- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Bonte strandloper
- Overige namen
- Dunlin, Calidris alpina
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Strandlopers (Scolopacidae)
- Status
- Jaargast. Onregelmatige, mogelijk uiterst schaarse broedvogel; doortrekker in zeer groot aantal; wintergast in groot aantal; zomergast in vrij groot aantal
- Rode Lijst
- Ja
Informatie
De bonte strandloper is een kleine en compacte steltloper, welke het gehele jaar in Nederland gezien kan worden. Vooral tijdens de voor- en najaarstrek en gedurende de winter kunnen op het Wad reusachtige groepen gezien worden welke van en naar de hoogwatervluchtplaatsen trekken. Bijna 30% van de Europese bonte strandlopers overwintert in Nederland.
Algemeen
- Overige namen
- Dunlin , Calidris alpina
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Strandlopers (Scolopacidae)
- Status
- Jaargast. Onregelmatige, mogelijk uiterst schaarse broedvogel; doortrekker in zeer groot aantal; wintergast in groot aantal; zomergast in vrij groot aantal
- Europese verspreiding
- In Europa leven twee van de drie ondersoorten van de bonte strandloper. Eén daarvan, de nominaatvorm C. a. alpina bereikt in Nederland grofweg de zuidgrens van haar areaal. Alleen in zuidelijk Groot-Brittannië broeden enkele bonte strandlopers nóg zuidelijker. De grootste aantallen worden gevonden op IJsland, Zweden en Noorwegen nemen de hoofdmoot van de continentale broedpopulatie voor hun rekening. Ook op Groenland en in Siberië komen bonte strandlopers voor: het is een soort met een circumpolaire verspreiding door het gematigd en arctisch gebied.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Gorzen en slikken, hoogveen, intergetijdenzone, kust, strand, wad, zee
- Voedsel- en broedbiotoop
- Bonte strandlopers broeden op hoogvenen, blauwgraslanden en andere plaatsen met een korte maar dichte vegetatie. Deze moet rijk aan bulten en kuilen zijn (een zogenaamde pollenstructuur), in de nabijheid van slikkige plaatsen. Rivieroevers en de intergetijdenzone, kwelders en slenken vormen prima foerageergebied voor de bonte strandloper.
- Voedsel
- Insecten en larven, wormen, kreeftachtigen, schaaldieren en weekdieren.
Broeden
- Broedperiode
- Mei - juin
- Koloniebroeder
- Nee
- Aantal legsels
- 1
- Aantal eieren
- 4 eieren
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Ziet u langs de kust een grote groep kleine standlopertjes dan zijn dit bijna altijd bonte strandlopers. Het is een prachtig schouwspel om een grote groep standlopers in de vlucht te volgen. De ene keer scheren ze over het water en stijgen plots omhoog omdaarna weer naar beneden te tuimelen, dit alles in een gesloten groep. Heeft veel weg van een groep spreeuwen. In het broedseizoen valt de zwarte onderbuik duidelijk op.
- Gedrag
- Leeft vooral in groepen. Tijdens het zoeken naar voedsel pikken ze actief in het slik. Op hoogwaterrustplaatsen wachten ze geduldig al 'slapend' tot het moment dat het weer laag water wordt. Dan stijgen ze massaal op en vormen ze een grootte wolk om later neer te strijken op de drooggevallen platen.
- Kleed
- In het broedseizoen hebben bonte strandlopers een opvallende zwarte vlek op de onderbuik en een helder roodbruine rug- en verenkleed. In de vlucht vallen de witte vleugelstrepen op de bovenvleugel op. Buiten het broedseizoen is het verenkleed egaal grijsachtig onopvallend van kleur, met een lichte onderbuik.
- Formaat/ lengte
- 17-21 cm.
- Snavel
- Snavel iets langer dan kop, licht omlaag gebogen en donker van kleur
- Poten
- Vrij korte, donkere poten
Vogeltrek
- Trekroute
- Bonte strandlopers trekken voornamelijk langs de kust, maar snijden hun route soms een stukje over land af. De broedvogels uit het Oostzeegebied en oostelijker trekken over land naar het Middellandse- en Zwarte Zeegebied.
- Overwinteringsgebied
- Bonte strandlopers overwinteren in Nederland, maar ook in de kustzones van Zuid-Europa en Noord-Afrika.

