oogje op de lucht boven het water houdend. Vooral in mei en in juli-september zijn oeverlopers vrij algemeen. Buiten die tijd komt de soort veel minder voor.
Algemeen
- Overige namen
- Common Sandpiper , Actitis hypoleucos
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Strandlopers (Scolopacidae)
- Status
- Jaarvogel. Uiterst schaarse broedvogel; doortrekker in vrij groot aantal; zomervogel in zeer klein aantal; wintervogel in uiterst klein aantal
- Europese verspreiding
- De oeverloper komt in de Oude Wereld voor. In Amerika wordt de soort vervangen door de Amerikaanse oeverloper. In Europa is de soort talrijk in Scandinavië, Ierland en Groot-Brittannië, maar ontbreekt op IJsland. Het merendeel van de broedgevallen wordt hier vastgesteld in het rivierengebied.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Beken en meren, gorzen en slikken, kust, zee, intergetijdenzone, moeras, oevers, plassen, rivieren
- Voedsel- en broedbiotoop
- Oevers van beken, rivieren, plassen en meren, ook brak water.
- Voedsel
- voornamelijk insecten maar ook wormen en visjes
Broeden
- Broedperiode
- Vanaf medio mei
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- Eén legsel per jaar
- Aantal eieren
- 4, soms en zelden 5
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Lijkt het meest op witgat en heeft een korte hals en lange staart. Opvallendste kenmerken zijn de witte krul tussen vleugelboeg en zijborst en de witte vleugelstrepen.
- Gedrag
- Kenmerkend gedrag. Heeft een iets ineengedoken houding en wipt vaak met de staart. Vlucht is typisch waarbij de vogel laag over het water vliegt en series van snelle, trillende vleugelslagen afwisselt met glijvluchten.
- Kleed
- Bovenzijde bruin en onderzijde wit met een dicht gestreepte borst en hals. Het wit van de onderzijde loopt in een krul door tussen de zijborst en de vleugelboeg. In vlucht vallen de witten vleugelstrepen goed op.
- Formaat/ lengte
- 19 - 20,5 cm
- Snavel
- Recht en spits, even lang als kop of een fractie langer
- Poten
- Relatief kort, ongeveer als strandloper. Groenig van kleur
Vogeltrek
- Overwinteringsgebied
- Oeverlopers overwinteren in Tropisch Afrika.
